De raad; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (het college) van 3 december 2009; gelet op artikel 149 eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7, 8, 10 lid 2, 10a lid 5 en 6van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorzieningoudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van deWet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers,de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid en 35 Wet inburgering en de artikelen 1 en 3 van deWet participatiebudget; overwegende dat de gemeente het streven van het Rijk naar een hoge mate van participatievan de ingezetenen in de maatschappij onderschrijft en dat dit streven gebaat is bij eengezamenlijke aanpak van arbeidsintegratie, maatschappelijke integratie en inburgering; besluit:I in te trekken de Reïntegratieverordening 2004 gemeente Middelharnis; II in te trekken de verordening Wet inburgering gemeente Middelharnis 2008; II vast te stellen de Participatieverordening gemeente Middelharnis
- Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder:a. de WWB: de Wet werk en bijstand;b. de WI: de Wet inburgering;c. de WEB: de Wet educatie en beroepsonderwijs;d. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozewerknemers;e. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezenzelfstandigen;f. WIW: Wet inschakeling werkzoekenden zoals die luidde op 31 december 2003;g. WIJ: Wet investeren in jongeren;h. Awb: Algemene wet bestuursrecht;i. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelharnis;j. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Middelharnis;k. doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7, eerste lid onder a, artikel 10derde lid casu quo art 40, eerste lid van de WWB, artikel 34 IOAW, artikel 34 IOAZ enartikel 13 WIJ door het college ondersteuning kan worden geboden;l. uitkeringsgerechtigde: persoon, jonger dan 65 jaar, die een uitkering ontvangt ingevolgede WWB, IOAW, IOAZ of WIJ;m. niet-uitkeringsgerechtigde: de niet-uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 6 Wetwerk en bijstand;n. re-integratievoorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van deWWB;o. inburgeringsvoorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 19, tweede lid van deWI;p. inburgeringsbehoeftige: de persoon aan wie de Wet inburgering geen inburgeringsplichtoplegt, maar van wie wel kan worden vastgesteld dat hij een inburgeringsachterstandheeft en aan wie op grond van de regeling niet-G31 alsmede deze verordeningeen inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden;q. taalkennisvoorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de WI;r. startkwalificatie: een diploma als omschreven in artikel 6, eerste lid onder d van deWWB;s. ondersteuning: ondersteuning bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de WWB;t. Anw’er: persoon die een nabestaanden- of halfwezenuitkering ontvangt op grond vande Algemene nabestaandenwet;u. arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 6 onder b van deWWB;v. algemeen geaccepteerde arbeid; arbeid als bedoeld in artikel 9 eerste lid van deWWB;w. voorliggende voorziening: een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 5, onder fvan de WWB. Artikel2Kaderstelling en uitvoeringsbeleid 1De gemeenteraad stelt een kaderstellende visie op participatie vast die betrekkingheeftop meerdere jaren. In deze visie worden in ieder geval betrokken de WWB, de WI, deWEB, de WIJ en de Wet participatiebudget. 2Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening, gegeven de kaderstellingvan de gemeenteraad, één of meer uitvoeringsplannen vaststellen, waarin wordt aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de door de gemeenteraad gestelde kaders. Hoofdstuk2Reintegratie Artikel3Opdracht college 1Ingevolge artikel 7 WWB biedt het college ondersteuning aan leden van de doelgroepen zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van voorzieningen. Het college houdtdaarbij rekening met de aard en de omvang van de doelgroep en de voorzieningen diehet meest geschikt zijn voor de leden van de doelgroep. 2Het college bevordert een evenwichtige verdeling van voorzieningen tussen de onderscheiden categorieën personen binnen de doelgroep, alsmede een gelijke aandachtvoor de verschillende personen daarbinnen. 3Het college kan bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen prioriteiten stellen inverband met de financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische enconjuncturele ontwikkelingen. Artikel4Aanspraak op ondersteuning en voorzieningen 1Leden van de doelgroep hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakelingen op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht oparbeidsinschakeling. 2Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening en de daarop gebaseerde beleidsregels en uitvoeringsplannen. Artikel5Uitbreiding doelgroep 1Het college legt in beleidsregels en/of een uitvoeringsplan vast in hoeverre de doelgroepals bedoeld in artikel 1 en 3 van de Wet participatiebudget, ondersteuning envoorzieningen kan worden aangeboden. 2Het bepaalde in deze verordening of de beleidsregels als bedoeld in artikel 8 lid 1 isvan overeenkomstige toepassing op de doelgroep als bedoeld in het eerste lid. Artikel6Verplichtingen 1Een lid van de doelgroep die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangebodenvoorziening heeft verbonden. 