← Nederland

Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening gemeente Papendrecht (Papendrecht)

Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening gemeente PapendrechtArtikel1Begripsbepalingen 1.Wet: de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga). 2.Besluit: het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 3.De antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 4.Klacht: klacht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de wet. 5.Klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van het besluit. 6.Klager: klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit. 7.Ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet. Artikel2Zorgplicht college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders biedt de ingezetenen toegang tot een antidiscriminatievoorziening. Artikel3Inrichting antidiscriminatievoorziening Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de voorziening gewaarborgd. De antidiscriminatievoorziening draagt er zorg voor dat klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtbehandeling vereiste deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen. De klager heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht te melden 24 uur per dag, zeven dagen in de week: per post; per e-mail; telefonisch; op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als bedoeld in artikel 5 van deze verordening. Artikel4Protocol klachtenbehandeling Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 6 van de Wga regelt in ieder geval: de afdoeningtermijn van klachten; de wijze van afdoening van klachten; de registratie van klachten. Artikel5Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening 1.Ingezetenen worden in de gelegenheid gesteld een klacht in hun directe leefomgeving te melden bij een onafhankelijk regionaal antidiscriminatiebureau. 2.Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de deskundigheid van de medewerkers die klachten op adequate manier opnemen en doorgeleiden naar de antidiscriminatievoorziening. Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 28 januari 2010. Artikel7Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening gemeente Papendrecht. toelichting:AlgemeenArtikel 1 van de Wga legt het college van burgemeester en wethouders op om burgers toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook de toelichting bij artikel 2 van deze verordening. Artikel 2, tweede lid, van de wet wordt opgedragen dat de gemeenteraad met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet bij verordening regels vaststelt omtrent de inrichting van de antidiscriminatievoorziening, bedoeld in artikel 1, en de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a. De wet is nader ingevuld in een algemene maatregel van bestuur vastgesteld op 16 september 2009, het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorziening. Artikelsgewijze toelichtingArtikel 1Deze bepaling behoeft geen toelichting. Artikel 2Zoals in het algemene deel van deze toelichting al aangegeven, is deze zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In wetstechnische zin is het dan ook niet noodzakelijk om deze hier te herhalen. Deze zorgplicht vormt echter de kern van deze regelgeving. Artikel 3 Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan artikel 3 van het besluit, dat luidt: “Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de antidiscriminatievoorziening gewaarborgd”. Ook op de verantwoordelijkheid voor de omgang met gegevens zal worden toegezien. Er is gekozen voor een minimale invulling om alle ruimte te geven voor maatwerk. De antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over een opleidingprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding deel te nemen. De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel fysiek als niet-fysiek kan melden. De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen melden betekent tevens dat een burger redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar hij of zij terecht kan om te melden. De gemeente draagt zorg voor de aanwezigheid van een locatie. Uiteraard kan ook worden afgesproken dat de antidiscriminatievoorziening op locatie aanwezig is, zodat klachten direct bij de voorziening kunnen worden ingediend. Bij niet-fysiek wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de burger via telefoon, brief of e-mail om de klacht te melden of in te dienen.Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om ervoor zorg te dragen dat burgers kennis kunnen nemen van deze mogelijkheden. Artikel 4Met deze bepaling wordt invulling gegeven aan artikel 6 van het besluit dat luidt: “De antidiscriminatievoorziening heeft een protocol voor de behandeling van klachten”. Artikel 5 De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening zich in de leefomgeving van burgers moet bevinden. Voor de nodige laagdrempeligheid kan worden gezorgd door een doorgeleiding of meldpunt te creëren bij bestaande gemeentelijke voorzieningen. In de wet is uitdrukkelijk aangegeven dat de antidiscriminatievoorziening onafhankelijk dient te zijn en op geen enkele wijze onder het gezag van de (gemeentelijke) overheid mag vallen. Het gemeentelijke loket kan dan ook op geen enkele manier in de plaats treden van de antidiscriminatievoorziening. Artikel 6Deze bepaling behoeft geen toelichting. Artikel 7Deze bepaling behoeft geen toelichting. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier, A.P.M.A.F. Bergmans De voorzitter, C.J.M. de Bruin Nota-toelichting

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.