Verordening voorzieningen raads- en commissieleden 2007De raad van de gemeente Lansingerlandgelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet,gelet op het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, besluit vast te stellen de volgende verordening Verordening voorzieningen raads- en commissieleden 2007 Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder:a. commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet;b. Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;c. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;d. Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;e. Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;f. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;g. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;h. raadslid: lid van de gemeenteraad;i. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;j. gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. Hoofdstuk2Voorzieningen voor raadsleden Artikel2Geen arbeidsverhouding 1Raads- en commissieleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente, er bestaat dus géén arbeidsverhouding tussen gemeente en raads- of commissielid. 2Het raadslid kan bij benoeming of éénmaal tijdens de zittingsperiode kiezen voor het fictief werknemerschap of “opting in regeling” zoals bedoeld in artikel 4, aanhef en onderdeel f van de Wet op de loonbelasting
- Artikel3Vergoeding voor de werkzaamheden Het raadslid ontvangt een vergoeding voor de uitoefening van de werkzaamheden. Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag genoemd in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Het bedrag wordt jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties herzien. Artikel4Onkostenvergoeding 1Het raadslid ontvangt een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten. Deze onkostenvergoeding is gelijk aan het bedrag genoemd in artikel 2, derde lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Het bedrag wordt jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties herzien. 2Het raadslid dat gekozen heeft voor het fictief werknemerschap of “opting in regeling” ontvangt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding die gelijk aan het bedrag genoemd in artikel 2, vierde lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Het bedrag wordt jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties herzien. Artikel5Berekening en betaling vaste vergoedingen 1Het raadslid dat gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3 en 4, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. 2De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen3 en 4, gebeurt in maandelijkse termijnen. Artikel6Reiskosten 1Het raadslid ontvangt een reiskostenvergoeding voor de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. 2De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel7Verblijfkosten Het raadslid ontvangt een vergoeding voor de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente. Artikel8Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. Artikel9Computer en internetverbinding 1Het college stelt het raadslid voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking. 2Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een ter beschikking gestelde computer, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid ontvangt het raadslid op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt. 3Het college vergoedt het raadslid de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste lid genoemde computerapparatuur. 4Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 5Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Artikel10Spaarloonregeling/levensloopregeling 1Het raadslid dat gekozen heeft voor het fictief werknemerschap of “opting in regeling” kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. 2Het raadslid dat gekozen heeft voor het fictief werknemerschap of “opting in regeling” kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
- 3Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. 4Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel10aFietsregeling 1Het raadslid dat gekozen heeft voor het fictief werknemerschap of “opting in regeling” kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting
- Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. 2Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel11Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Artikel12Compensatie korting werkloosheidsuitkering 1In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 3 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. 2In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. Artikel13Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad 1Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 3 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming. 2Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel
- Artikel13aZiektekostenvoorziening 1Het raadslid ontvangt een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering. Deze tegemoetkoming is gelijk aan het bedrag genoemd in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2Het raadslid dat gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. 3De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, gebeurt in maandelijkse termijnen. Artikel13bVoorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte 1De artikelen 3 tot en met 5, 9, 10 tot en met 12 en 13a blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 4, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is. 2De artikelen 1 tot en met 8, 9 en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. Hoofdstuk3Voorzieningen voor commissieleden Artikel14Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen 1De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het bedrag genoemd in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Het bedrag wordt jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties herzien. 2Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.
- Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissiea. als raadslid of wethouder;b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
- De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 125% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van:a. een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, enb. een lid van een commissie ten aanzien van wie de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid. Artikel15Reis- en verblijfkosten
- Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft:a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders;
- Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel16Buitenlandse excursie of reis 1De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 2De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd. 3De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. Artikel17Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het commissielidmaatschap. Hoofdstuk4De procedure van declaratie Artikel18Betaling van kosten Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats doora. betaling uit eigen middelen; ofb. rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. Artikel19Declaratie van vooruit betaalde kosten 1Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 6, 7 en 15 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. 2Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. Artikel20Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikel 8 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. 2Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. 3Het raadslid dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier of de door hem aangewezen ambtenaar. Hoofdstuk5Citeertitel en inwerkingtreding Artikel21Intrekking oude regeling De verordening Voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden wordt ingetrokken. Artikel22Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 21 december
- en werkt terug tot en met 1 januari
- Artikel23Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening voorzieningen raads- en commissieleden 2007.