Weekmarktverordening 1995WEEKMARKTVERORDENING 1995 DE RAAD DER GEMEENTE DRUTEN; overwegende, dat bij raadsbesluit dd. 6 oktober 1994 is ingesteld de bestuurscommissie "Leste Mert", waarbij de uitvoering van de jaarmarktverordening "Leste Mert" aan deze commissie is toegekend; dat de "Verordening Marktcommissie" vastgesteld bij raadsbesluit dd. 26 januari 1984 is vervallen, hetgeen noopt tot een herziening van de Marktverordening 1989; dat de invoering van de Algemene wet bestuursrecht noopt tot aanpassing van de gemeentelijke verordeningen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders dd. 22 augustus 1995; gelet op artikel 149 der Gemeentewet; B E S L U I T : I.in te trekken de dd. 26 oktober 1989 vastgestelde "Marktverordening1989"; II. vast te stellen de navolgende "Weekmarktverordening 1995". Paragraaf1Algemene Bepalingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. markt: de warenmarkt welke krachtens een openbaar te maken besluit van de raad op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden; b. marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek toegankelijke grond, welke bij besluit van de raad voor het uitoefenen van de markthandel is aangewezen op de aan de verordening gehechte en als zodanig gewaarmerkte tekening; c. standplaats: de op en voor de duur van een markt door burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; d. vaste plaats: een standplaats die voor onbepaalde tijd beschikbaar wordt gesteld aan de vergunninghouder; e. dagplaats: een standplaats die per afzonderlijke marktdag beschikbaar wordt gesteld; f. standwerkersplaats: een dagplaats, bestemd voor het uitoefenen van de handel op een wijze als bij standwerken geboden is; g. vergunninghouder of standplaatshouder: ieder aan wie door burgemeester en wethouders een vergunning is afgegeven om gedurende een markt een standplaats in te nemen; h. marktmeester: de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar die namens hen de marktzaken ter plaatse regelt; Artikel2 1Op algemene erkende christelijke feestdagen, op nieuwjaarsdag en op door burgemeester en wethouders op grond van bijzondere gelegenheden daartoe aangewezen dagen wordt geen markt gehouden. 2Bij het samenvallen van een marktdag met een der in het vorige lid bedoelde dagen, kunnen burgemeester en wethouders voor het houden van de markt een andere dag aanwijzen. 3Burgemeester en wethouders kunnen, indien dringende redenen hiertoe noodzaken, tijdelijk een ander plaats voor het houden van de markt aanwijzen. Artikel3 1Burgemeester en wethouders bepalen ten aanzien van de markt: a. het aantal standplaatsen; b. de afmetingen van de standplaatsen; c. de opstelling en indeling van de markt; d. welke plaatsen op het marktterrein uitsluitend bestemd zijn voor standwerkers; e. welk gedeelte van de markt eventueel bestemd wordt voor het plaatsen van verkoopwagens. 2Burgemeester en wethouders kunnen het aantal standplaatsen per artikelgroep vaststellen. 3Burgemeester en wethouders kunnen grotere vaste plaatsen toewijzen dan de standaardmaat van de op de markt in gebruik zijnde kramen, overeenkomstig door hen tevoren vast te stellen en ter openbare kennis te brengen regelen. Artikel4 Het is verboden op het marktterrein ruimte in te nemen zonder vergunning van burgemeester en wethouders. Artikel5 1Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op het marktterrein kramen, tafels en dergelijke te plaatsen of op te slaan of gebruik te maken van verkoopwagens. 2Burgemeester en wethouders kunnen aan deze vergunning voorschriften verbinden. Artikel6 1Het is verboden voor de verlichting van een standplaats gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting, alsmede elektrische energie te betrekken van een ander dan degene, die door burgemeester en wethouders voor het leveren van elektriciteit is aangewezen, dan wel zelf hierin te voorzien. 2Burgemeester en wethouders kunnen van dit verbod ontheffing verlenen onder door hen te stellen voorwaarden. Artikel7 1Het is verboden artikelen, welke krachtens een besluit van burgemeester en wethouders niet op de markt verhandeld mogen worden, op de markt in voorraad te houden, uit te stallen, ten verkoop aan te bieden of te verkopen. 