← Nederland

Verordening op de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften gemeente Dirksland 2009 (Dirksland)

De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Dirksland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 november 2008; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften gemeente Dirksland

  1. Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. verwerend orgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; b. commissie: de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften; c. wet: de Algemene wet bestuursrecht; d. college: het college van burgemeester en wethouders. Artikel2Inleidende bepaling commissie 1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van: a. een wettelijk voorschrift inzake belastingen; b. de Wet waardering onroerende zaken; c. een wettelijk voorschrift op grond van of krachtens de Ambtenarenwet. Artikel3Samenstelling van de commissie 1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier leden. 2De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. 3Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden. 4De commissie regelt de vervanging van de voorzitter. Artikel3aInstellen kamers 1De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. 2De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 3Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden, te weten: a. een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 van de wet, zijnde de voorzitter of een van de leden van de commissie, uit haar midden aangewezen; b. ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar midden. 4De commissie wijst uit haar midden voor elk lid een eerste en een tweede plaatsvervanger aan. 5De kamer kan beslissen dat de behandeling van een bezwaarschrift door de commissie zal geschieden. 6Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze regeling zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel4Secretaris 1De secretaris is een door het college aangewezen ambtenaar. 2Het college wijst tevens één of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. Artikel5Zittingsduur 1De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de raad. 2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. 3De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel6Ingediend bezwaarschrift 1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken worden zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. Artikel7Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolgde de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: a. artikel 2:1, tweede lid; b. artikel 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn; c. artikel 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie; d. artikel 7:4, tweede lid; e. artikel 7:6, vierde lid. Artikel8Vooronderzoek 1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe in de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel9Hoorzitting 1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting, waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet. 3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. Artikel10Uitnodiging zitting 1De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. 4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid. Artikel11Quorum Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is. Artikel12Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Artikel13Openbaarheid van de zitting 1De zitting van de commissie is openbaar. 2De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of één van de leden het nodig oordeelt, of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen de openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. 4De zitting vindt achter gesloten deuren plaats voor wat betreft bezwaarschriften die zijn ingediend op grond van een wettelijk voorschrift op het terrein van de sociale zekerheid. Artikel14Schriftelijke verslaglegging 1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren heeft plaatsvonden, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. Artikel15Nader onderzoek 1Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden. 2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek. 4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel16Raadkamer en advies 1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt. 5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel17Uitbrengen advies en verdaging 1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen. 3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift. Artikel18Intrekking oude regeling De Verordening op de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften gemeente Dirksland 2003 wordt ingetrokken. Artikel19Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  2. Artikel20Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de commissie bezwaarschriften gemeente Dirksland
  3. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Dirksland, gehouden op 18 december
  4. De griffier, De voorzitter, P.J. de Pagter drs. S. Stoop

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.