De raad van de gemeente Skarsterlân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 87h/2009 en 18/2012; gelet op artikel 8, eerste lid onder d en artikel 36 van de Wet werk en bijstand; gezien het advies van de Cliëntenraad WWB; besluit: vast te stellen de: Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Skarsterlân Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a wet: de Wet werk en bijstand b college: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Skarsterlân c WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten d WSF 2000: Wet Studiefinanciering e bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet f WIJ-norm: de op grond van hoofdstuk 4 van de Wet investeren in jongeren op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde verhoging of verlaging; g gehuwdennorm: artikel 21, onderdeel c van de wet h peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat. Artikel2Voorwaarden 1Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden voorafgaande aan de peildatum aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan gemiddeld 105% van de voor jongere jonger dat 27 jaar geldende WIJ-norm en voor de belanghebbende van 27 jaar of ouder de voor hem geldende bijstandsnorm. 2Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF
- Artikel3Hoogte van de toeslag 11 De langdurigheidstoeslag bedraagt: a voor gehuwden, tezamen: 40% van de gehuwdennorm; b voor alleenstaande ouders: 36% van de gehuwdennorm; c voor alleenstaanden: 28% van de gehuwdennorm. 2In afwijking van het eerste lid bestaat de langdurigheidstoeslag voor personen die in een inrichting verblijven uit 50% van de in het eerste lid genoemde percentages. 3De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt elk jaar per 1 januari aangepast. Artikel4Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, dan wel de toepassing van het criterium laag inkomen leidt tot een klaarblijkelijke hardheid, beslist het college. Artikel4aWijziging betekenis begrippen 1Waar in deze verordening de begrippen 'alleenstaande', 'alleenstaande ouder' en 'gezin' worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. 2Waar in deze verordening wordt gesproken over 'gehuwde(n)' of 'gehuwdennorm' hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als 'gezin', bedoeld in artikel 4, respectievelijk 'gezinsnorm', bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet. Artikel4bAanpassing hoogte Langdurigheidstoeslag Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Artikel5Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 oktober
- Artikel6Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009-
- Aldus besloten door de raad van de gemeente Skarsterlân in zijn openbare vergadering van 29 februari
- De raad voornoemd, voorzitter griffier