2Burgemeester en wethouders kunnen, indien hen dit in het belang van de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt, de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden. Paragraaf1Toewijzing en bezetting van standplaatsen Artikel8 1De standplaatsen op een markt worden als regel als vaste plaatsen toegewezen. 2Een vrijgekomen vaste plaats wordt als dagplaats beschouwd en blijft als zodanig aangemerkt, zolang zij niet als vaste plaats is toegewezen. Artikel9 1De toewijzing van standplaatsen geschiedt bij door burgemeester en wethouders af te geven vergunning. 2Het is verboden een andere standplaats in te nemen dan de plaats waarvoor de vergunning is afgegeven. Artikel10 Een ieder, die een standplaats op een markt inneemt of wenst in te nemen, dient zich tegenover burgemeester en wethouders te kunnen legitimeren door middel van een door een officiële instantie afgegeven, van een goedgelijkende foto voorzien, identiteitsbewijs. Hij moet dit identiteitsbewijs op eerste aanvrage aan de daartoe aangewezen ambtenaar tonen. Artikel11 1Degene die voor een standplaats in aanmerking wil komen, dient burgemeester en wethouders te verzoeken hem in te schrijven op een door hen daartoe aangelegde lijst. Bij inschrijving op deze lijst worden, naast de datum van inschrijving, de artikelen of groepen van artikelen vermeld die door de gegadigde krachtens vergunning van burgemeester en wethouders mogen worden verhandeld.De betrokkene wordt daarvan een schriftelijk bewijs verstrekt. 2Om voor inschrijving op de in het eerste lid bedoelde lijst in aanmerking te komen, dient men handelingsbekwaam te zijn en aangetoond te hebben dat men voldoet aan de in artikel 12, lid 1, sub a en c, vermelde vereisten, onverminderd het bepaalde in artikel 12, lid 2 en
- 3In afwijking van het bepaalde in het vorig lid, kan een wettig kind dan wel een gewettigd kind van een vaste standplaatshouder, dat bij voortduring zijn ouder op diens vaste plaats bijstaat, op de in het eerste bedoelde lijst worden ingeschreven indien het voldoet aan de in artikel 12, lid 5, sub a, vermelde vereisten. 4De inschrijving op grond van het voorgaande lid wordt doorgehaald zodra inschrijving op de in artikel 13, lid 2, bedoelde lijst kan plaatsvinden. Het feitelijk gebruik van rechten die uit inschrijving op bedoelde lijst voortvloeien blijft uitgesloten, zo lang de aanspraken als bedoeld in artikel 14, lid 3, bestaan. 5Een inschrijving op grond van het bepaalde in lid 3 kan worden gewijzigd in een inschrijving op grond van het bepaalde in lid
- Artikel12 1Om voor een vaste plaats in aanmerking te komen is vereist dat de aanvrager een handelingsbekwaam natuurlijk persoon is en aantoont: a. dat hij voldaan heeft aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie; b. dat hij van het uitoefenen van handel zijn hoofdberoep maakt; c. dat hij voldoende verzekerd is tegen vordering tot schadevergoeding, waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting op een markt krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden veroordeeld wegens aan derden toegebrachte schade. Betrokkene dient burgemeester en wethouders jaarlijks het bewijs over te leggen dat de door hem ter zake verschuldigde premie is voldaan. 2Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in lid 1, onder b en c, in bijzondere gevallen ontheffing verlenen. 3Een marktkoopman wordt geacht aan het in lid 1, onder c, genoemde te hebben voldaan, indien hij een geldig bewijs van lidmaatschap overlegt van een organisatie die voor haar leden een collectieve verzekering als bedoeld in lid 1, sub c, heeft afgesloten. 4De aanvrager behoort bovendien tenminste drie maanden op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst te zijn ingeschreven. Burgemeester en wethouders kunnen van deze bepaling ontheffing verlenen. 5Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde in lid 1, onder a, b en c, indien de aanvrager: a. persoonlijk voldoet aan de bij de toepasselijke vestigingsregeling gestelde eisen ter verkrijging van een vestigingsvergunning als bedoeld in de Vestigingswet Bedrijven of de Vestigingswet Detailhandel; b. op de plaatselijke markt in de uitoefening van de markthandel werkzaam zal zijn uit naam van een rechtspersoon die voldoet aan de in lid 1, onder a, b en c gestelde eisen; c. van het bedrijven van handel zijn hoofdberoep maakt. Artikel13 1Van toewijzing van een vaste plaats wordt door burgemeester en wethouders aan de standplaatshouder een vergunning afgegeven, vermeldende: a. de naam en voornamen, geboortedatum en -plaats alsmede woonplaats en adres; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met vermelding van het nummer daarvan; c. de artikelen of groep van artikelen, welke door de standplaatshouder op de hem toegewezen standplaats mogen worden verkocht. 2Vergunninghouders van vaste plaatsen worden met vermelding van en in volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste plaats is toegewezen, op een doorlopend te nummeren lijst ingeschreven. Bij deze inschrijving worden tevens de artikelen of de groep van artikelen als bedoeld in lid 1, onder c, vermeld. Artikel14 1Bij de toewijzing van vaste plaatsen, waartoe op gezette tijden, doch tenminste éénmaal per jaar wordt overgegaan, komen daarvoor allereerst in aanmerking de vergunninghouders van vaste plaatsen die aan burgemeester en wethouders de wens te kennen hebben gegeven van standplaats te willen veranderen, zulks in volgorde waarin zij op de in artikel 13, lid 2, bedoelde lijst zijn ingeschreven. 2Daarna komen in aanmerking degenen die zich op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst hebben laten inschrijven, zulks in volgorde van hun inschrijving op deze lijst. 3Degene die op grond van artikel 11, lid 3, op de in het tweede lid van dit artikel bedoelde lijst is ingeschreven, kan geen vaste plaats worden toegewezen zo lang het recht van zijn ouder op een vaste plaats bestaat. 4Indien voor de markt een indeling per artikelengroep geldt, wordt hiermee rekening gehouden bij toepassing van het bepaalde in de voorgaande leden, overeenkomstig door burgemeester en wethouders tevoren vast te stellen en ter openbare kennis te brengen regelen. 5Degenen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, kunnen alleen dan voor een vaste plaats in aanmerking komen, indien zij zich tenminste drie maanden vóór het bereiken van genoemde leeftijd als gegadigde op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst hebben doen inschrijven. Artikel15 1De vergunning voor een vaste plaats wordt ingetrokken: a. op aanvraag van de vergunninghouder; b. bij het overlijden van de vergunninghouder, behoudens het bepaalde in lid 4 van dit artikel; c. wanneer niet langer wordt voldaan aan één of meer van de eisen, gesteld in artikel 12, lid 1, onverminderd het bepaalde in artikel 12, lid 2 en 3; d. indien de vergunninghouder drie achtereenvolgende weken, waarin de markt wordt gehouden, danwel vijf maal binnen een periode van zes maanden zijn plaats op de markt niet inneemt, zulks met in achtneming van het bepaalde in de artikelen 21, 22 en
- 2De vergunning voor een vaste plaats wordt eveneens ingetrokken van degene die, na het bereiken van de 70-jarige leeftijd gedurende een tijdvak van vierentwintig achtereenvolgende maanden, van zijn recht op het innemen van een vaste plaats persoonlijk geen of nagenoeg geen gebruik heeft kunnen maken. 3Indien het bepaalde in de beide voorgaande leden toepassing vindt, wordt de inschrijving op de in artikel 13, lid 2, bedoelde lijst van vergunninghouders doorgehaald. 4Bij het overlijden van de vergunninghouder wordt de vergunning voor de vaste plaats overgeschreven op de overblijvende echtgenoot, indien een daartoe strekkende aanvraag binnen vier weken na het overlijden bij burgemeester en wethouders wordt ingediend. Indien de aanvrager bedoeld in de voorgaande alinea, vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt de vergunning voor die plaats ingetrokken. De inschrijving op de lijst bedoeld in artikel 13, lid 2, wordt dienovereenkomstig gewijzigd. 