← Nederland

Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Skarsterlân (Skarsterlân)

De raad van de gemeente Skarsterlân; gelezen het voorstel van voorzitter en griffier, nummer 16/2010; besluit vast te stellen Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Skarsterlân HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; b raadsgriffier: de raadsgriffier of diens plaatsvervanger; c amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; d subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm ge-schikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; e motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; f voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; g initiatiefvoorstel: voorstel door een raadslid gedaan, buiten de agenda vallend, dat zo spoe-dig mogelijk op de agenda van de vergadering van de raad geplaatst wordt; h interpellatie: een verzoek tot het stellen van vragen of het uiten van de wens om inlichtin-gen te krijgen over een niet geagendeerd onderwerp. Artikel2De voorzitter 1De voorzitter is belast met: a het leiden van de vergadering; b het handhaven van de orde; c het doen naleven van het Reglement van Orde; d hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2De voorzitter verleent het woord, formuleert de conclusies waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede. Artikel3De raadsgriffier 1De raadsgriffier is in elke vergadering van de gemeenteraad aanwezig. 2Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de raadsgriffier vervangen door de plaatsvervangend raadsgriffier. 3Hij kan indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel4Het presidium 1De raad heeft een presidium. 2Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De raadsgriffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 3De voorzitter kan op eigen initiatief of op verzoek van de leden van het presidium voor-stellen de secretaris/directeur uit te nodigen voor het overleg van het presidium. 4Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt. 5De voorzitter roept het presidium bijeen voor het vaststellen van de voorlopige agenda van de commissies en de raad. 6Besluitvorming door het presidium betreft slechts procedurele, organisatorische en/of huishoudelijke zaken. 7Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. 8De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. Artikel5 Vervallen HoofdstukIIToelating nieuwe leden; fracties Artikel6Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders 1Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de voorzitter een commissie in be-staande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden van de raad en de processen-verbaal van de stembureaus. 2De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt be-slist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid. Artikel7Fracties 1De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verko-zen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke frac-tie beschouwd. 2Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger op-treden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad. HoofdstukIIIVergaderingen Paragraaf1Tijd van vergaderen; voorbereidingen Artikel8Vergaderfrequentie 1De vergaderingen vinden in de regel plaats op de laatste woensdag van de maand en van-gen aan om 20.00 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. 2De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium. Artikel9Oproep 1De voorzitter zendt ten minste zes dagen vóór een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, tijd en plaats van de vergadering. 2De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25 eerste en tweede lid van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden. 3Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10 tweede lid, wor-den deze agenda en de daarop vermelde voorstellen, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad gezonden. Artikel10Agenda 1Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agen-da vast als bedoeld in artikel 4, lid

