Bezwaar- en beroepschriften, verordening inzake de behandeling vanDe raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester van Oud-Beijerland, ieder voor zoveel zijn bevoegdheden betreft; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. Gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de gemeentewet; BESLUITEN: Vast te stellen de volgende VERORDENING INZAKE DE BEHANDELING VAN BEZWAAR- EN BEROEPSCHRIFTEN Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: bestuursorgaan: het bestuursorgaan van de gemeente door of namens hetwelk de beschikking waartegen bezwaar wordt gemaakt is gegeven; beroepsorgaan: het bestuursorgaan van de gemeente, waarop beroep tegen een door een ander genomen bestuursorgaan genomen beslissing is opengesteld. Artikel2Toepassingsgebied van de verordening 1Indien in enigerlei regeling de mogelijkheid is opengesteld tegen een door of namens een bestuursorgaan van de gemeente gegeven beschikking voorziening te vragen bij het beschikkend bestuurs- c.q. beroepsorgaan, gelden ten aanzien van die voorziening de bepalingen van deze verordening, voor zover bij of krachtens die regeling niet anders wordt bepaald. 2Deze verordening is niet van toepassing op de behandeling van: bezwaarschriften betrekking hebbende op:
- bestemmingsplannen of herzieningen daarvan;
- onteigening in het belang van de volkshuisvesting;
- aanslagen in gemeentelijke belastingen en retributies; bezwaarschriften als bedoeld in de Algemene Bijstandswet; bezwaarschriften ingevolge de procedureregeling methodische functiewaardering. Hoofdstuk2De behandeling van bezwaar- c.q. beroepschriften algemeen Artikel3Het indienen van een bezwaar- of beroepschrift 1Het bezwaar- c.q. beroepschrift dient, met inachtneming van het bepaalde in de desbetreffende wet of verordening, ter emeentesecretarie te worden ingediend. 2Op het ingediende bezwaar- c.q. beroepschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. Artikel4Machtiging 1Een gemachtigde moet een schriftelijke en door de belanghebbende ondertekende machtiging overleggen, tenzij hij als advocaat of procureur is ingeschreven of de belanghebbende met de gemachtigde verschijnt. 2Een exemplaar van het verslag, als bedoeld in artikel 7:7 en 7:21 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt aan de belanghebbenden gezonden. Hoofdstuk3De behandeling van bezwaar- c.q. beroepschriften door burgemeester en wethouders en burgemeester Artikel6Horen Indien burgemeester en wethouders dienen te beslissen op een bezwaar- c.q. beroepschrift, geschiedt het horen van de belanghebbenden door een uit het college gevormde commissie, bestaande uit één of twee leden van het college en één of meer door het college aan te wijzen ambtenaren. Artikel7Opdracht hoorplicht aan ambtenaren Indien het beschikkend bestuurs- c.q. beroepsorgaan de burgemeester of het college van de burgemeester en wethouders is, kan de burgemeester c.q. het college het horen van de belanghebbenden opdragen aan een commissie, bestaande uit tenminste twee door hem aan te wijzen ambtenaren. Artikel8Advies De in de artikelen 7 en 8 (moet zijn: 6 en 7) bedoelde commissie brengen aan het beschikkend bestuurs- c.q. beroepsorgaan advies uit mer betrekking tot de op het bezwaar- c.q. beroepschrift te nemen beslissing. Zij doen dit op een zodanig tijdstip, dat dat orgaan binnen de bij wet of gestelde, eventueel verdaagde, termijn waarbinnen op het bezwaar- c.q. beroepschrift moet worden beslist, een beslissing kan nemen. Bij het advies wordt het ontwerp van het naar de mening van de commissie te nemen besluit overlegd. Hoofdstuk4De behandeling van bezwaar- c.q. beroepschriften door de raad Afdeling1Adviescommissie voor de bezwaar- en beroepschriften Artikel9Taak van de adviescommissie De door de raad te nemen beslissingen op bezwaar- c.q. beroepschriften worden voorbereid door een adviescommissie, genaamd: adviescommissie voor de bezwaar- en beroepschriften, zoals bedoeld in artikel 7:13 juncto 7:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel10Samenstelling van de adviescommissie 1De adviescommissie bestaat uit drie leden en een plaatsvervangend lid. 2De leden en het plaatsvervangend lid van de adviescommissie worden door de raad op aanbeveling van burgemeester en wethouders benoemd. Een van de drie leden wordt door de raad op aanbeveling van burgemeester en wethouders als voorzitter aangegewezen. 3Bij verhindering van de voorzitter wordt hij vervangen door een lid van de adviescommissie, daartoe door de adviescommissie uit haar midden aangewezen. 4Tot lid, respectievelijk plaatsvervangend lid van de adviescommissie zijn niet benoembaar: leden van de raad en het college van burgemeester en wethouders; leden van een gemeentelijke commissie waaraan bevoegdheden van de raad of het college van burgemeester en wethouders zijn toegekend; ambtenaren door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt, alsmede zij die in dienst van de gemeente op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. Artikel11Zittingsduur 1De leden van het plaatsvervangende lid van de adviescommissie worden benoemd voor een periode van vier jaren; zij kunnen eenmaal voor eenzelfde periode worden herbenoemd. 