Marktreglement 2009Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving De in artikel 1 van de Marktverordening gemeente Oud-Beijerland 2009 gegeven begripsomschrijvingen zijn van overeenkomstige toepassing op deze nadere regels. Artikel2Marktcommissie 1Het college kan besluiten een marktcommissie in te stellen; 2De marktcommissie heeft tot doel in goed overleg wijzigingen door te voeren en problemen op te lossen; 3De marktcommissie wordt gevormd door: een medewerker van de gemeente welke desgewenst als voorzitter optreedt; een drietal vertegenwoordigers van de marktkooplieden; de gecontracteerde kramenzetter. 4De op de markt werkzame marktkooplieden dragen zorg voor de selectie en afvaardiging van de onder lid 3 sub b. genoemde vertegenwoordigers. 5De marktcommissie zal in aanleg drie maal per kalenderjaar bijeenkomen voor een overlegvergadering. Hiervan kan naar inzicht worden afgeweken. Artikel3Brancherings- en Inrichtingsplan 1Het college zal ten behoeve van de branchering van de markt een brancheringsplan vaststellen. 2Het college zal ten behoeve van de inrichting van de markt periodiek een inrichtingsplan vaststellen. 3Op het inrichtingsplan is een lijn aangegeven, welke de streep van RVS-stenen in het straatwerk markeert. Plaatsing van kramen en wagens dient plaats te vinden met inachtneming van de navolgende richtlijnen: Alle kramen dienen opgesteld te worden achter de RVS-stenen; Verlengers zijn slechts toegestaan achter de RVS-stenen; Wagens met vaste klep zijn toegestaan mits de klep zich in geopende toestand achter de RVS-stenen bevindt; Uitstallingen en stellingen voorbij de RVS-streep en aan de overzijde van de kraam op de stoep zijn niet toegestaan. 4Van de in het vorige lid onder c genoemde richtlijn kan het college op aanvraag ontheffing verlenen. De ontheffing houdt in dat het is toegestaan dat de klep van de marktwagen zich boven de obstakelvrije zone voorbij de RVS-stenen bevindt, indien er onder de klep niets is uitgestald. In gesloten toestand dient de klep zich dan achter de RVS-stenen te bevinden. 5Het inrichtingsplan zal halfjaarlijks in januari en juli in geactualiseerde vorm worden vastgesteld. Hoofdstuk2Bepalingen over vergunningen Artikel4Inhoud vaste standplaatsvergunning 1Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst; dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 2Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht. Artikel5Inschrijving op de anciënniteitlijst Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort. Artikel6Inschrijving op de wachtlijst 1Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst, indien hij voldoet aan de in artikel 6 van de Marktverordening gemeente Oud-Beijerland 2008 gestelde vereisten, maar aan hem geen vaste standplaats kan worden toegewezen. 2Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval: de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager; de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen; de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort; de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. 3Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving. 4De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd. Artikel7Doorhalen van inschrijving op wachtlijst De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald: indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1 januari heeft verlengd; op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; bij overlijden van de ingeschrevene; wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste standplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; indien niet meer aan de vereisten van artikel 6 Marktverordening gemeente Oud-Beijerland 2009 wordt voldaan. Artikel8Volgorde toewijzing vaste standplaatsen Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan: de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst; degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst. Artikel9Overschrijving vaste standplaatsvergunning 1In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeeindiging kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. 2Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind of een medewerk(st)er van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst. 3Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. Artikel10Toewijzing dagplaats 1Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen. 2De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf vóór 9.30 uur aanmelden bij de marktmeester. Artikel11Toewijzing standwerkersplaats 1Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting. 2Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. 3Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. Artikel12Vier weken regeling standwerkers Aan standwerkers wordt niet vaker dan eens in de vier weken een standwerkersplaats toegewezen tenzij zij in de tussenliggende weken steeds een ander artikel ter verkoop aanbieden. Artikel13Standwerken Indien een standwerker door zijn gedrag op de markt niet als zodanig kan worden aangemerkt kan het college besluiten een voorwaardelijke ontzegging op te leggen. De voorwaardelijke ontzegging houdt in dat de standwerker de eerstvolgende driemaal dat hij aan de markt deelneemt, binnen een periode van maximaal dertien weken, aan de voorwaarden voor standwerken dient te voldoen. Indien een standwerker met een voorwaardelijke ontzegging zijn gedrag niet in overeenstemming brengt met dat wat van een standwerker verwacht mag worden kan het college hem voor een periode van 3 maanden uitsluiten van de loting voor een standwerkersplaats. Hoofdstuk3Bepalingen over het gebruik van de standplaats Artikel14Persoonlijk innemen standplaats; bijstand 1De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan. Artikel15Verzorging standplaats De vergunninghouder dient: ervoor te zorgen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt, zijn kraam aan de voorzijde tussen verkoopblad en grond af te schermen, de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein niet te hinderen of te belemmeren, zich niet langer dan dertig minuten van zijn uitstalling te verwijderen en deze in zulks een geval niet onbeheerd achter te laten, tijdens en na afloop van de markt zelf zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke in te zamelen; voordat hij het marktterrein verlaat zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon achter te laten en het afval in de daarvoor bestemde afvalbakken te deponeren. De vergunninghouder aan wie vergunning is verleend geringe eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, dient aan de voorzijde van zijn standplaats voldoende afvalbakken te plaatsen. Het is de standplaatshouder zonder ontheffing van het college verboden op zijn standplaats: gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting; elektriciteit of water te betrekken van een ander dan degene die door het college voor het leveren daarvan is aangewezen of om zelf hierin te voorzien. gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid; radio’s, cd-spelers en overige geluidsapparatuur aanwezig te hebben met een ander doel dan de verkoop daarvan; verwarmingstoestellen of bak- en kookinstallaties te gebruiken. Het college kan van de onder a tot en met e genoemde verboden ontheffing verlenen onder door hem te stellen voorwaarden. Het is verboden zonder vergunning van het college op het marktterrein kramen, tafels en dergelijke te plaatsen of op te slaan of gebruik te maken van verkoopwagens. Artikel16Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden 1De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. 2De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college. Artikel17Ontheffing en vervanging 1In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting uit artikel 11. 2Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon. Artikel18Legitimatie en identiteit vergunninghouder 1Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is. 2De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven. Artikel19Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen 1Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 3 uur voor aanvang en meer dan 2 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren. 2De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. 3Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 10.00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. Hoofdstuk4Overige bepalingen Artikel20Verboden artikelen 1Het is verboden artikelen, welke krachtens een besluit van het college niet op de markt verhandeld mogen worden, op de markt in voorraad te houden, uit te stallen, ten verkoop aan te bieden of te verkopen. 2Het college kan, indien hen dit in het belang van de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt, de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden. Artikel21Beschikbaarheid van het marktterrein Het is verboden op het marktterrein van drie uren voor de aanvang van de markt tot twee uren na beëindiging ruimte in te nemen met een voertuig, goederen of anderszins, zonder vergunning van burgemeester en wethouders. Artikel22Rondlopen of – rijden met waren 1Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen of waren ten verkoop rond te lopen of te rijden. 2Van het bepaalde in het eerste lid kan het college ontheffing verlenen voor zover het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel15Intrekken oude regeling Het Huishoudelijk reglement marktverordening Oud-Beijerland 2004, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 februari 2004, wordt ingetrokken. Artikel16Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking de dag nadat de marktverordening gemeente Oud-Beijerland 2009 in werking is getreden. Artikel17Citeertitel Dit reglement wordt aangehaald als: Marktreglement gemeente Oud-Beijerland 2009. Oud-Beijerland, 17 maart 2009Het college van Oud-Beijerlandde secretaris de burgemeester
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.