.Stafafdeling Bestuur & Control De Stafafdeling Bestuur & Control staat onder leiding van het hoofd stafafdeling Bestuur & Control. De hoofdtaken van de stafdeling Bestuur & Control zijn: uitvoering van de planning en control; advisering met betrekking tot, en ondersteuning bij, bestuurlijke aangelegenheden alsmede extern netwerkmanagement; juridische kwaliteitszorg, control en advisering; concerncommunicatie; accountmanagement ten behoeve van de gemeenten en hun respectievelijke bestuursorganen en vertegenwoordigers; advisering en ondersteuning op het gebied van kwaliteitsmanagement, en advisering van de concerndirectie. Het hoofd van de stafafdeling Bestuur & Control wordt tevens benoemd als concerncontroller. Hoofdstuk3.Aansturing en verantwoordelijkheden leidinggevenden Artikel11.Leidinggevenden Organisatieniveau 2 t/m 4 De leidinggevenden op organisatieniveau 2 tot en met 4 zijn integraal verantwoordelijk voor de aansturing van hun organisatieonderdeel. De leidinggevenden op organisatieniveau 2 tot en met 4 worden direct aangestuurd door de leidinggevende van het organisatieonderdeel op het daarboven liggend organisatieniveau waarvan het onderdeel is. Artikel12.
.
.Leidinggevenden Organisatieniveau 5 De leidinggevenden op organisatieniveau 5 zijn verantwoordelijk voor de operationele aansturing en het resultaat gericht werken van hun organisatieonderdeel. Artikel15.Organisatieniveau leidinggevenden Welke leidinggevenden tot welk organisatieniveau behoren, alsmede wat de afwijkingen zijn in de aansturing, is neergelegd in bijlage 2 bij deze verordening. Artikel16.Bevoegdheden Het dagelijks bestuur en de voorzitter dragen zorg voor mandaat, volmacht en machtiging aan de algemeen directeur ten behoeve van de uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden. De algemeen directeur draagt zorg voor ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging, opdat de leidinggevenden beschikken over bevoegdheden om uitvoering te geven aan hun respectievelijke taken en verantwoordelijkheden. Artikel17.Plaatsvervanging algemeen directeur In geval van belet van de algemeen directeur wijst het dagelijks bestuur een plaatsvervanger van de algemeen directeur aan. Plaatsvervanging van de algemeen directeur geschiedt overeenkomstig daartoe strekkende instructies van het dagelijks bestuur. Artikel 17a Plaatsvervanging overige leidinggevenden Bij afwezigheid van een leidinggevende worden zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden uitgeoefend door een leidinggevende op een hoger organisatieniveau, bij voorkeur zijn direct leidinggevende, of binnen zijn directie door een leidinggevende op hetzelfde organisatieniveau. In aanvulling op het vorige lid kunnen de leidinggevenden op organisatieniveau 2 elkaar in dringende gevallen bij afwezigheid vervangen. De algemeen directeur kan in aanvulling op de plaatsvervanging, bedoeld in het eerste en tweede lid, nadere regels omtrent plaatsvervanging stellen. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de algemeen directeur. De plaatsvervanger beschikt over alle taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de functionaris die hij vervangt, tenzij bij de plaatsvervanging of in de instructies bedoeld in het vierde lid anders wordt bepaald. De plaatsvervanging van de directeur publieke gezondheid, voor zover het betreft de leiding bedoeld in artikel 3 tweede lid, vindt plaats op een door het bestuur van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht te bepalen wijze. Hoofdstuk4.Organisatieniveau- en onderdeel, overstijgende en doorkruisende eindverantwoordelijkheden en –processen Artikel18.Concerncontroller De concerncontroller draagt zorg voor: het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de aanwending van financiële middelen en de besluitvorming, en risicomanagement en kwaliteitszorg van financiële, juridische, organisatorische, personele en informatie(beheers)technische aard. De concerncontroller kan onafhankelijk, gevraagd en ongevraagd, zonder last of ruggenspraak, adviseren of informeren over onrechtmatigheden, risico’s of onvolkomenheden aan: de algemeen directeur; het directieteam VRU en elk van zijn leden; het dagelijks bestuur, de voorzitter, en de accountant van de VRU. Alvorens het dagelijks bestuur tot benoeming van de concerncontroller overgaat, stelt het de algemeen directeur in de gelegenheid een advies te geven. Het dagelijks bestuur kan een ambtsinstructie vaststellen voor de concerncontroller. De concerncontroller wordt tevens aangesteld als hoofd van de afdeling Bestuur & Control. Artikel19.Procesverantwoordelijke functionarissen Voor de in dit artikel genoemde processen en taken, waarvan onderdelen door meer dan één organisatieonderdeel, of concernbreed, worden uitgevoerd, is er een regisserend procesverantwoordelijke functionaris die de algemeen directeur adviseert. Deze functionaris is verantwoordelijk voor het proces, de integraliteit en de procesoutput. De verantwoordelijkheid voor het financiële proces is belegd bij de ‘chief financial officer’, ook te noemen ‘CFO’. De concerncontroller treedt op als CFO. De verantwoordelijkheid voor de informatievoorziening en documentaire zaken is belegd bij de chief information officer, ook te noemen ‘CIO’. De verantwoordelijkheid voor het toezichthouden op de toepassing en naleving van de wet- en regelgeving met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, is belegd bij de functionaris voor gegevensbescherming, bedoeld in de artikelen 37, 38 en 39 c.a. Algemene Verordening Gegevensbescherming, ook te noemen ‘FG’. De verantwoordelijkheid voor de informatieveiligheid is belegd bij de chief information security officer, ook te noemen ‘CISO’. De verantwoordelijkheid concerncommunicatie is belegd bij de ‘chief communication officer’, ook te noemen ‘CCO’. De verantwoordelijkheid voor alle personele aangelegenheden is belegd bij de ‘chief personnel officer’, ook te noemen ‘CPO’. De algemeen directeur wijst de functionarissen, bedoeld in het derde tot en met zevende lid aan. Deze functionarissen kunnen door de algemeen directeur bevoegd worden gemaakt om, in het proces of de taak, bepaalde doorzettingskracht te hebben op de leidinggevenden in de het proces betreffende organisatieonderdelen. Het dagelijks bestuur kan in aanvulling op de in het tweede tot en met zevende lid bedoelde functionarissen, voor andere processen en taken verantwoordelijke functionarissen benoemen. Deze benoemingen worden opgenomen in bijlage 3 bij deze verordening. Artikel20.Rechtpositie en medezeggenschap Op het personeel van de VRU is de rechtspositieregeling Veiligheidsregio Utrecht van toepassing. De VRU is aangesloten bij de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten en volgt de bijbehorende uitwerkingsovereenkomst slechts voor zover het dagelijks bestuur daartoe besluit bij het vaststellen van de uitvoeringsregeling VRU. De algemeen directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden voor de centrale ondernemingsraad VRU. De directeur Brandweerrepressie is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden voor de ondernemingsraad Brandweerrepressie VRU. De directeur Bedrijfsvoering is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden voor de ondernemingsraad Veiligheid & Dienstverlening VRU. Het dagelijks bestuur kan plaatsvervangers aanwijzen voor de bestuurders, bedoeld in het vierde en vijfde lid. De portefeuillehouder personeel en organisatie in het dagelijks bestuur zit de commissie voor het georganiseerd overleg met de vakorganisaties voor. Artikel21.Slotbepalingen Deze verordening treedt in werking op 1 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.