5De vergunning voor een standplaats kan worden ingetrokken, indien de kwaliteit en/of de kwantiteit van de te koop aangeboden waren van een artikelengroep daartoe aanleiding geeft en nadat de vergunninghouder door burgemeester en wethouders tenminste tweemaal hierop schriftelijk is gewezen, zulks ter uitsluitende beoordeling van burgemeester en wethouders. Artikel16 1Degene aan wie een vergunning is afgegeven, dient deze plaats uiterlijk een uur na aanvang van de markt bezet te hebben, bij gebreke waarvan de betreffende plaats voor die dag als dagplaats wordt aangemerkt. 2Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing, indien de vergunninghouder de marktmeester vóór dit tijdstip onder opgave van een geldige reden, welke hem belet tijdig aanwezig te zijn, heeft verzocht de plaats vrij te houden. Artikel17 1Om voor een dagplaats in aanmerking te komen, dient aanvrager op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst te zijn ingeschreven.Toewijzing van de dagplaatsen geschiedt bij door burgemeester en wethouders af te geven vergunning op het in artikel 16, lid 1, genoemde tijdstip in volgorde van de datum van inschrijving op deze lijst. 2Degene die op grond van het bepaalde in artikel 11, lid 3, op de in het voorgaande lid bedoelde lijst is ingeschreven, kan geen dag plaats worden toegewezen zo lang zijn ouder vergunninghouder van een vaste plaats is. 3Indien voor de markt een regeling per artikelengroep geldt, wordt hiermee rekening gehouden bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid, overeenkomstig door burgemeester en wethouders vast te stellen en ter openbare kennis te brengen regelen. Artikel18 De inschrijving op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst van gegadigden voor een dagplaats wordt doorgehaald: a. op aanvraag van de ingeschrevene; b. bij overlijden van de ingeschrevene; c. wanneer niet langer wordt voldaan aan één of meer van de eisen, bedoeld in artikel 11, lid 2 of lid 3; d. indien de ingeschrevene niet tenminste éénmaal per drie weken een plaats op de markt inneemt of zich bij de marktmeester heeft aangemeld en getracht heeft een dagplaats te verkrijgen, tenzij het bepaalde in de artikelen 17, lid 2, 21, 22 en 23 van toepassing is; e. wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste plaats is afgegeven, tenzij hij die vergunning niet aanvaardt op grond van een door burgemeester en wethouders geldig geachte reden. Artikel19 1Het is uitsluitend op daartoe aangewezen standplaatsen toegestaan als standwerker op te treden. 2Onder standwerker wordt verstaan de marktkoopman die publiek om zich verzamelt, een het publiek aansprekende uiteenzetting houdt over het door hem te verkopen artikel en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen. 3De toewijzing van standwerkersplaatsen geschiedt bij door burgemeester en wethouders per marktdag af te geven vergunning. Genoemde afgifte geschiedt bij loting ter bepaling van de volgorde waarin gegadigden een plaats kiezen, zulks met inachtneming van de wijze van werken. 4Tot de loting voor een vergunning voor een standwerkersplaats kunnen slechts worden toegelaten marktkooplieden die handelingsbekwaam zijn en aantonen dat zij voldoen aan de in artikel 12, lid 1, sub a en c, gestelde eisen, onverminderd het bepaalde in artikel12, lid 2 en 3, met dien verstande, dat allereerst tot de loting worden toegelaten: a.door het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht als standwerker geregistreerde personen, van wie gebleken is dat zij in de uitoefening van de markthandel uitsluitend en daadwerkelijk als standwerker plegen op te treden;dat eerst nadien tot de loting worden toegelaten; b. andere marktkooplieden die door het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht als standwerker geregistreerd zijn of in het bezit zijn van een geldig voorlopig standwerkersbewijs en ten aanzien van wie niet gebleken is dat zij op een standwerkersplaats niet daadwerkelijk actief zijn als standwerker. 5Standwerkers die gezamenlijk willen optreden, kunnen slechts gezamenlijk voor een vergunning voor een standwerkersplaats loten en gezamenlijk slechts één soort artikel op de voor standwerkers geboden wijze ten verkoop aanbieden.De betrokkenen dienen zulks vóór de loting aan de marktmeester kenbaar te maken met vermelding van het te verhandelen artikel. 