VERORDENING REINIGINGSRECHTEN 2011 De raad van de gemeente Ouderkerk; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 november 2011 ; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2011 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. bedrijfsvuil: vuil dat op verzoek van de belastingplichtige periodiek wordt ingezameld in containers, niet zijnde vuil, waarvoor volgens de Wet milieubeheer een inzamelverplichting bestaat. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing Het recht wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, nog volle kalendermaanden overblijven.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.