De raad van de gemeente Skarsterlân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 48/2010 en 18/2012; gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onderdeel c en artikel 30 van de Wet werk en bijstand (WWB); overwegende dat de gemeenteraad bij verordening regels moet vaststellen voor welke categorieën van belanghebbenden de norm en/of toeslag wordt verhoogd of verlaagd en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald; gezien het advies van de Cliëntenraad WWB; besluit: vast te stellen de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand. Hoofdstuk1 Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: a de wet: de Wet werk en bijstand; b gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet. c college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Skarsterlân; d kind: eigen kind, stiefkind, kleinkind of pleegkind. Artikel2 De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten 27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn. Hoofdstuk2 Artikel3 1De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder indien de belanghebbende de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 3Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: • kind(eren met een inkomen op grond van de Wet op de Studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten en wiens in aanmerking te nemen inkomen niet meer bedraagt dan het bedrag als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de wet. Hoofdstuk3 Artikel4 1De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden indien de belanghebbenden de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 2Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: • kind(eren) met een inkomen op grond van de Wet op de Studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten en wiens in aanmerking te nemen inkomen niet meer bedraagt dan het bedrag bedoeld in artikel 4 lid 2 van de wet. Hoofdstuk4Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012 Artikel4aWijziging betekenis begrippen 1Waar in deze verordening de begrippen 'alleenstaande', 'alleenstaande ouder' en 'gezin' worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. 2Waar in deze verordening wordt gesproken over 'gehuwde(n)' of 'gehuwdennorm' hebben deze begrippen vanaf 1 jnauri 2012 dezelfde betekenis als 'gezin', bedoeld in artikel 4, respectievelijk 'gezinsnorm', bedoeld in artikel 21, eerste lid van de wet. Artikel4bWijziging verwijzingen Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel c, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 21, eerste lid van de wet. Artikel4cIntrekking WIJ In afwijking van artikel 2 zijn de bepalingen van deze verordening vanaf 1 januari 2012 evenzo van toepassing op personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. Artikel4dVerlaging toeslag alleenstaande van 21 en 22 jaar 1De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt: a 20% van de gehuwdennorm indien het een jongere van 21 jaar betreft; b 10% van de gehuwdennorm indien het een jongere van 22 jaar betreft. 2In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van het eerste lid zou leiden. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel5 Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening Wet werk en bijstand
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.