Subsidieregeling Regionaal Kompas Oost-Veluwe 2011Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn; Overwegende dat het college bevoegd is voor bepaalde vormen van subsidie nadere regels te stellen dan wel specifieke regelingen vast te stellen: gelet op het feit dat centrumgemeente Apeldoorn jaarlijks subsidie verstrekt voor de maatschappelijke zorg in Oost-Veluwe (gemeente Apeldoorn, Epe, Voorst, Brummen en Heerde) en het wenselijk is om daar juridisch onderbouwde voorwaarden aan te verbinden alsmede criteria vast te stellen voor een verdeelmodel in geval de subsidieaanvragen het subsidieplafond overstijgen gelet op artikel 160 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening 2008; het gewenst is om subsidies voor activiteiten als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning, prestatievelden 7, 8 en 9, op basis van een subsidieregeling te verlenen. Besluiten: De navolgende subsidieregeling Regionaal Kompas Oost-Veluwe vast te stellen Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel
(9). Onder deze beleidsterreinen zijn alle activiteiten begrepen van de gemeenten op het terrein van de maatschappelijke opvang, de openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid. Gezamenlijk vormen de prestatievelden 7, 8 en 9 de maatschappelijke zorg. In artikel 1 van de Wmo zijn de volgende definities gegeven: Maatschappelijke opvang: het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meer problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Openbare geestelijke gezondheidszorg: het signaleren en bestrijden van risicofactoren op het gebied van de openbare geestelijke gezondheidszorg, het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en risicogroepen, het functioneren als meldpunt voor signalen van crisis of dreiging van crisis bij kwetsbare personen en risicogroepen en het tot stand brengen van afspraken tussen betrokken organisaties over de uitvoering van de openbare geestelijke gezondheidszorg. Verslavingsbeleid: maatschappelijke zorg gericht op verslaafden, alle individuele geneeskundige verslavingszorg daaronder niet begrepen, en preventie van verslavingsproblemen, met inbegrip van activiteiten in het kader van de bestrijding van overlast door verslaving. Werkingsgebied van de subsidieregeling De gemeente Apeldoorn is centrumgemeente voor maatschappelijke opvang, (O)GGz en verslavingsbeleid voor de gemeenten in haar werkgebied, zijnde: Epe, Voorst, Brummen en Heerde. De gemeente Apeldoorn ontvangt een extra budget (decentralisatie-uitkering MO) van het rijk omdat zij centrumgemeente is. Subsidies die de gemeente Apeldoorn als zijnde centrumgemeente verstrekt, vallen onder de Subsidieregeling Regionaal Kompas Oost-Veluwe. Ook subsidies voor lokale activiteiten op de betreffende beleidsterreinen die de gemeente Apeldoorn niet in haar rol als centrumgemeente verstrekt, vallen onder de werking van deze subsidieregeling. Separate subsidieregeling voor vrouwenopvang en huiselijk geweld Het gemeentelijke beleid voor vrouwenopvang en de aanpak van huiselijk geweld maakt onderdeel uit van prestatieveld 7 van de Wmo, en behoort tevens tot het beleidsterrein van de maatschappelijke zorg. Voor vrouwenopvang en huiselijk geweld zijn echter separate subsidieregeling opgesteld. De voornaamste redenen hiervoor zijn: De geringe overlap tussen de doelgroepen van het beleid van vrouwenopvang en huiselijk geweld enerzijds en de doelgroepen van de maatschappelijke opvang, (O)GGz en verslavingsbeleid anderzijds Voor de drie beleidsvelden van het Regionaal Kompas (kortweg MO genoemd ) is Apeldoorn centrumgemeente voor de regio Oost Veluwe: Apeldoorn, Voorst, Epe, Brummen en Heerde. Voor vrouwenopvang en de aanpak van huiselijk geweld (kortweg VO/HG genoemd) echter, fungeert Apeldoorn als centrumgemeente voor de regio Oost-Veluwe en Midden-IJssel: Apeldoorn, Epe, Voorst, Brummen, Heerde, Zutphen en Lochem. Vanaf 1-1-2011 komen daar hoogstwaarschijnlijk zes gemeenten uit de regio Noord-Veluwe bij : Harderwijk, Putten, Ermelo, Nunspeet, Oldebroek en Elburg. Mogelijk zal op termijn gemeente Hattem daar als 14e gemeente nog bij aansluiten. Subsidie in het kader van het Regionaal Kompas Overwegende dat het college bevoegd is voor bepaalde vormen van subsidie nadere regels te stellen dan wel specifieke regelingen vast te stellen: gelet op het feit dat centrumgemeente Apeldoorn jaarlijks subsidie verstrekt voor de maatschappelijke