6Indien de omstandigheden op de markt daartoe aanleiding geven, kunnen burgemeester en wethouders beperkingen stellen aan het aantal af te geven vergunningen voor standwerkersplaatsen per artikelengroep. 7Een standwerker mag de aan hem toegewezen plaats niet te zamen met een ander benutten, waaronder mede wordt verstaan dat hij zich niet door een ander mag doen aflossen. Het bovenstaande geldt niet voor degenen bedoeld in het vijfde lid van dit artikel. Artikel20 1Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden ingenomen. Hij mag de standplaats derhalve niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan. Artikel21 1Vergunninghouders van vaste plaatsen, die wegens ziekte verhinderd zijn hun standplaats te bezetten, alsmede degenen die op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst staan ingeschreven en die zich om dezelfde reden niet ter markt kunnen melden, dienen de marktmeester daarvan schriftelijk in kennis te stellen. 2Deze schriftelijke mededeling dient tijdig vóór de betreffende marktdag te worden ingezonden. Bij plotselinge verhindering moet de marktmeester mondeling of telefonisch worden ingelicht, gevolg door een schriftelijke bevestiging van deze melding. 3Bij langdurige afwezigheid van een vergunninghouder wegens ziekte, dient ten bewijze van deze reden van verhindering iedere drie maanden een geneeskundige verklaring te worden overgelegd. Artikel22 1Degenen, bedoeld in de artikelen 11 en 13, lid 2, die wegens vakantie een markt niet kunnen bezoeken, dienen daarvan tijdig onder opgave van de duur van de vakantie, met inachtneming van het hierna in lid 2 bepaalde, schriftelijk mededeling te doen aan de marktmeester. 2De in artikel 15, lid 1, onder d, vervatte regeling inzake de verplichting tot een regelmatige bezetting van een toegewezen vaste plaats teneinde de vergunning voor de vaste plaats te behouden, alsmede de in artikel 18, onder d, vervatte regeling inzake de verplichting tot een regelmatige aanmelding op de markt teneinde de inschrijving op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst gehandhaafd te doen blijven, blijft per kalenderjaar ten hoogste vier marktdagen buiten werking, indien de rechthebbende, na te hebben voldaan aan het in lid 1 genoemde voorschrift, wegens vakantie afwezig is. 3De rechthebbenden als hierboven bedoeld, kunnen op buitenwerkingstelling van de in lid 2 aangeduide regelingen alleen dan aanspraak maken, indien zij op de marktdag, voorafgaande aan hun afwezigheid wegens vakantie, de hun toegewezen vaste plaats hebben bezet, dan wel als op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst ingeschreven gegadigden een plaats hebben toegewezen gekregen of blijkens hun aanmelding bij de dienstdoende marktmeester getracht hebben een plaats te verkrijgen. 4De rechthebbenden als bedoeld in lid 2 hebben voorts, tot behoud van hun eerder omschreven rechten, de verplichting op de eerste marktdag, volgend op die, waarop zij - binnen het in lid 2 gestelde maximum aantal marktdagen - wegens vakantie afwezig waren, hun vaste plaats weer in te nemen dan wel zich weer ter markt te melden teneinde te trachten een opengebleven marktplaats toegewezen te krijgen. Artikel23 1In bijzondere omstandigheden kan door burgemeester en wethouders aan hen, die zijn ingeschreven op de in artikel 13, lid 2, bedoelde lijst of aan hen, die zijn ingeschreven op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst op aanvraag tijdelijk ontheffing worden verleend van de verplichting om zelf op hun vaste plaats aanwezig te zijn, dan wel zich bij de marktmeester aan te melden voor het verkrijgen van een dagplaats. 