Woonschepenverordening 1998Woonschepenverordening 1998 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank; openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn. Artikel2Wijze van meten De in deze verordening genoemde maten worden uitwendig gemeten daar waar zij het grootst zijn. Ondergeschikte bouwdelen zoals lichtkoepels en antennes worden niet meegerekend. Artikel3Verboden ligplaatsen Het is verboden met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben of een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen buiten de op grond van artikel 5 aangewezen gedeelten van het openbaar water. Artikel4Woonschepen in aanbouw of reparatie Het verbod in artikel 3 is niet van toepassing op woonschepen die in aanbouw of in reparatie zijn, zolang zij zich op of aan een scheepswerf dan wel in of bij een reparatie-inrichting bevinden. Artikel5Aangewezen ligplaatsen op ligplaatsenkaart 1De plaatsen waar woonschepen ligplaats mogen hebben, zijn aangewezen op de ligplaatsenkaart, die als bijlage bij deze verordening is opgenomen. 2Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het wijzigen van de ligplaatsenkaart om deze in overeenstemming te brengen met een bestemmingsplan dat na het van kracht worden van deze verordening is goedgekeurd. Artikel6Ligplaatsvergunning 1Op de op grond van artikel 5, eerste lid, aangewezen plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van burgemeester en wethouders. 2Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag, waarop de aanvraag in behandeling is genomen. 3Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien: voor de ligplaats al vergunning is verleend; het woonschip langer, breder, hoger of dieper is dan aangegeven op de ligplaatsenkaart, die als bijlage bij deze verordening is opgenomen; het woonschip belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land; het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; het woonschip niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid; het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; de aanvraag niet in overeenstemming is met de door burgemeester en wethouders gestelde regels op het gebied van de bijbehorende voorzieningen. 4De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip. Artikel7Wachtlijst ligplaatsvergunning 1Indien de aanvraag om een ligplaatsvergunning wordt geweigerd omdat de gewenste ligplaats aan een ander is toegewezen, wordt de naam van de aanvrager op zijn verzoek op een door burgemeester en wethouders aan te houden wachtlijst geplaatst. 2Indien één van de op grond van artikel 5, eerste lid, aangegeven plaatsen vrijkomt, stellen burgemeester en wethouders de op de wachtlijst geplaatste gegadigden, te beginnen met de hoogst geplaatste in de gelegenheid een nieuwe aanvraag van een ligplaatsvergunning in te dienen.In deze gevallen kan de ligplaatsvergunning slechts worden geweigerd op grond van de omstandigheden, vermeld in artikel 6, derde lid, onder b tot en met g. 3Indien de nieuwe aanvraag niet binnen vier weken na de datum van verzending van het in het tweede lid bedoeld schrijven is ontvangen, wordt aangenomen dat geen prijs meer op de ligplaatsvergunning wordt gesteld en wordt de naam van de betrokken persoon van de wachtlijst geschrapt. Artikel8Overdragen ligplaatsvergunning 1De vergunninghouder kan de ligplaatsvergunning overdragen aan een rechtverkrijgende. 2Op aanvraag van de vergunninghouder en van de rechtverkrijgende schrijven burgemeester en wethouders de vergunning over op de naam van de rechtverkrijgende. Artikel9Wijziging ligplaatsvergunning 1indien wijziging van de ligplaatsvergunning noodzakelijk is, dient de vergunninghouder vooraf bij burgemeester en wethouders een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning in. 2Op een aanvraag van wijziging van een ligplaatsvergunning is het bepaalde in artikel 6, tweede en derde lid, onder b tot en met g, van toepassing. Artikel10Intrekking ligplaatsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen de ligplaatsvergunning intrekken indien: de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend; de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder toestemming van burgemeester en wethouders gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft; op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld op de ligplaatsvergunning. Artikel11Aansluiting aan drinkwaterleiding 1De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip is aangesloten aan het distributienet van de openbare waterleiding. 2Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien het schip is voorzien van een of meer drinkwatertanks waarvan de gezamenlijke inhoud minimaal 250 liter bedraagt. Artikel12Aansluiting aan de riolering 1De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip is aangesloten aan een openbaar riool. 2Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: in delen van de gemeente waarin geen openbare riolering aanwezig is; voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd. 3Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid, indien afvoer op een andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem of lucht mogelijk is voor woonschepen die op een grotere afstand dan 40 meter van een openbaar riool zijn gelegen. 4De in het derde lid bedoelde afstand wordt gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt. Artikel13Nakoming aanwijzingen 1Bij het innemen van een ligplaats en bij het uitvoeren van werkzaamheden aan of nabij de ligplaats worden de door burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen in acht genomen. 2De vergunninghouder is verplicht gevolg te geven aan de door burgemeester en wethouders gegeven bevelen en aanwijzingen in het belang van de openbare orde of van de vrijheid of veiligheid van het verkeer. Artikel14Toezicht Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van de zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening toezichthouders aanwijzen. Artikel15Strafbepalingen Overtreding van de artikelen 3 en 6, eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel16Opsporingsambtenaren De opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. Artikel17Binnentreden Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woonschip zonder toestemming van de bewoner. Artikel18Inwerkingtreding en citeertitel 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 2De "Woonschepenverordening gemeente Lingewaal" van 12 december 1990, gewijzigd bij raadsbesluit van 28 september 1995, wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid bedoelde datum. 3Deze verordening kan worden aangehaald als: "Woonschepenverordening 1998". Artikel19Overgangsbepalingen 1Ligplaatsvergunningen, afgegeven op grond van de verordening als genoemd in artikel 18, tweede lid, worden geacht vergunningen op grond van artikel 6 van deze verordening te zijn. 2Aanvragen van vergunning waarop, op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Gemeente Lingewaal, 05-11-1998
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.