De raad van de gemeente Dirksland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 september 2009 gelet op artikel 147, eerste lid, Gemeentewet, en de artikelen 12, eerste lid, onderdeel e, en 35, eerste lid van de Wet investeren in jongeren; overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van jongeren van 18 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar bij verordening te regelen,b e s l u i t : vast te stellen de Toeslagenverordening WIJ gemeente Dirksland
- Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder:a. de wet: de Wet investeren in jongeren;b. gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet;c. college: het college van burgemeester en wethouders aan de gemeente Dirksland. Artikel2 De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor jongeren van 18 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien de gehuwden beiden 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn. Hoofdstuk2Criteria voor het verhogen van de norm of toeslag Artikel3Toeslagen 1De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de jongere die met één ander zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft; 3De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 5% van de gehuwdennorm voor de jongere die met twee of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft; 4De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 5% van de gehuwdennorm voor de jongere die inwonend is bij een familielid in de eerste graad. Hoofdstuk3Criteria voor het verlagen van de norm of toeslag Artikel4Verlaging gehuwden 1De verlaging bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één ander hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben; 2De verlaging bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 15% van de gehuwdennorm voor gehuwden die inwonend zijn bij een familielid in de eerste graad. Artikel5Verlaging woonsituatie De verlaging bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm indien de jongere geen woonkosten heeft, als gevolg van:
- Het bewonen van een woning waaraan geen woonkosten zijn verbonden;
- Het niet bewonen van een woning. Artikel6Verlaging Schoolverlaters De verlaging bedoeld in artikel 33 van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm. Artikel7Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar 1De verlaging bedoeld in artikel 34 van de wet bedraagt:a. 20% van de gehuwdennorm indien het een jongere van 21 jaar betreft;b. 10% van de gehuwdennorm indien het een jongere van 22 jaar betreft. 2In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden. 3De vorige leden zijn niet van toepassing ten aanzien van een jongere op wie artikel 6 van toepassing is. Artikel8Anti-cumulatiebepaling De toepassing van de artikelen 3 tot en met 7 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke norm voor de jongere tenminste bedraagt:a. 35% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande;b. 55% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder;c. 65% van de gehuwdennorm voor gehuwden. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel9Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking en werkt terug tot en met 1 oktober
- Artikel10Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Toeslagenverordening WIJ gemeente Dirksland
- Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Dirksland, gehouden op 29 oktober
- De griffier De voorzitterP.J. de Pagter drs. S. Stoop