Algemene subsidieverordening gemeente Appingedam 2008 De raad der gemeente Appingedam;gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 september 2008gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en afdeling 4.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht;B E S L U I T :vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Appingedam 2008 Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Aanvrager: alle rechtspersonen en (groepen van) natuurlijke personen die subsidie aanvragen in de zin van titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht; Activiteit: de activiteit die door de subsidieontvanger zal worden uitgevoerd en die door het gemeentebestuur kan worden gesubsidieerd; Activiteitenplan: een overzicht van de activiteiten overeenkomstig artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht; Prestatie: in meetbare eenheden omschreven resultaten; Subsidie: een aanspraak op financiële middelen, door het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het college geleverde goederen of diensten (artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht); Subsidieontvanger: een rechtspersoon of natuurlijke persoon die subsidie ontvangt op grond van deze verordening; Subsidieperiode: het in de subsidiebeschikking of de uitvoeringsovereenkomst bepaald respectievelijk overeengekomen tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt; Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies voor activiteiten binnen de door de raad vastgestelde begroting; Begrotingsvoorbehoud: een voorbehoud op het verlenen van een subsidie in de zin van artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht; Uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst die in de zin van artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht tussen de subsidieontvanger en het gemeentebestuur kan worden gesloten ter uitwerking van de subsidiebeschikking. In een uitvoeringsovereenkomst worden in ieder geval aangegeven: de looptijd van de subsidie, de maximale hoogte van het subsidiebedrag, de uit te voeren activiteiten, de beoogde prestaties, de doelgroep(en) met betrekking tot de te ontwikkelen activiteiten en de te verrichten prestaties; Beleidsregel: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan . Dit zijn regelingen ter invulling van een zekere beleids- of beoordelingsvrijheid. Subsidieverlening: de beschikking met een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en waarin het subsidiebedrag staat vermeld; Subsidievaststelling: de beschikking waarin definitief wordt beslist dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag, hetgeen het gemeentebestuur tot uitbetaling verplicht; Directe subsidievaststelling: het vaststellen van de subsidie voor de aanvang van het subsidietijdvak, zonder dat er voorafgaand een subsidieverlening plaatsvindt; Gemeente: de gemeente Appingedam; College: het college van burgemeester en wethouders van Appingedam; Raad: de gemeenteraad van Appingedam; Wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel 2 Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente toe te kennen subsidies tenzij is voorzien in een bijzondere verordening in welke voor de daarin vermelde activiteiten geheel of ten dele van deze verordening afwijkende dan wel aanvullende regels zijn opgenomen. Subsidie wordt slechts verstrekt tot maximaal het bedrag dat de raad beschikbaar heeft gesteld. Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten De gemeenteraad legt in de begroting en/of in nota’s vast welke beleidsvelden voor subsidie in aanmerking komen, welke beleidsdoelstellingen moeten worden bereikt en met welke middelen. Artikel 4 Beleidsregels Het college kan, voorzover daarin door de gemeenteraad niet is voorzien, bij een beleidsregel de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt nader bepalen, alsmede andere criteria die voor de verstrekking gelden. Artikel 5 Bevoegdheden Het college is bevoegd ten aanzien van het verstrekken van subsidies nadere regels te stellen. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de raad de benodigde gelden ter beschikking heeft gesteld. Het college is bevoegd in uitzonderlijke gevallen in afwijking van het bepaalde in lid 2 subsidie te verlenen ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd. Hierbij geldt het begrotingsvoorbehoud zoals genoemd in artikel 4:34 van de wet. Van deze voorwaarde wordt melding gemaakt bij de subsidieverlening of bij de directe vaststelling. Het college is bevoegd om voor de uitvoering van de subsidiebeschikking een uitvoeringsovereenkomst te sluiten. Artikel 6 Vaststelling en bekendmaking subsidieplafonds Het college kan jaarlijks voor een cluster van activiteiten een subsidieplafond vaststellen. Het college bepaalt hoe het beschikbare budget wordt verdeeld. De afzonderlijke subsidieplafonds worden bekendgemaakt voor aanvang van het tijdvak waarvoor ze zijn bedoeld. Artikel 7 Subsidiesoorten Deze verordening maakt een onderscheid in de volgende subsidies: Incidentele subsidie, zijnde een subsidie voor in principe eenmalige en kortdurende activiteiten; Structurele subsidie, zijnde een jaarlijkse subsidie voor activiteiten die van onbepaalde duur zijn; Budgetsubsidie, zijnde een subsidie waarbij de subsidieontvanger een bedrag krijgt toegewezen om een tevoren overeengekomen takenpakket uit te voeren, vast te leggen in een uitvoeringsovereenkomst en Waarderingssubsidie/ basissubsidie, zijnde een subsidie ter stimulering van activiteiten dan wel ter erkenning en waardering hiervan, waarbij in beginsel geen verband bestaat tussen de kosten die de subsidieontvanger maakt en de subsidie die zij ontvangt. Een waarderingssubsidie wordt tot maximaal € 750,- verstrekt en wordt gelijktijdig bij subsidieverlening vastgesteld. Hoofdstuk 2 DE SUBSIDIEAANVRAAG Artikel 8 Indiening aanvraag Een subsidieaanvraag wordt overeenkomstig artikel 4:1 van de wet ingediend bij het college. Het college kan modellen en richtlijnen voor de aanvragen tot subsidieverlening, directe subsidievaststelling en subsidievaststelling vaststellen. Artikel 9 Tijdstip indiening aanvraag Een aanvraag om een incidentele subsidie wordt ten minste 8 weken voordat met de activiteiten wordt begonnen, ingediend. Een aanvraag om een waarderingssubsidie wordt ingediend vóór 1 mei voorafgaande aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Een aanvraag om een structurele subsidie of een budgetsubsidie wordt ingediend vóór 1 mei voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Bij een te late indiening kan het college besluiten tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag. Artikel 10 Vereisten aan aanvrager Structurele subsidies en budgetsubsidies kunnen slechts worden verleend aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. Incidentele subsidies en waarderingssubsidies kunnen zowel door rechtspersonen als door natuurlijke personen worden aangevraagd. Artikel 11 Vereisten aanvraag om incidentele subsidie Een aanvraag om een incidentele subsidie bevat naast de onder artikel 14van deze verordening genoemde gegevens:a. samenstelling van het bestuur b de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd;c. een activiteitenplan;d. een begroting van de met de in het activiteitenplan vermelde activiteiten samenhangende inkomsten en uitgaven;e. gegevens over de aard en omvang van het eigen vermogen van de aanvrager enf. een opgave van de subsidiemogelijkheden die de aanvrager bij het college of bij derden heeft openstaan en van de mate waarin hiervan gebruik is of zal worden gemaakt; Het college kan met betrekking tot de subsidieaanvraag nadere regels vaststellen. Artikel 12 Vereisten aanvraag om structurele subsidie Een aanvraag om een structurele subsidie bevat naast de onder artikel 14 van deze verordening genoemde gegevens:a. eventuele wijzigingen in de samenstelling van het bestuur ten opzichte van de vorige subsidieaanvraag;b. een activiteitenplan;c. een begroting van de met de in het activiteitenplan vermelde activiteiten samenhangende inkomsten en uitgaven;d. een inhoudelijk en financieel verslag van het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend;e. gegevens over de aard en omvang van het eigen vermogen van de aanvrager;f. een opgave van de subsidiemogelijkheden die de aanvrager bij het college of bij derden heeft openstaan en van de mate waarin hiervan gebruik is of zal worden gemaakt eng. een opgave van lopende aanvragen bij het college of bij derden voor andere subsidies dan waarvoor deze aanvraag is bedoeld. Indien een subsidieontvanger voor de eerste keer subsidie aanvraagt, wordt een exemplaar van de oprichtingsakte dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd en, indien van toepassing, een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel overgelegd. Het college kan met betrekking tot de subsidieaanvraag nadere regels vaststellen. Artikel 13 Aanvullende vereisten aanvraag om budgetsubsidie Naast de in artikel 12 genoemde gegevens bevat een aanvraag om een budgetsubsidie tevens: Een beschrijving van het beoogde resultaat van de activiteiten in relatie tot de gestelde doelen, waarbij de doelstellingen specifiek en eenduidig omschreven zijn, leidende tot meetbare resultaten; Een begroting van de baten en lasten van het lopende boekjaar en het volgende boekjaar en een toelichting daarop. Artikel 14 Vereisten aanvraag om waarderingssubsidie De ondertekende aanvraag bevat ten minste:a. de naam en het adres van de aanvrager;b. de dagtekening;c. een aanduiding van de beschikking die wordt aangevraagd. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraagnodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen Artikel 15 Verzuimherstel Het college kan besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen, indien niet is voldaan aan de vereisten zoals die gesteld zijn in deze verordening, mits de aanvrager in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een door het college nader te bepalen termijn. Hoofdstuk 3 TOETSING AANVRAAG Artikel 16 Toetsingskader Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor zover deze in voldoende mate van een direct aanwijsbaar belang voor de gemeente worden geacht en passen binnen het door de gemeente geformuleerde beleid. Subsidieverstrekking aan een aanvrager die niet gevestigd of woonachtig is in de gemeente kan geschieden als:a. het activiteiten betreft die aantoonbaar aan inwoners van de gemeente ten goede zullen komen;b. de activiteiten niet al (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan dan wel,c. de activiteiten zijn gericht op uitwerking van gemeentelijke beleidsdoelstellingen die een regionaal draagvlak vereisen. a. Naar het oordeel van het college mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doelstellingen zullen worden bereikt enb. de aanvrager:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.