← Nederland

Beheersverordening gemeentelijk woningbedrijf 1994 (Ameland)

Beheersverordening gemeentelijk woningbedrijf 1994De Raad van de gemeente Ameland; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 juni 1994;Overwegende dat het door de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht noodzakelijk is de "Beheersverordening Woningbedrijf" aan te passen aan deze wet;Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de:VERORDENING OP HET BEHEER VAN HET WONINGBEDRIJF

  1. Artikel1 1De met rijkssteun gebouwde woningen van de gemeente, alsmede andere, aan de gemeente in eigendom behorende woningen, welke hiertoe bij een aan gedeputeerde staten mede te delen besluit van de gemeenteraad worden aangewezen, worden afzonderlijk beheerd in een woningbedrijf. 2Aan het woningbedrijf kan mede de administratie worden opgedragen van fondsen, reserves, andere bezittingen, schulden, inkomsten en uitgaven van de gemeente, betrekking hebbende op de volkshuisvesting. 3De bezittingen en schulden en de inkomsten en de uitgaven van het bedrijf, zowel die welke betrekking hebben op lid 1 als die welke betrekking hebben op lid 2 van dit artikel, worden afgescheiden van de overige bezittingen en schulden en de overige inkomsten en uitgaven van de gemeente. Artikel2 1Het beheer van het bedrijf berust bij het college burgemeester en wethouders. 2Onder toezicht van het college van burgemeester en wethouders is een administrateur belast met en zelfstandig verantwoordelijk voor de financiële administratie van het bedrijf. 3De functie van kassier wordt uitgeoefend door de kassier van de gemeente zodanig. Artikel3 1Bij ongesteldheid, afwezigheid, schorsing of onstentenis worden de in het vorige artikel bedoelde functionarissen vervangen op de door het college van burgemeester en wethouders te bepalen wijze. 2De bevoegdheden en verplichtingen van de administrateur en kassier worden voor zover zij niet in het ambtenarenreglement of in deze verordening omschreven zijn, geregeld in een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen en aan gedeputeerde staten mede te delen instructie. Artikel4 1De administrateur zorgt ervoor, dat de kassier tijdig in kennis wordt gesteld van alle te doen ontvangsten en uitgaven van het bedrijf. 2De administrateur geeft geen betalingsopdrachten aan de kassier af dan nadat de hieraan ten grondslag liggende fakturen enz. vanwege een hiertoe bevoegde gemeentelijke functionaris voorzien zijn van een akkoordverklaring. 3De administrateur is belast met maatregelen die kunnen leiden tot het tijdig invorderen van alle te ontvangen bedragen. Artikel5 1De kassier is overeenkomstig de opgaven van de administrateur, belast met het doen van alle ontvangsten en uitgaven van het bedrijf. 2Deze ontvangsten en betalingen geschieden uitsluitend en onmiddellijk middels een rekening-courant met de gemeente. 3Van de door hem gedane ontvangsten en betalingen geeft de kassier kennis aan de administrateur onder overlegging van de bewijsstukken, welke laatste daarvoor een ontvangstbewijs afgeeft. 4Over de rekening-courant wordt rente berekend naar percentages die gelijk zijn aan de door de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten te 's-Gravenhage gehanteerde percentages ten aanzien van de door de gemeente bij deze bank aangehouden rekening-courant. Artikel6 1De administrateur en de kassier geven aan gedeputeerde staten, aan de raad, aan het college van burgemeester en wethouders en aan de burgemeester alle inlichtingen welke zij hen in verband met hun functie vragen. 2Zij verstrekken voorts aan daartoe bevoegden de inlichtingen welke redelijkerwijze van hun kunnen worden verlangd. 3Overigens geven zij aan niemand enige inlichtingen dan met toestemming van het college van burgemeester en wethouders. Artikel7 1De boekhouding van het bedrijf wordt gevoerd naar de methode van dubbel boekhouden. 2Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 3De eigendommen worden naar hun soort, ligging, bestemming of anderszins gesplitst in complexen. 4De complexen kunnen naar behoefte verder worden onderverdeeld. 