2De raad ontslaat de leden en het plaatsvervangend lid: op eigen verzoek; zij uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen; bij de aanvaarding van een ambt of betrekking, bij deze verordening onverenigbaar verklaard met het lidmaatschap van de adviescommissie; als zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegen misdrijf zijn veroordeeld; als zij ingevolge onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld; als zij naar het oordeel van de raad door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengen aan het in hen gestelde vertrouwen; een dergelijk besluit is alleen geldig indien tenminste tweederde der aanwezige raadsleden zich in een raadsvergadering daarmede kan verenigen. Artikel12Secretariaat Burgemeester en wethouders wijzen één of meer ambtenaren aan, die als secretaris aan de adviescommissie word(en)t toegevoegd. Zij voorzien tevens in de plaatsvervanging. Afdeling2De procedure Artikel13Het voorleggen aan de adviescommissie De voorzitter van de raad zendt een bezwaar- c.q. beroepschrift terstond na ontvangst toe aan de voorzitter van de adviescommissie. Artikel14Vooronderzoek 1De voorzitter van de adviescommissie draagt er zorg voor, dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het bezwaar- c.q. beroepschrift ter zitting genoegzaam voor te bereiden. 2Hij is te dien einde bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen. Artikel15Vergaderingen 1De voorzitter belegt een vergadering telkens als dit voor de behandeling van één of meer bezwaar- c.q. beroepschriften noodzakelijk is. 2Hij draagt zorg voor de oproeping van de leden onder mededeling van de voor de vergadering vastgestelde agenda. 3Voor het houden van de vergaderingen van de adviescommissie is vereist, dat behalve de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter tenminste twee leden of plaatsvervangend leden aanwezig zijn. Bij afwezigheid of ontstentenis van een lid roept de voorzitter een plaatsvervangend lid op. 4Indien het voor het houden van een vergadering vereiste aantal leden niet is opgekomen, kan door de voorzitter, met een tussentijd van tenminste vierentwintig uur, een nieuwe vergadering worden belegd, waarin ongeacht het aantal aanwezige leden kan worden beraadslaagd en besloten. Artikel16Inwinnen van inlichtingen 1De adviescommissie is bevoegd de indiener van het bezwaar- c.q. beroepschrift of diens vertegenwoordiger en – ingeval van behandeling van een beroepschrift - het orgaan, dat de in beroep aangevochten beslissing heeft genomen of een vertegenwoordiger daarvan nadere inlichtingen te vragen. 2Tevens is de adviescommissie bevoegd aan de naar haar oordeel daarvoor in aanmerking komende hoofden van gemeentelijke diensten en bedrijven de nodige inlichtingen te vragen omtrent zaken, welke haar ter advisering zijn voorgelegd. 3Voorts is de voorzitter van de adviescommissie bevoegd uit eigen beweging of op verlangen van de leden van de adviescommissie advies van andere deskundigen, geen ambtenaren van de gemeente zijnde, in te winnen. Artikel17Niet-deelneming aan de behandeling De leden en het plaatsvervangend lid van de adviescommissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaar- c.q. beroepschrift, waarbij zij op enigerlei wijze direct of indirect zijn betrokken. Artikel18Openbaarheid van de zittingen De zittingen van de adviescommissie zijn openbaar. Plaats en tijdstip van de zitting worden tijdig ter openbare kennis gebracht. Artikel19Raadkamer 1Na afloop van de zitting beraadslaagt en beslist de adviescommissie met gesloten deuren over het door haar aan de raad uit te brengen advies. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 2De adviezen worden bij meerderheid van stemmen vastgesteld. In geval een advies niet met algemene stemmen tot stand is gekomen, kan de minderheid verlangen, dat haar zienswijze in het advies wordt vermeld. Bij staking der stemmen wordt de onderscheiden zienswijzen vermeld. Artikel20Uitbrengen van het advies 1De adviescommissie brengt het gemotiveerde advies aan de raad uit op een zodanig tijdstip, dat de raad binnen de bij wet gestelde, eventueel verdaagde termijn, waarbinnen op het bezwaar- c.q. het beroepschrift moet worden beslist, een beslissing kan nemen. 2Bij het advies wordt het ontwerp van het naar de mening van de adviescommissie door de raad op het bezwaar- c.q. beroepschrift te nemen besluit overlegd, alsmede alle op de zaak betrekking hebbende stukken. 3De adviescommissie zendt het advies aan de voorzitter van de raad met het verzoek het op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad te plaatsen. 4De voorzitter van de adviescommissie wordt in de gelegenheid gesteld in de vergadering van de raad het advies van de adviescommissie toe te lichten. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel21Citeertitel en inwerkingtreding 1Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften. 2Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar vaststelling. 3Met ingang van die dag vervallen de bij besluit van 2 februari 1978 respectievelijk 17 april 1978 vastgestelde “Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften ingevolge de Wet Administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen I en II.” Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 september 2000.De secretaris, De voorzitter,