2In de gevallen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, alsmede in die, bedoeld in artikel 21 of in artikel 22, kunnen burgemeester en wethouders de vergunninghouder van een vaste plaats vergunning verlenen zich te laten vervangen. Paragraaf1Overige maatregelen van orde Artikel24 Het is verboden vroeger dan een uur voor de aanvang van de markt goederen of waren ter markt aan te voeren.De aanvoer moet zijn beëindigd uiterlijk een uur na aanvang van de markt, behoudens bijzondere omstandigheden, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders. De afvoer moet zijn beëindigd en de voertuigen moeten verwijderd zijn uiterlijk één uur na de sluitingstijd van de markt. Artikel25 De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, te hunner beoordeling, van deze bepaling ontheffing verlenen. Artikel26 Het is verboden rij- en voertuigen, waarmede goederen of waren ter markt worden of zijn aangevoerd, op de markt aanwezig te hebben op een andere plaats dan die, welke door burgemeester en wethouders is aangewezen. Artikel27 Het is de standplaats houder verboden: a. zich, behoudens ontheffing van burgemeester en wethouders langer dan vijftien minuten van zijn uitstalling te verwijderen. Gedurende deze tijd mag hij zijn standplaats niet onbeheerd achterlaten; b. op het marktterrein op een andere dan voor de markt bestemde tijd goederen of waren te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren; c. meer ruimte in te nemen dan hem is toegewezen; d. de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te verplaatsen; e. de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren; f. zich, behoudens ontheffing van burgemeester en wethouders, aan de voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of waren; g. op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te hebben dan die, waarvoor vergunning is verleend. Artikel28 1De vergunninghouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders, steeds een goed verzorgd aanzien biedt. 2Tijdens de markt dient hij zijn afval, verpakkingsmaterialen e.d., zelf in te zamelen. 3Alvorens hij het marktterrein verlaat, dient hij zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon op te leveren en het afval in de stortplaatsen of anderszins te deponeren. Artikel29 1Het is verboden tijdens de markt op het marktterrein gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid. 2Het op de standplaats aanwezig hebben van radiotoestellen, grammofoons, bandrecorders en dergelijke toestellen, anders dan ten verkoop, is evenmin toegestaan. 3Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen, onder door hen te stellen voorwaarden. Artikel30 1Het is de vergunninghouder verboden verwarmingstoestellen en/of bak en kookinstallaties te gebruiken. 2Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen onder door hen te stellen voorschriften. Artikel31 Vergunninghouders aan wie tevens vergunning is verleend op hun standplaats geringe eet- en drinkwaren voor de consumptie gereed te maken, dienen aan de voorzijde van hun kraam of verkoopgelegenheid een tweetal korven of bakken van voldoende grootte te plaatsen, zulks ten genoegen van de marktmeester. Artikel32 Vergunninghouders zijn verplicht gedurende de tijd dat zij hun goederen of waren ten verkoop aanbieden, op een duidelijk zichtbare plaats aan hun marktkraam of verkoopgelegenheid een bord ter breedte van 40 centimeter en ter hoogte van 20 centimeter te hebben, waarop duidelijk leesbaar de voorletters en de naam van de rechthebbende op de betreffende standplaats zijn aangegeven. Het naambord moet ten genoegen van de marktmeester in goede staat worden gehouden. Artikel33 Onverminderd het bepaalde in het Besluit prijsaanduiding goederen, dient, indien de ten verkoop aangeboden goederen of waren geprijsd worden, de prijsaanduiding tot generlei misverstand aanleiding te kunnen geven en voor het publiek duidelijk leesbaar te zijn. Artikel34 De vergunninghouder aan wie tevens vergunning is verleend tot de verkoop van eet- en drinkwateren, is verplicht, onverminderd het bepaalde in de warenwetgeving, zijn goederen of waren op zodanige wijze uit te stallen, dat zij voldoende beschermd zijn tegen verontreiniging door stof, vuil of anderszins. Artikel35 1Onverminderd het bepaalde in de IJkwet en het IJkreglement, is de vergunninghouder die zijn goederen of waren per maat of gewicht verkoopt, verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn meet- of weegwerktuigen in deugdelijke staat verkeren. 2Het weegwerktuig moet zodanig aan de naar het publiek gekeerde zijde van de standplaats zijn geplaatst of aangebracht, dat het daarop bij de weging aangegeven gewicht steeds voor het publiek duidelijk leesbaar is. Artikel36 Behoudens het bepaalde in artikel 26, is het verboden zich op marktdagen met een voertuig op het marktterrein te bevinden of een voertuig op het marktterrein aanwezig te hebben. Artikel37 1Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen of waren ten verkoop rond te lopen of te rijden. 