Verordening Persoonsgebonden budget Begeleid werkenRAADSBESLUITBesluit nr.: 75371Onderwerp: Verordening Persoonsgebonden budget Begeleid werken Wet sociale werkvoorziening gemeente Albrandswaard De raad van de gemeente Albrandswaard; Gelezen het voorstel van het college van de gemeente Albrandswaard d.d. 1 december 2009; Gelet op: -artikel 7 lid 10 van de Wet sociale werkvoorziening;-het doel van de Wet sociale werkvoorziening, te weten het bieden van aangepaste arbeid aan zoveel mogelijk arbeidsgehandicapten die zijn geïndiceerd voor de WSW; Overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen met betrekking tot het verstrekken van persoonsgebonden budgetten voor begeleid werken WSW; B E S L U I T : vast te stellen de Verordening Persoonsgebonden budget Begeleid werken Wet sociale werkvoorziening gemeente Albrandswaard Artikel1Definities De verordening verstaat onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard; WSW: de Wet sociale werkvoorziening; periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten; WSW-geïndiceerde: een persoon, die blijkens een indicatiebeschikking of een herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de WSW tot de doelgroep behoort; PGB: Persoonsgebonden Budget; uitvoeringskosten: de kosten van het beoordelen van aanvragen en alle daarmee samenhangende administratieve handelingen, het monitoren van het PGB, het voeren van gesprekken met de begeleidingsorganisatie en de werkgever en het bepalen van de loonwaarde. Artikel2Doel persoonsgebonden budget Met het toekennen van een persoonsgebonden budget wordt beoogd om geïndiceerden in staat te stellen zelf een werkgever en een begeleidingsorganisatie te vinden en in overleg met hen een arbeidsplaats te realiseren, daarbij gelet op de specifieke capaciteiten en mogelijkheden van de geïndiceerde. Artikel3Hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten De jaarlijkse uitvoeringskosten bedragen maximaal 15% van het jaarbedrag dat per WSW-geïndiceerde beschikbaar is. Als er aanleiding is dit percentage te wijzigen, dan besluit het college daartoe uiterlijk voor 31 december, voorafgaand aan het kalenderjaar met ingang waarvan het nieuwe percentage geldt. Artikel4Voorwaarden werkgever en begeleidingsorganisatie 1Het college verstrekt op aanvraag aan iedere WSW-geïndiceerde die daar recht op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken WSW, indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de arbeidsplaats voor de WSW-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld. 2De werkgever voldoet aan de volgende eisen: Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, met uitzondering van overheidsinstellingen of daaraan gelieerde instellingen; De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op de indicatiestelling en mogelijkheden van de WSW-geïndiceerde als passend aan te merken; De duur van het dienstverband bedraagt tenminste zes maanden met een mogelijkheid tot verlenging; De werkgever garandeert dat vanuit het bedrijf voldoende begeleiding wordt geleverd aan de WSW-geïndiceerde bij de uitoefening van diens taken. Daarnaast is er een vaste contactpersoon binnen het bedrijf aanwezig voor gesprekken met de begeleidingsorganisatie. 3De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende eisen: De begeleidingsorganisatie staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; De begeleidingsorganisatie voldoet aan een landelijk erkend keurmerk voor begeleidingsorganisaties en/of re-integratiebedrijven of kan op andere wijze aantonen over voldoende ervaring en expertise te beschikken. Artikel5De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de werkgever 1Het college stelt op voorstel van de WSW-geïndiceerde de hoogte van de subsidie aan de werkgever vast. 2Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 60% van het jaarbedrag dat per WSW geïndiceerde beschikbaar is en niet hoger is dan 60% van het bruto loon van de WSW-geïndiceerde, wordt de loonkostensubsidie door het college op dat bedrag vastgesteld. Als er aanleiding is dit percentage te wijzigen, dan besluit het college daartoe uiterlijk voor 31 december, voorafgaand aan het kalenderjaar met ingang waarvan het nieuwe percentage geldt. 3Indien bij toepassing van het vorige lid het college gerede twijfel heeft aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie vindt, in afwijking van het vorige lid, een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij kan een externe deskundige worden ingeschakeld. 4Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 en 11 van deze verordening vindt jaarlijks een loonwaardebepaling plaats in geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Artikel6Herziening van de loonkostensubsidie 1Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de werknemer, aanleiding voor is. 2De loonkostensubsidie kan ambtshalve, of op advies van de begeleidingsorganisatie, worden gewijzigd als hier gerede aanleiding toe is; Artikel7De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie 1De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang van het aantal uren begeleiding wordt door partijen in onderling overleg vastgesteld, met een maximum van 15% van het jaarbedrag dat per WSW-geïndiceerde beschikbaar is. Tussentijdse aanpassingen hierin zijn mogelijk indien partijen dit overeenkomen. 2De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in aanmerking als dit leidt tot het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst. Artikel8Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht 1Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als blijkt dat de aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn en het niet redelijk is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen. 2Kosten voor de aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten voortvloeiend uit Arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet in aanmerking voor vergoeding door het college. 3Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een dienstverband van minimaal zes maanden. 4Afhankelijk van de aard van de voorzieningen die moeten worden getroffen en de mate van handicap wordt in overleg tussen werkgever en de begeleidingsorganisatie de vergoeding voor het aanpassen van een werkplek vastgesteld. Deze vergoeding bedraagt maximaal 10% van het jaarbedrag dat per WSW-geïndiceerde beschikbaar is. 5Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding. Artikel9Indienen van de aanvraag 1De aanvraag voor een PGB wordt ingediend door middel van een volledig ingevuld en gemotiveerd aanvraagformulier, dat door de WSW-geïndiceerde of zijn of haar vertegenwoordiger, de werkgever en de begeleidingsorganisatie is ondertekend. 2Het college stelt een aanvraagformulier hiervoor beschikbaar. Artikel10Beslistermijn 1Het college besluit over de aanvraag binnen zes weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2Het college kan dit besluit met ten hoogste drie weken verdagen en stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel11Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder geval. De hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan worden aangepast; De wijze van bevoorschotting van de subsidie; De verplichtingen van de werkgever; De gegevens van de begeleidingsorganisatie. Artikel12Vaststelling van het subsidiebedrag 1De werkgever verstrekt binnen zes weken na afloop van het kalenderjaar een schriftelijke opgave van het door hem in het voorgaande jaar betaalde bruto loon van de WSW-geïndiceerde, vermeerderd met alle werkgeverslasten. 2Het college stelt de periodieke subsidie binnen zes weken na ontvangst van deze opgave vast. Artikel13Betaalbaarstelling De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen zes weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. Artikel14Informatieplicht werkgever 1De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie. 2De werkgever bewaart alle bewijsstukken die aan de subsidieverstrekking ten grondslag liggen tenminste drie jaren na vaststelling van de subsidie en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het college voor controledoeleinden. Artikel15Hardheidsclausule Van de bepalingen in deze verordening kan door het college worden afgeweken indien rechtstreekse toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leiden. Artikel16Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeenteAlbrandswaard in zijn openbare vergadering van 25 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.