Verordening op de raadcommissie tot herbenoeming van de burgemeesterArtikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. De minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. De commissaris: de commissaris van de Koningin in de provincie Overijssel; c. De burgemeester: de burgemeester van de gemeente Staphorst; d. De commissie: de vertrouwenscommissie, zijnde een raadscommissie, die belast is met de voorbereiding van de aanbeveling inzake de herbenoeming van de burgemeester. e. De griffier: de griffier van de gemeente Staphorst. Artikel2Taak van de commissie 1De commissie heeft tot taak de aanbeveling van de raad voor de herbenoeming van de burgemeester voor te bereiden. 2De commissie vormt zich in dat kader een oordeel over het functioneren van de burgemeester. 3De commissie hanteert daarbij als toetsingscriteria in beginsel de eisen van de profielschets. 4De commissie vormt zich een oordeel onder meer door een gesprek met de burgemeester over het functioneren in de afgelopen periode en maakt eventuele afspraken over de toekomstige periode. 5De commissie neemt bij de vervulling van haar taak het gestelde in de circulaire van de minister van BZK d.d. 21 november 2001, in acht. Artikel3Werkwijze van de commissie 1De commissie stelt een verslag op, dat bij meerderheid van stemmen wordt vastgesteld. In het verslag kunnen leden van de commissie blijk geven van een minderheidsstandpunt. 2In het verslag wordt melding gemaakt van de gevolgde werkwijze van de commissie. 3In het verslag worden, indien van toepassing, de afspraken met de burgemeester vastgelegd die zijn gemaakt voor het functioneren in de nieuwe periode. 4De commissie brengt over haar oordeel schriftelijk, onder geheimhouding, verslag uit aan de raad. Dit verslag is voorzien van een concept aanbeveling. Deze stukken worden besproken in een besloten vergadering van de raad. Artikel4Samenstelling commissie 1De commissie bestaat uit de voorzitters van de vijf fracties uit de raad. 2De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 3De commissie kent geen plaatsvervangende leden. Artikel5Ambtelijke ondersteuning 1De griffier is secretaris van de commissie en draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de commissie. 2De secretaris van de commissie is geen lid van de commissie. 3De plaatsvervangend griffier vervangt zonodig de secretaris van de commissie. Artikel6Vergaderingen 1De vergaderingen van de commissie zijn besloten. 2De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit noodzakelijk achten. 3De voorzitter doet van elke vergadering tenminste vierentwintig uur tevoren aankondiging aan de leden van de commissie. 4De commissie vergadert niet als niet tenminste de helft plus één van het aantal leden aanwezig is. Artikel7Geheimhouding 1De commissie legt in elke vergadering, met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering. 2De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het vorige lid wordt voldaan. 3De commissie en haar leden verstrekken geen inzage in de stukken noch informatie over de stukken en over het behandelde in haar vergadering aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 3, lid 4. 4De commissie, noch de gemeenteraad zal de geheimhouding waartoe het eerste lid verplicht, opheffen. 5De geheimhouding blijft na ontbinding van de commissie van kracht. 6Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de secretaris van de commissie, evenals ambtelijke ondersteuning zoals bedoeld in art. 5 van deze verordening. Artikel8Overleg tussen de commissie en de burgemeester 1De commissie kan bij de aanvang van haar werkzaamheden een gesprek hebben met de burgemeester. 2Alvorens het verslag aan de raad te zenden, bespreekt de commissie het concept met de burgemeester. 3De commissie zendt het verslag gelijktijdig aan de raad en de burgemeester. De burgemeester kan, voorafgaand aan de bespreking in de raad, schriftelijk zijn zienswijze over het verslag geven. Op dit document is de geheimhouding van toepassing. Artikel9Ontbinding vertrouwenscommissie De vertrouwenscommissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgend op die waarop de minister een besluit heeft genomen op de aanbeveling van de raad. Artikel10Archivering van stukken 1De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat op het tijdstip bedoeld in artikel 9 alle archiefbescheiden die door de commissie zelf zijn opgemaakt onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als geheim worden overgebracht naar een krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats. 2Zij dragen er eveneens zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de volgende leden van dit artikel. 3Van de in het eerste lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15 lid 1 sub. a en c van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar. 4Alle overige bescheiden en kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd. Artikel11Contactpersoon 1De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten. 2Alle stukken bestemd voor de commissie worden gericht aan de voorzitter en gezonden aan het privé-adres van de secretaris en aldaar bewaard. 3Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend en vanaf het privé-adres van de secretaris verzonden. Artikel12Onvoorziene omstandigheden In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire van de minister d.d. 21 november 2001 niet voorziet, beslist de commissie. Artikel13Inwerkingtreding en vervaldatum 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar vaststelling. 2Deze verordening vervalt met ingang van de dag volgend op die waarop door de minister een besluit is genomen op de aanbeveling van de raad.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.