zorg in Oost-Veluwe (gemeente Apeldoorn, Epe, Voorst, Brummen en Heerde) en het wenselijk is om daar juridisch onderbouwde voorwaarden aan te verbinden alsmede criteria vast te stellen voor een verdeelmodel in geval de subsidieaanvragen het subsidieplafond overstijgen gelet op artikel 160 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening 2008; het gewenst is om subsidies voor activiteiten als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning, prestatievelden 7, 8 en 9, op basis van een subsidieregeling te verlenen. heeft het college van B & W van centrumgemeente Apeldoorn de navolgende regeling voor de subsidieverlening 2011 in het kader van het Regionaal Kompas Oost-Veluwe 2008-2011 vastgesteld. Bij het Regionaal Kompas Oost Veluwe 2012-2015 zal een nieuwe versie van deze subsidieregeling worden opgesteld en gelijklopend met het beleidsdocument voor 2012-2015 worden vastgesteld. II Toelichting per artikel Artikel
- Begripsomschrijvingen In artikel 1 worden verschillende termen gedefinieerd. Aangesloten is bij de Wet maatschappelijke ondersteuning, prestatievelden 7, 8 en
- die betrekking hebben op de maatschappelijke zorg In artikel 1 is ook een omschrijving van het begrip ‘ketenbenadering’ opgenomen. De ketenbenadering richt zich op verbetering van zorg en opvang binnen de bestaande kaders. In de ideale keten krijgt elk individu de meest passende vorm van hulpverlening, met realistische doelstellingen en volgens duidelijke criteria. Hierbij is het uitgangspunt: voorkomen dat iemand in een ‘gat’ valt of terugvalt. De zorgactiviteiten bieden daarom gerichte begeleiding en/of behandeling - voor een specifiek probleem en tijdens een bepaalde fase - én ze sluiten zonder afstemmingsproblemen op elkaar aan. De keten is niet noodzakelijkerwijs lineair, maar eerder cyclisch. In de praktijk kan iemand ‘schakels’ overslaan of teruggrijpen naar eerdere schakels uit de keten. Binnen het huidige zorgaanbod vindt veelvuldig samenwerking plaats tussen de diverse organisaties. Via goede overlegstructuren tussen de aanbieders van zorg en opvang krijgen hulpbehoevenden een soort zorgmaatpak aangemeten. De ketenbenadering houdt dus in dat alle relevante instellingen en partners samenwerken om een sluitende aanpak tot stand te brengen. De ketenaanpak heeft enerzijds tot doel opvang, zorg en begeleiding te realiseren en anderzijds overlast en geweld te voorkomen en bestrijden. De keten bestaat uit verschillende schakels. Bij een goede invulling van de verschillende schakels en het realiseren van de juiste afstemming ontstaat een sluitende aanpak. Artikel
- Algemene subsidieverordening ApeldoornDe in artikel 2 genoemde Algemene subsidieverordening Apeldoorn is vastgesteld in 2008 en is voor alle partijen beschikbaar via internet, of op de vragen via de gemeente Apeldoorn.Artikel
- Bevoegdheid collegeIn artikel 3 wordt de bevoegdheid van de gemeenteraad om de subsidieregeling uit te voeren, gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het college is bevoegd de subsidieregeling uit te voeren. Dat betekent dat het college bevoegd is op grond van deze subsidieregeling subsidie te verlenen en vaststellen, voorschotten te verlenen en alle besluiten te nemen die samenhangen met de subsidieverstrekking.Artikel
- Subsidieplafond en verdeling van subsidiebudgettenIn artikel 4 wordt de bevoegdheid van de raad om een subsidieplafond per instelling / per activiteit vast te stellen en vast te stellen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld, gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Een subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor subsidieverstrekking op grond van deze subsidieregeling (artikel 4:22 Awb). Een subsidie moet verplicht worden geweigerd als door subsidieverstrekking het subsidieplafond (‘het potje geld dat beschikbaar is’) zou worden overschreden (artikel 4:25 Awb). Een subsidieplafond moet bekend worden gemaakt (artikel 4:27 Awb). Binnen de gemeente Apeldoorn gebeurt dat jaarlijks bij de vaststelling van het dienstplan van de dienst Samenleving. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt aangegeven hoe het beschikbare budget wordt verdeeld (artikel 4:26 Awb). Voor 2011 gebeurt de verdeling op basis van deze subsidieregeling.Artikel
