De raad van de gemeente Middelharnis; gelezen de voorstellen van het presidium van 27 maart 2007 en 16 mei 2007; besluit: vast te stellen de Verordening op de raadscommissies 2007 Hoofdstuk1Begripsbepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder:a. Commissie: ad-hoccommissies;b. Lid: lid of buitengewoon lid van een commissie;c. Waarnemend lid: lid als bedoeld in artikel 3 lid 3;d. Voorzitter: voorzitter van een commissie of diens vervanger;e. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;f. Commissiegriffier: griffier van een commissie of diens vervanger;g. Vergadering: vergadering van een commissie. Hoofdstuk2Instelling, taken en samenstelling Artikel2Ad-hoccommissie 1De raad kan ad-hoccommissies instellen. 2Een commissie heeft tot taak het uitbrengen van advies aan de raad over het onderwerpwaartoe de commissie is ingesteld. 3De raad regelt bij het instellen van een commissie de werkwijze van een commissie.In het instellingsbesluit kan hij afwijken van de bepalingen van deze verordening. Artikel3Samenstelling 1De raad benoemt de leden van de commissie uit zijn midden. Daarnaast kan de raadbuitengewone leden benoemen voor zover hij dit met het oog op de taak van decommissie nodig acht. Een buitengewoon lid kan geen voorzitter of griffier van decommissie zijn. 2De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstigetoepassing op een lid van een commissie, behoudens op buitengewone leden. 3Bij verhindering of ontstentenis kan een lid van een commissie zich laten vervangendoor een lid van zijn raadsfractie. Artikel4Voorzitter 1De voorzitter van een commissie en diens plaatsvervanger worden door de raad uitzijn midden benoemd. 2De voorzitter van een commissie is lid van de commissie. 3De voorzitter is belast met:a. het leiden van de vergadering;b. het handhaven van de orde;c. het doen naleven van deze verordening;d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel5Zittingsduur en vacatures 1De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in iedergeval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van een commissie eindigt op dezelfde dag alshet raadslidmaatschap ofwel indien het lid niet meer voldoet aan de in artikel 3gesteldeisen. 3De raad kan de voorzitter en de leden van een commissie ontslaan indien hij dit methet oog op de taak van de commissie nodig acht. 4Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zijdoen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na deschriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 5Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedigmogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel
- 6Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring van de voorzitter van de raadniet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat opvoordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Artikel6Commissiegriffier 1Ter ondersteuning van iedere commissie fungeert een ambtenaar als commissiegriffier. 2De secretaris en de griffier beslissen in overleg welke ambtenaar deze functie vervult. 3De commissiegriffier is in iédere vergadering aanwezig. 4De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. Hoofdstuk3Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris Artikel7Burgemeester en wethouders 1De burgemeester en de wethouders kunnen aanwezig zijn ter vergadering. 2De wethouder binnen wiens portefeuille een of meerdere van de ter vergadering tebehandelen onderwerpen vallen of diens vervanger is in ieder geval aanwezig tervergadering. Artikel8Gemeentesecretaris De commissie kan het college verzoeken de secretaris aanwezig te laten zijn in de vergaderingen deel te laten nemen aan de beraadslagingen. Hoofdstuk4Vergaderingen Artikel9Vergaderfrequentie De commissie bepaalt de vergaderfrequentie in de eerste vergadering na installatie daarvanen informeert de gemeenteraad hier schriftelijk over. Artikel10Oproep 1De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden eenschriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de inartikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijdmet de schriftelijke oproep aan de leden verzonden. 3Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld worden deze agendaen de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel11De agenda 1Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van devergadering voorlopig vast. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzendenvan de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergaderingeen aanvullende agenda opstellen. 2Bij aanvang van de vergadering stelt de commissie de agenda vast. Op voorstel vaneen lid of de voorzitter kan de commissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpenaan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3Wanneer de commissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslagingvoorbereid acht, kan zij nadere inlichtingen of advies vragen. De commissie bepaaltin welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de volgorde van behandelingvan de agendapunten wijzigen. Artikel12Ter inzage leggen van stukken 1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen,worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder ophet gemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de ter inzage leggingmelding in de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel
- Indien na het verzendenvan de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededelinggedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewetgeheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid,onder de hoede van de griffier en verleent de griffier een lid inzage. Artikel13Openbare kennisgeving 1De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging inéén of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huis bladen en door plaatsing op de internetsitevan de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2De openbare kennisgeving vermeldt:a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorendestukken kan inzien;c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel
- Artikel14Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan heteinde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekeningvastgesteld. Artikel15Opening vergadering; quorum 1De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helftvan het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezigis, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van denamen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstipdat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. Decommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten,indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbendeleden aanwezig is. Artikel16Spreekrecht burgers 1Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijkgedurende maximaal één uur het woord voeren over geagendeerde en niet geagendeerdeonderwerpen die de commissie regarderen. 2Het woord kan niet gevoerd worden over:a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaatof heeft opengestaan;b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrechtkan of kon worden ingediend. 3Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voorde aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier dan wel de griffier. Hij vermeldtdaarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij hetwoord wil voeren. 4De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van devolgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijdevenredig over de sprekers. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijkenvan de maximale lengte van de spreektijd. 6De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitterof een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. 7De voorzitter stelt de leden van de commissie in de gelegenheid informatieve vragente stellen aan de sprekers. Artikel17Meespreekrecht 1Na de eerste spreekronde over het onderwerp waarover door een of meerdere burgersis ingesproken word(en)t de desbetreffende burger(s) door de voorzitter in degelegenheid gesteld eventuele misverstanden kort te verduidelijken dan wel enigezaken te nuanceren. 2Elke spreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. Artikel18Verslag 1Bij het instellen van een commissie bepaalt de raad op welke wijze de verslagleggingplaats dient te vinden. 2Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, het in het eerste lid bedoeldeverslag vastgesteld. 3De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht eenvoorstel tot wijziging van het verslag aan de commissie te doen, indien dit documentonjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Artikel19Volgorde sprekers 1Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, voeren het woord na hetaan de voorzitter gevraagd en/of van hem verkregen te hebben. 2De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagdover de orde van de vergadering. Artikel20Aantal spreektermijnen 1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen,tenzij de desbetreffende commissie anders beslist. 2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfdeonderwerp of voorstel. 4Bij de bepaling hoeveel malen het lid als bedoeld in het derde lid over hetzelfde onderwerpof voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het sprekenover een voorstel van orde. Artikel21Spreektijd Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden, waarna de commissie terstondover dit voorstel beslist. Artikel22Voorstellen van orde 1De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel vanorde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3Over een voorstel van orde beslist de commissie terstond. Artikel23Handhaving orde; schorsing 1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordeningte herinneren;b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonderverdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijktvan het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert,dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de ordegeroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurendede vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerphet woord ontzeggen. 3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem tebepalen tijd schorsen en -indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoordde vergadering sluiten. 4De voorzitter kan een commissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen degeregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. 5Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid devergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. 6Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden detoegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel24Beraadslaging 1De commissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meeronderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie beslissen de beraadslagingvoor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheidte geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervatnadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel25Deelname aan de beraadslaging door anderen 1Iedere commissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorensmet de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt eenaanvang wordt genomen. Artikel26Advies 1Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht,sluit hij de beraadslaging, tenzij de commissie anders beslist. 2Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissie of er een advies aan deraad wordt uitgebracht. 3Indien de commissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstelvan de voorzitter over de inhoud van het advies. Hoofdstuk5Besloten vergadering Artikel27Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstigetoepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van devergadering. Artikel28Verslag 1Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitendvoor de leden ter inzage bij de griffier. 2Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststellingaangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de commissie een beslissing over hetal dan niet openbaar maken van het verslag. Het vastgestelde verslag wordt door devoorzitter en de (commissie)griffier ondertekend. Artikel29Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de commissie overeenkomstig artikel 86,eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandeldegeheimhouding zal gelden. De commissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel30Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemensis de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de commissie die geheimhoudingheeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de commissieoverleg gevoerd. Hoofdstuk6Toehoorders en pers Artikel31Toehoorders en pers 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voorhen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren vande orde is verboden. 3De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergaderingverstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergaderingverstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergaderingontzeggen. Artikel32Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeld registraties willenmaken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel33Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik,alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelendie inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitterniet toegestaan. Hoofdstuk7Slotbepalingen Artikel34Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deverordening, beslist de commissie op voorstel van de voorzitter. Artikel35Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening commissies 2007'. Artikel36Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag waarop het vaststellenvan dit reglement is bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 van deAwb. 2Op de datum van inwerkingtreding vervalt de Verordening commissies
- Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Middelharnis op 5 juli
- De griffier, De voorzitter, P.W. Berrevoets-Ringelberg. G. de Vries-Hommes.