Verordening baatbelasting 2009, riolering gebied 2Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting 2009, gebied
- Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder een onroerende zaak: een gebouwd eigendom; een ongebouwd eigendom; een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijke geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen. Artikel2Aard van de heffing en belastbaar feit 1Onder de naam “Baatbelasting aanleg riolering buitengebied, gebied 2” wordt in de vorm van een heffing ineens een directe belasting geheven van de onroerende zaken gelegen in de gemeente Aalten in gebied 2 (begrensd door de Dinxperlosestraatweg, de voormalige gemeentegrens met Dinxperlo, de Keizersbeek, vanaf de kruising Keizersbeek/Sondernweg in een rechte lijn naar de kruising Rosierweg/Gendringseweg, de Gendringseweg, de Akkermateweg, de Sondernweg, de Zomerweg, de Derde Broekdijk en de Rondweg Zuid) en die op 1 januari 2008 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde voorzieningen, die tot stand zijn gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur. 2De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten de aanleg van riolering, met inbegrip van bijbehorende werken, bestaande uit: de aanleg van een openbare riolering (drukriolerings- en vrijvervalleidingen); aanleg van duikers en mantelbuizen; aanleg van kabels en leidingen; aanleg pompputten en inspectieputten; ontgraving en aanvulling van sleuven; aanleggen /aanpassen / herstellen van bermen en bestrating in verband met de uitvoering van de onder a t/m e genoemde werken. Artikel3Belastingplicht 1De belasting wordt geheven van degene, die van een onroerende zaak, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven. Artikel4Maatstaf van heffing De maatstaf van heffing is een vast bedrag per onroerende zaak. Artikel5Tarief De belasting bedraagt per onroerende zaak € 3.675,--. Artikel6Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting 1In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende vijf jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend. 2Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 3De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde bedrag, berekend op basis van een periode van vijf jaren en een rentevoet van 5% per jaar. 4De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan door de belastingplichtige elk jaar worden afgekocht. Hiertoe dient een schriftelijk verzoek te worden ingediend bij de in lid 1 vermelde ambtenaar, voorafgaande aan het eerste belastingjaar van de periode waarop de afkoop betrekking heeft. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 5% per jaar. 5Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van eenjaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak, als bedoeld in het eerste lid, eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de nog niet aangevangen belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel. In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend. 6Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt de belastingschuld van de voor deoverdracht bestaande onroerende zaak voor de nog niet aangevangen belastingjaren over de na de overdracht bestaande onroerende zaken verdeeld op basis van de volgende formule:(A/B) x C waarin: A = de maatstaf van heffing, vastgesteld overeenkomstig artikel 4 voor de na de overdracht bestaande onroerende zaak; B = de maatstaf van heffing, vastgesteld overeenkomstig artikel 4 voor de voor de overdracht bestaande onroerende zaak; C = de resterende belastingschuld voor de op het moment van de overdracht nog niet aangevangen belastingjaren, zoals deze gold voor de voor de overdracht bestaande onroerende zaak. Artikel7Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later. 2De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande artikel gestelde termijnen. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2De datum van ingang van de heffing is 1 oktober
- 3Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening baatbelasting 2009, riolering gebied 2”. Aldus vastgesteld door de gemeenteraad in zijn openbare vergadering van 7 juli 2009.