Langdurigheidstoeslagverordening Wet werk en bijstand 2010Raadsbesluit De raad van de gemeente Bussum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Bussum b e s l u i t : Vast te stellen de Langdurigheidstoeslagverordening Wet werk en bijstand 2010 Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; wet: de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren; uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde norm inclusief de maximale toeslag als bedoeld in de wet; gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de WWB of artikel 28 WIJ; laag inkomen: uitkering op grond van de WWB of Wij, danwel een inkomen uit of in verband met arbeid, niet hoger dan de van toepassing zijnde uitkeringsnorm; referteperiode: een aaneengesloten periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum; peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat; WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten WSF 2000: Wet Studiefinanciering bescheiden vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet Artikel2Voorwaarden 1.Met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 van de WWB komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende van 21 jaar of ouder, maar jonger dan 65 jaar, die: gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan de voor hem geldende uitkeringsnorm; op de peildatum niet meer dan het bescheiden vrij te laten vermogen heeft; geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. 2.Niet voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking komt de persoon die: op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000; een uitkering heeft op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Werkloosheidswet, de Wajong of de Wet werk inkomen naar arbeidsvermogen en naar oordeel van het college gedurende de referteperiode onvoldoende heeft getracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en aanvaarden. Artikel3Hoogte van de toeslag 1.De langdurigheidstoeslag bedraagt (per 1 januari 2009) voor gehuwden: € 505,-; voor alleenstaande ouders: € 453,-; voor alleenstaanden: € 355,-. 2.Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. 3.Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op bijstand ingevolge artikel 11 of 13 van de wet, maar wel aan de voorwaarden voor het recht op toeslag voldoet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem of haar als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 4.De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met het percentage van de alimentatie-indexering. Artikel4Uitvoering Het college kan nadere beleidsregels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van deze regeling. Artikel5Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college. Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.