2Van het bepaalde in het eerste lid kan door burgemeester en wethouders ontheffing worden verleend, voor zoveel het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders. Artikel38 1Het is verboden tijdens de duur van de markt op het marktterrein met gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten of deze te verspreiden, dan wel godsdienstige, politieke of andere propaganda te voeren. 2onder het voeren van propaganda als in het eerste lid bedoeld, wordt niet verstaan het aanprijzen van koopwaar op de markt. 3Het is verboden op de markt een artikel aan te prijzen als een geneesmiddel, bedoeld in de Wet op de geneesmiddelenvoorziening. Paragraaf1Straf- en slotbepalinqen Artikel39 Degene die in strijd handelt met het bij of krachtens deze verordening bepaalde of zich aan wangedrag of bedrog op de markt schuldig maakt, het marktpersoneel in de uitoefening van zijn taak belemmert, dan wel direct of indirect de orde op de markt verstoort of in gevaar brengt,dan wel op een hem toegewezen standwerkersplaats niet als standwerker actief is, een en ander ter beoordeling van burgemeester en wethouders, kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 40 en 41, door burgemeester en wethouders, gelast worden zich met zijn goederen of waren ogenblikkelijk van de markt te verwijderen, aan welke last onmiddellijk gevolg dient te worden gegeven. Artikel40 Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor een vaste plaats al dan niet voorwaardelijk, intrekken of de inschrijving op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst doorhalen, dan wel de standplaatsvergunning telkens voor ten hoogste twee achtereenvolgende marktdagen intrekken, indien:a. de vergunninghouder het bij of krachtens deze verordening bepaalde overtreedt;b. van de plaats gebruik wordt gemaakt, strijdig met het doel, waarvoor zij is bestemd;c. de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog. Artikel41 Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5, 7, 24, 26, 36, 37 en 38 dezer verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste twee maanden. Artikel42 1Burgemeester en wethouders kunnen het uitvoeren van de bepalingen van deze verordening - voor zover het betrekking heeft op het ter plaatse regelen van de marktzaken - opdragen aan een door hen aan te wijzen marktmeester. 2Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk binnen vier weken na ontvangst op de aanvraag. Als datum van ontvangst van de aanvraag wordt aangemerkt de gemeentelijke stempel van ontvangst of bij gebreke daarvan de datum van de eerste werkdag volgend op de op het poststempel aangegeven datum. Artikel43 De natuurlijke of rechtspersoon die door een beslissing van de marktmeester rechtstreeks in zijn belang is getroffen, kan daaromtrent een op schrift gestelde klacht indienen bij burgemeester en wethouders. Artikel44 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te beslissen in die aangelegenheden waarin deze verordening niet voorziet. Artikel45 1Burgemeester en wethouders zijn verplicht indien zij maatregelen treffen c.q. besluiten nemen waardoor een vergunninghouder rechtstreeks in zijn belang is getroffen, vooraf de vergunninghouder in de gelegenheid te stellen zijn standpunt toe te lichten. 2a. De onder
- genoemde verplichting vervalt indien de maatregel c.q. het besluit van burgemeester en wethouders vanwege een spoedeisend karakter geen nader uitstel duldt. b. De vergunninghouder moet dan achteraf in de gelegenheid worden gesteld zijn standpunt toe te lichten. Artikel46 1Deze verordening kan worden aangehaald als "Weekmarktverordening 1995". 2Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij is bekendgemaakt. 3Alsdan vervalt de Marktverordening, vastgesteld bij raadsbesluit dd. 26 oktober
- Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad voornoemd dd. 7 september1995DE RAAD VOORNOEMD, De secretaris, R.J.H.M.Huisman.De voorzitter, A.P.M. Aelberts.