5Het college van burgemeester en wethouders kan omtrent de inrichting der boekhouding nadere voorschriften geven. Artikel8 1De gemeente verstrekt het bedrijf het in verband met de toepassing van deze verordening benodigde kapitaal. Daarbij wordt rekening gehouden met de ontvangen leningen van het rijk. 2Over dit kapitaal wordt rente berekend naar percentages die gelijk zijn aan: a. voor zover het verstrekt kapitaal bestaat uit door gegeven rijksleningen, de percentages die de gemeente verschuldigd is ten aanzien van die leningen enb. voor zover het verstrekt kapitaal niet onder a. valt, het gemiddelde percentage dat gedurende het boekjaar door de NV Bank voor de Nederlandse Gemeenten te 's-Gravenhage op de kapitaalmarkt wordt gehanteerd. Artikel9 Jaarlijks ten minste 7 maanden voor de aanvang van het jaar waarvoor zij moeten dienen zendt de administrateur aan het college van burgemeester en wethouders een ontwerp-begroting voor het volgende dienstjaar. Artikel10 Alle besluiten van de raad, waarbij machtiging tot af- en overschrijving van en op posten der begroting wordt verleend, behoeven de goedkeuring van gedeputeerde staten. Artikel11 1Elk jaar zendt de administrateur binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar, waarop zij betrekking heeft, aan het college van burgemeester en wethouders een door hem ondertekende rekening over het vorige dienstjaar met een toelichtend verslag als bedoeld in de comptabiliteitsvoorschriften
  2. 2Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks voor 1 juli van het volgend dienstjaar onder overlegging van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde stukken aan de raad verantwoording van het gevoerde beheer. Artikel12 De boekwaarde der eigendommen wordt bij de inbreng gevormd door de waarde,. waarvoor deze zijn ingebracht. Hiervoor gelden de volgende regelen:a. De eigendommen worden ingebracht tegen de geschatte waarde behoudens het bepaalde in sub b en c;b. woningen, met rijkssteun gebouwd, worden ingebracht tegen de door de minister van volkshuisvesting vastgestelde stichtingskosten omvattende de grond-, de bouwkosten en de kosten van voorzieningen, en overigens naar gegeven ontleend aan de bij de gemeentebegroting en -rekening behorende staat L II;c. De gemeenteraad kan in bijzondere gevallen, onder goedkeuring van gedeputeerde staten, de waarde van inbreng bepalen op een nader bedrag dan in sub a of b is voorgeschreven. Artikel13 Wegens waardevermindering wordt op de eigendommen van het bedrijf elk jaar afgeschreven:a. betreffende de met rijkssteun gebouwde woningen, tot bedragen, overeenkomende met de aflossingen op de daarvoor verleende rijksvoorschotten;b. betreffende de overige eigendommen, tot bedragen als de raad onder goedkeuring van gedeputeerde staten bepaalt. Artikel14 1Als gewone aflossing keert het bedrijf aan de gemeente jaarlijks een bedrag uit, dat gelijk is aan de overeenkomstig artikel 13 ten laste van de rekening van baten en lasten gebrachte afschrijvingen op eigendommen. 2Als buitengewone aflossing keert het bedrijf aan de gemeente een berag uit dat gelijk is aan:a. de boekwaarde der door het bedrijf vervreemde eigendommen;b. de op andere wijze verkregen kapitaalmiddelen, niet vallende onder artikel
  3. Artikel15 1Voor elk complex wordt afzonderlijk een onderhoudsfonds gevormd. Aan dit fonds wordt jaarlijks een bedrag per complex toegevoegd, berekend overeenkomstig dedienaangaande van rijkswege gegeven voorschriften. De werkelijke onderhoudskosten worden ten laste van het fonds gebracht. 2Naast het in lid 1 vermelde fonds worden reserves en/of fondsen ingesteld, die overeenkomstig de van rijkswege gegeven of te geven voorschriften moeten worden ingesteld. De toevoegingen aan en de onttrekkingen van de reserves en fondsen geschieden overeenkomstig de dienaangaande van rijkswege gegeven voorschriften. 3De gemeenteraad kan bepalen dat andere dan in de leden 1 en 2 bedoelde reserves en fondsen worden ingesteld. Het besluit van de raad, dat evens inhoudt de wijze waarop de toevoegingen aan en de onttrekkingen van reserves en fondsen geschieden zullen behoeven de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. 4De met gelden van reserves en fondsen gekweekte rente worden aan de reserves en fondsen toegevoegd. Artikel16 1Deze verordening kan worden aangehaald als "Beheersverordening Woningbedrijf 1994". 2Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. 3Op dezelfde dag vervalt de "Beheersverordening Woningbedrijf 1981". Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Ameland, gehouden op 25 juli 1994.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.