De raad van de gemeente Middelharnis; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Middelharnis; gelet op 8 en 36 van de Wet werk en bijstand; overwegende dat de raad ingaande 1 januari 2009 bij verordening regels dient te stellenomtrent de langdurigheidstoeslag voor wat betreft de hoogte van de langdurigheidstoeslag eninvulling van de begrippen langdurig, laag inkomen en gebrek aan arbeidsmarktperspectief; b e s l u i t: vast te stellen de navolgende verordening: VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG 2009 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begrippen Deze verordening verstaat onder:A. De wet: de Wet werk en bijstand;B. Het college: het college van burgemeester en wethouders van Middelharnis;C. Referteperiode: een periode van 36 aaneengesloten maanden voorafgaand aan depeildatum;D. Peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat;E. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande datvoor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moetworden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag alsinkomen gezien;F. Gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de wet;G. WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;H. WSF 2000: Wet Studiefinanciering. Artikel2Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college. Hoofdstuk2Recht op langdurigheidstoeslag Artikel3Langdurig, laag inkomen 1Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben vaneen langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomenper maand niet uitkomt boven 100 procent van de bijstandsnorm. 2Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die eenopleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in deWSF
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.