Bibob, beleidsregels toepassing wetDe burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Oud-Beijerland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; Overwegende, dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voorvloeiende bevoegdheden; Gelet op de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 3, 27 en 31 van de Drank-en Horecawet, artikelen 2.3.1.2 en 3.2.1 ev. Algemene Plaatselijke Verordening; Besluiten vast te stellen Beleidsregels voor toepassen van de wet Bibop. Hoofdstuk1 Artikel1Begripsomschrijving aAanvraag: de aanvraag om een beschikking bDe wet: de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; cHet bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de wet. dAdvies: het advies bedoeld in artikel 9 van de wet. eBeschikkingen: alle besluiten waarop de wet kan worden toegepast. fBestuursorgaan: de burgemeester en/of het college van burgemeester en wethouders evenals degenen aan wie zij een mandaat hebben verleend tot het nemen van beschikkingen. gBetrokkene: de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning. hHet onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, of de beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden, dan wel een advies bij het bureau aan te vragen. Artikel2Toepassingsbereik van de wet Bibob in de gemeente Oud-Beijerland 1Het bestuursorgaan kan, met inachtneming van wat in deze beleidsregels daarover is bepaald, de wet in beginsel toepassen bij het zich voordoen van één of meer van de op de bijlage vermelde indicatoren met betrekking tot: a. Beschikkingen zoals vermeld in: Artikel 3 van de Drank-en Horecawet, indien sprake is van een vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van ) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; Artikel 2.3.1.2 Algemene Plaatselijke Verordening, indien sprake is van een vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van ) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; Artikel 3.2.1 e.v. Algemene Plaatselijke Verordening, indien sprake is van een vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van ) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; 2Het bestuursorgaan kan, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, de wet eveneens toepassen met betrekking tot de intrekking van de in het eerste lid genoemde vergunningen. 3Behalve de in lid 1 genoemde besluiten zal het bestuursorgaan de wet in beginsel toepassen ten aanzien van bijzondere gevallen waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen, of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen. Artikel3Onderzoek 1Het onderzoek naar het zich voor doen van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de wet bestaat uit: het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking en de daarbij overgelegde gegevens, mede aan de hand van bij het bestuursorgaan bekende feiten en omstandigheden; het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie die al dan niet door middel van het in het volgende artikel bedoelde vragenformulier en de daarbij te voegen bijlagen is verstrekt door de aanvragen en gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen die het bestuursorgaan volgens de wet kan raadplegen. 2Indien het onder b. bedoelde onderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft over de mate van gevaar dat de in artikel 3 van de wet bedoelde feiten zich zullen voordoen, wordt het advies als bedoeld in artikel 9 van de wet ingewonnen bij het bureau. Artikel4Informatieverstrekking 1In door of namens het bestuursorgaan bepaalde gevallen moet betrokkene naast de gebruikelijke aanvraagformulieren, Bibob vragenformulieren invullen en bij het bestuursorgaan indienen. Daarbij dienen de documenten te worden gevoegd die in de vragenformulieren zijn vermeld en/of die bij de uitreiking van de formulieren door of namens het bestuursorgaan zijn genoemd. Ten aanzien van de gevallen waarin in beginsel om invulling of indiening van het vragenformulier zal worden verzocht, wordt verwezen naar de bij deze beleidsregel behorende en daarvan deel uitmakende indicatorenlijst. 2De in het eerste lid bedoelde vragenformulieren bevatten in elk geval de in artikel 30, tweede lid van de wet genoemde vragen en daarnaast aanvullende vragen die het bestuursorgaan zo goed mogelijk in staat stellen het onderzoek als bedoeld in artikel 4 te verrichten. De vragenlijsten worden door het bestuursorgaan vastgesteld. Vastgesteld op 12 september 2006Burgemeester en wethouders van Oud-BeijerlandJ. Brouwer T. Netelenbossecretaris burgemeester Bijlage bij Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bibob1 De volgende situaties (= geen limitatieve opsomming) kunnen erop duiden dat er gevaar bestaat dat de vergunning zal worden gebruikt voor het benutten van uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.