  1. 2In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 3Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of onderwerpen van de agenda afvoeren. 4Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 5Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van be-handeling van de agendapunten wijzigen. Artikel11De wethouder Van de wethouders wordt verwacht dat zij tijdens de vergadering van de raad aanwezig zijn en, indien zij daartoe door de voorzitter worden uitgenodigd, aan de beraadslagingen deelnemen. Artikel12De gemeentesecretaris/directeur 1Van de gemeentesecretaris/directeur wordt verwacht dat hij/zij tijdens de vergadering van de raad aanwezig is. 2Hij/zij kan, indien hij/zij daartoe door de raad wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel13Ter inzage leggen van stukken 1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, wor-den gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het ge-meentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving be-doeld in artikel
  2. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt door een lid van de raad niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden gesteld. 4Indien omtrent stukken op grond van artikel 25 eerste of tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder be-rusting van de raadsgriffier en verleent de raadsgriffier de leden van de raad inzage. Artikel14Openbare kennisgeving 1De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of in het gemeentelijk informatieblad of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2De openbare kennisgeving vermeldt: a de datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering; b de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij beho-rende voorstellen kan inzien; c de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel
  3. 3De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien elektronisch be-schikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Artikel15Verhindering tot bijwonen Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen, geeft daarvan zo mogelijk vóór de aan-vang van de vergadering kennis aan de voorzitter. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel16Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en raadsgriffier door on-dertekening vastgesteld. Artikel17Zitplaatsen 1De voorzitter, de leden van de raad en de raadsgriffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris/directeur en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel18Opening vergadering; quorum 1De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel19Spreekrecht burgers 1Na opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers het woord voeren over gea-gendeerde onderwerpen. De totaal beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten. 2Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 3Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit voor de vergadering via de centrale balie aan de raadsgriffier. Hij/zij vermeldt daarbij zijn/haar naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Artikel20Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; vanaf het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel21Verslag 1De verslaglegging tijdens de vergadering vindt plaats door middel van opname op een geluidsdrager. Deze wordt onmiddellijk na de vergadering geblokkeerd en in de archiefplaats van het gemeentehuis voor bewaring aangeboden, tevens wordt de geluidsdrager gebruikt voor het opmaken van de ontwerpnotulen. 2Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. 3Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld 4De leden, de voorzitter, de wethouders, de gemeentesecretaris/directeur en de raadsgriffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. 5Het verslag moet inhouden: a de namen van de voorzitter, de raadsgriffier, de wethouders, de gemeentesecretaris/directeur en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden; d een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; e de volledige tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en amendementen en subamendementen; f bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 29 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen; g een overzicht van de toezeggingen en aandachtspunten, zoals die tijdens de vergadering naar voren zijn gekomen. 6Het verslag wordt opgesteld onder de zorg van de raadsgriffier. 7Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de raadsgriffier ondertekend. 8Aan de hand van het verslag wordt een besluitenlijst opgesteld. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Artikel22Ingekomen stukken 1Bij de raad ingekomen stukken waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd. 2Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel23Spreekregels 1De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Artikel24Volgorde sprekers 1Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. Artikel25Aantal spreektermijnen 1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op: a de rapporteur van een commissie; b het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van orde. Artikel26Spreektijd Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Artikel27Handhaving orde; schorsing 1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel28Beraadslaging 1De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslagingen voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden gelegenheid te geven tot onderling beraad. 3De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel29Deelname aan de beraadslaging door anderen 1De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de voorzitter, de griffier, de wethouder en de gemeentesecretaris/directeur deelnemen aan de beraadslaging. 2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agenda-punt een aanvang wordt genomen. Artikel30Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel31Beslissing 1Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Artikel32Verdaging De raad kan op voorstel van de voorzitter of van een lid besluiten, de vergadering te verdagen als er in redelijkheid onvoldoende tijd blijkt te zijn om de nog te behandelen onderwerpen die de orde van de dag uitmaken, naar behoren te behandelen. Artikel33Sluiting vergadering Nadat, onverminderd het bepaalde in artikel 32, alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, sluit de voorzitter de vergadering. Paragraaf3Nieuw Paragraaf Artikel34Algemene bepaling over stemming 1De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet (het niet kunnen deelnemen aan stemming in geval van mogelijke belangenverstrengeling) van stemming te hebben onthouden. 3Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4De raadsgriffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 20 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 5Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 6De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 8De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel35Stemming over amendementen en moties 1Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel36Stemming over personen 1Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, vormen de voorzitter en de raadsgriffier het stembureau. 2Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De vergadering kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeen-tewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a een blanco ingevuld stembriefje; b een ondertekend stembriefje; c een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7Onder de zorg van de raadsgriffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel37Herstemming over personen 1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel38Beslissing door het lot 1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, gelijke, briefjes geschreven. 2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. HoofdstukIVRechten van leden Artikel39Amendementen 1Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen be-raadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling te kunnen worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel40Moties 1Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. 2Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging daarover plaats. 4De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 5Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel41Voorstellen van orde 1De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel42Initiatiefvoorstellen 1Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 2De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daarop volgende vergadering geplaatst. 3De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voor-stellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie of voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Artikel43Collegevoorstel 1Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel44Interpellatie 1Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel45Schriftelijke vragen 1Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of een schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijke lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4De antwoorden worden door het verantwoordelijke lid van het college of de burgemeester aan de leden van de raad medegedeeld. 5De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 22 aan de leden van de raad toegezonden. 6De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel46Rondvraag 1Op de agenda, als bedoeld in artikel 10, is ruimte voor de rondvraag. 2Het lid van de raad dat tijdens de rondvraag een vraag of vragen wil stellen meldt dit onder aanduiding van het onderwerp voor aanvang van de vergadering via de griffie bij de voorzitter. 3De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde onderwerpen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld. 4Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller. 5Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desge-wenst een tweede termijn om aanvullende vragen te stellen, waarna het college of de burgemeester in tweede termijn de aanvullende vragen kan beantwoorden. 6Tijdens de rondvraag worden geen interrupties toegelaten. Artikel47Inlichtingen 1Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid en 180, derde lid van de Gemeentewet verlangt wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 2Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift toegezonden aan de raad. 3De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. HoofdstukVBegroting en rekening Artikel48Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek en de behandeling van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt. Artikel49Procedure rekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit, volgens een procedure die de raad vaststelt. HoofdstukVILidmaatschap van andere organisaties Artikel50Verslag; verantwoording 1Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris/directeur, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. 2Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 45, zijn van overeenkomstige toepassing. 3Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 47, zijn van overeenkomstige toepassing. 4Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. HoofdstukVIIBesloten vergadering Artikel51Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toe-passing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel52Verslag 1Het conceptverslag van een besloten vergadering wordt aan de leden toegezonden. 2Dit conceptverslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de raadsgriffier ondertekend. Artikel53Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere wijze kennis heeft van de stukken. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel54Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van gestelde in artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid of artikel 86, tweede en derde lid van de Gemeentewet voornemens is de geheim-houding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. HoofdstukVIIIToehoorders en pers Artikel55Toehoorders en pers 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel56Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter. Artikel57Gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is het tijdens de vergadering niet toegestaan om op een hinderlijke wijze gebruik te maken van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen. HoofdstukIXSlotbepalingen Artikel58Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel59In werking treden 1Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking in de Jouster Courant. 2Op dat tijdstip vervalt het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Skarsterlân, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 november 2003, nummer
  4. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 24 februari 2010 van de gemeenteraad van Skarsterlân. De raad voornoemd, voorzitter griffier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.