2Bij niet nakoming van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kan het collegevoor zover leden van de doelgroep een uitkering ingevolge de WWB, de IOAW of deIOAZ ontvangen, deze uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in deAfstemmingsverordening. 3De niet-uitkeringsgerechtigde, de Anw’er of het lid van de doelgroep als bedoeld in artikel5 is gehouden de kosten van de ondersteuning te vergoeden indien de ondersteuningwordt afgebroken ten gevolge van zijn verwijtbaar gedrag. Artikel7Subsidieplafonds en plafonds betreffende voorzieningen 1Het college kan een of meer subsidieplafonds- of plafonds betreffende voorzieningenvaststellen. 2Bij bereiking van de in lid 1 bedoelde plafonds wordt een naar het oordeel van het collegepassende ondersteuning aangeboden. Artikel8Algemene bepalingen over voorzieningen 1Het college legt in beleidsregels vast welke voorzieningen in ieder geval aangebodenkunnen worden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in dezeverordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, deIOAW of de IOAZ en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingenverbinden. 3Het college kan een voorziening beëindigen:a. indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeldin de artikelen 9 eerste lid, 17 en 18 eerste en tweede lid van de WWB, artikel 37IOAW, artikel 37 IOAZ en de artikelen 28 en 29 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatiewerk en inkomen niet nakomt;b. indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;c. indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruikwordt gemaakt van deze voorziening;d. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aaneen snelle duurzame arbeidsinschakeling. Artikel9Loonkostensubsidie 1Het college kan aan werkgevers die met een lid van de doelgroep een arbeidsovereenkomst aangaan of die een lid van de doelgroep aanstellen als ambtenaar, een subsidie verstrekken. 2De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de concurrentieverhoudingen nietonverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt. 3Gelet op de “Beleidsaanbevelingen van belang voor het opstellen van gemeentelijkereïntegratieverordeningen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid”in het kader van de Wet werk en bijstand worden op voorhand geen bedrijven of instelling van loonkostensubsidie uitgesloten, vermits de arbeid die wordt aangeboden als algemeen geaccepteerd kan worden beschouwd. Artikel10Participatieplaatsen 1Het college kan als onderdeel van een werktraject een participatieplaats als bedoeld inartikel 10a WWB aanbieden aan een uitkeringsgerechtigde die ten gevolge van persoonlijkewerkbelemmeringen een dusdanig grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft waardoor hij vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt. 2De participatieplaats bestaat uit ten minste 50% van het aantal uren dat deuitkeringsgerechtigde in staat is om arbeid te verrichten. 3In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd het doel van departicipatieplaats alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 4Het college plaatst de persoon alleen indien hierdoor de concurrentieverhouding nietonverantwoord wordt beïnvloed en indien geen verdringing plaatsvindt. 5De premie als bedoeld in artikel 10a lid 6 WWB bedraagt € 300,-. Artikel11Ondersteuning WIW’ers Het college bevordert de uitstroom van personen met wie een dienstbetrekking op grond vande WIW is aangegaan en kan deze personen voorzieningen aanbieden die daartoe nodigzijn. Artikel12Onkostenvergoeding Het college kan de belanghebbende die bij het aanvaarden van arbeid of het deelnemen aaneen voorziening noodzakelijke onkosten maakt een vergoeding verstrekken, voor zover geenberoep op een voorliggende voorziening wordt of kan worden gedaan. Artikel13Voortrajecten Wet sociale werkvoorziening Het college kan aan personen die op de wachtlijst staan voor een dienstbetrekking op grondvan deze wet een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als bedoeld in artikel 6 lid 2 van de WWB. Artikel14Eigen bijdrage Het college kan van de persoon die aanspraak maakt op ondersteuning naar draagkrachteen eigen bijdrage in de kosten van de aangeboden voorzieningen vragen. Artikel15Voorzieningen gericht op nazorg Het college kan bij aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid voorzieningen biedengericht op nazorg. Hoofdstuk3Inburgering Artikel16De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen 1Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtige op een doeltreffende endoelmatige wijze wordt geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van deWI en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. 2Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtige in iedergeval gebruik van de volgende middelen:a. het toezenden van schriftelijk voorlichtingsmateriaal aan personen ten aanzien vanwie al dan niet op grond van gegevens uit het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigenredelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij inburgeringsplichtig zijn;b. het inrichten van een informatiepunt in Middelharnis;c. het inrichten van een digitaal informatiepunt op de website van de gemeente. 