Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2010Artikel1Begripsomschrijvingen 1a. Perceel: een onroerende zaak als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ, of een zelfstandig gedeelte daarvan.b. Gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater en/of grondwater, in eigendom, beheer of in onderhoud bij de gemeente. c. Verbruiksperiode: De periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft.d. Water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater en/of grondwater. 2Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde, die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam “rioolheffing” wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; enb. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1Onder de naam ´rioolheffing´ wordt een directe belasting geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2Als gebruiker wordt aangemerkt: Degene die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;a. Gebruik door leden van een huishouden wordt aangemerkt als gebruik door een door de heffingsambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.b. Het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar:a. Het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd;b. Een percentage van de WOZ-waarde voor percelen die enkel hemel- of grondwater afvoeren. 2Het aantal kubieke meters leiding- en grondwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters leiding- en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid leiding- en grondwater door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3De hoeveelheid water die is verkregen door middel van een pompinstallatie wordt vastgesteld aan de hand van een door de belastingplichtige in te vullen aangiftebiljet.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:- watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt leiding- en grondwater kan worden afgelezen, of- bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. 4De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig andere wettelijke bepaling. 5De volgens het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. 6Voor een perceel als bedoeld in lid 1c is de waarde in het economische verkeer de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde, zoals deze voor het in artikel 6 bedoelde kalenderjaar geldt. 7Als voor het perceel als bedoeld in lid 1c geen waarde volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald volgens het bepaalde in de artikelen 17,18 en 20 tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel6Tarieven 1De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt per jaar: Bij een hoeveelheid afvalwater van:≤ 25 m³: € 96,-26 – 50 m³: € 162,-51 - 500 m³: € 207,-501 – 750 m³: € 275,-751 – 1000 m³: € 340,- 2Per elke 100 m³, of een gedeelte daarvan, boven de 1000 m³: € 18,- 3Voor een perceel dat enkel hemelwater- of grondwater afvoert: 0,15% van de WOZ-waarde tot een maximum van € 207,-. 4Als sprake is van een veehouderij wordt het tarief als bedoeld in lid 1 berekend naar maximaal 750 kubieke meters toegevoerd of opgepompt leiding- of grondwater. 5Garageboxen worden berekend volgens het tarief van lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.