3Het college beoordeelt tenminste eens in de twee jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad. Artikel17Aanwijzen van categorieën inburgeraars 1Asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en geestelijke bedienaren ontvangen van hetcollege een inburgeringsaanbod. 2Het college legt in beleidsregels en/of een uitvoeringsplan vast in hoeverre andereinburgeringsplichtigen buiten de in het vorige lid bedoelde inburgeringsplichtigen eeninburgeringsvoorziening aan kan worden geboden. 3Het college legt in beleidsregels en/of een uitvoeringsplan vast in hoeverreinburgeringsbehoeftigen een inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden. Artikel18De samenstelling van de inburgeringsvoorziening 1Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtigen. 2Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordtaangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op devoorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd. 3Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de WI is geregeld, één of meervan de volgende onderdelen bevatten:a. Nederlandse taal en samenleving;b. opvoedingsondersteuning;c. staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. Artikel19De inning van de eigen bijdrage 1De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Wet inburgering wordt inten hoogste 12 termijnen betaald. 2Het college legt in de beschikking tot toekenning van een inburgeringsvoorziening determijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemenebijstand wordt dat in de beschikking vastgelegd. Artikel20Opleggen van verplichtingen Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen:a. het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening;b. het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;c. het deelnemen aan voortgangsgesprekken;d. voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlandsals tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt bepaald;e. het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aande verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan;f. direct allen melden wat van invloed kan zijn op de inburgeringsvoorziening. Artikel21De procedure van het doen van een aanbod 1Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wetschriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtigein de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven. 2In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de inburgeringsvoorziening diewordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden verbonden. 3De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen twee wekenhet college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt. 4Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college binnentwee weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening, overeenkomstig het gedane aanbod. Artikel22De inhoud van de beschikking Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval:a. een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;b. een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige;c. de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweedetaal I of II moet zijn behaald;d. de termijnen en wijze van betaling; ene. ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt. Artikel23De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen 1De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125,00 indien de inburgeringsplichtigeof de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoedendat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan hetonderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. 2De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtigegeen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgesteldeinburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aande verplichtingen, bedoelt in artikel 6 van deze verordening. 3De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtigeniet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de doorhet college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengdetermijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Artikel24Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding 1De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 23, eerste lid, bedraagtten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden nade vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfdeovertreding. 2De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 23, tweede lid, bedraagtten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden nade vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfdeovertreding. 3De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,00 indien de inburgeringsplichtigeniet binnen de door het college op grond van artikel 32 of artikel 33 van de wet vastgesteldetermijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel25Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van debepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden vanzwaarwegende aard leidt. Artikel26Uitsluiting algemene subsidieverordening De Algemene subsidieverordening 2004 of de eventuele rechtsopvolger daarvan is niet vantoepassing op subsidieverlening ingevolge deze verordening. Artikel27Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
- Artikel28Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Middelharnis
- Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 14 januari 2010, De griffier, De voorzitter, P. W. Berrevoets-Ringelberg. drs. P. Zevenbergen.