- Reikwijdte subsidieregelingIn artikel 5 wordt de reikwijdte geregeld. Deze subsidieregeling bieden in ieder geval een grondslag voor subsidieverstrekking voor activiteiten die vallen binnen de prestatievelden 7, 8 en 9 van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar het algemeen deel van deze toelichting waarin uitgebreid wordt ingegaan op de reikwijdte van deze subsidieregeling. In het algemeen deel van deze toelichting wordt ook ingegaan op de rol van de gemeente Apeldoorn als centrumgemeente. In artikel 5, eerste lid, onderdeel c, wordt het bevorderen van sociale verslavingszorg genoemd. Deze verslavingszorg betreft de maatschappelijke zorg gericht op verslaafden, alle individuele geneeskundige verslavingszorg daaronder niet begrepen.Artikel
- Subsidiabele activiteitenAd a. Preventie, voorlichting, informatie en adviesHierbij gaat het er om te voorkomen dat kwetsbare mensen maatschappelijk buiten de bootvallen en zelfs dak- en thuisloos worden. Bij preventie speelt tijdig signaleren van problematiek een grote rol. De doelgroep zal zelf vaak niet (meer) om hulp vragen endaarom is het van groot belang om (met respect voor privacy) goed te luisteren naar designalen van buren, familieleden en andere betrokkenen. Voorbeelden hiervan zijn hettijdig signaleren en aanpakken van probleemsituaties zoals huisuitzettingen. Ad b/c. Ambulante (woon) begeleiding en (psychosociale) dienstverlening, outreachendebemoeizorg, outreachende begeleiding en (OGGz)zorgtoeleiding. Dit betreft het bieden vanzorg, outreachende (vindplaatsgerichte) psychosociale interventies en psychosocialebegeleiding met als doel dat cliënten uiteindelijk in staat zijn zich zelfstandig / zelfredzaam tehandhaven in de maatschappij. Hieronder valt ook het Algemeen Maatschappelijk Werk. Ad. d/e/f. Crisisopvang, nachtopvang, woonvoorzieningen, begeleid wonen, inloopvoorzieningen,gebruikersruimten en medische heroïneverstrekking. Opvang omvat het bieden van onderdaken voorzien in de eerste levensbehoeften en in intensiteit van elkaar verschillende vormenvan begeleiding en hulpverlening aan mensen die (tijdelijk) niet (zelfstandig) meer wonen.Hieronder vallen dagopvang, nachtopvang en noodopvang in de winter en gebruikersruimten.Artikel
- Aanvullende subsidiecriteriaIn artikel 7 wordt geregeld op basis van welke criteria het college prioritering aanbrengt in de subsidieaanvragen. Deze rangschikking is van toepassing indien de subsidieaanvragen het beschikbare subsidieplafond overschrijden. De rangschikking gebeurt op basis van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, en dus niet op basis van instellingen. In het geval twee of meer instellingen nagenoeg dezelfde activiteit aanbieden voor dezelfde doelgroep, waardoor het aanbod de vraag dreigt te overschrijden, zullen vooral lid
- sub a, d en e bepalend zijn bij de rangschikking van de subsidieaanvragen.Artikel
- Vereisten subsidieontvangerIn artikel 8 wordt geregeld dat een subsidie slechts wordt verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid en zonder winstoogmerk. De reden hiervoor is dat de gesubsidieerde activiteiten een structureel karakter hebben en alleen op verantwoorde en professionele wijze uitgevoerd kunnen worden wanneer de activiteiten ingebed zijn in een organisatie die niet afhankelijk is van een of enkele natuurlijke personen.Artikel
- Hoogte subsidieIn artikel 9 wordt geregeld dat het college per activiteit de hoogte van de subsidie mag bepalen. Het college is vrij om te bepalen hoe het dat precies doet. In ieder geval vermeldt de beschikking tot subsidieverlening het bedrag van de subsidie, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald (artikel 4:31 Awb).Artikel
- Aanvullende weigeringsgrondenIn artikel 10 is een aantal facultatieve weigeringsgronden geregeld. Facultatief betekent dat de weigeringsgronden kunnen worden toegepast, maar dat het niet verplicht is op die gronden de subsidie te weigeren. Artikel 4:35 Awb bevat een niet-limitatieve opsomming van een aantal geldende, facultatieve gronden om een subsidieaanvraag te weigeren. Deze gronden werken aanvullend ten opzichte van de weigeringsgronden in de subsidieregeling en de Asv
- De weigeringsgronden zijn algemeen omschreven en laten ruimte om per geval te beoordelen of het weigeren van de subsidie nodig is of niet. Hierbij moet het gelijkheidsbeginsel vanzelfsprekend voor ogen worden gehouden.De weigeringsgrond onder f maakt het mogelijk een subsidie te weigeren wanneer de activiteiten uitsluitend of mede tot doel hebben de deelnemers aan de activiteiten te overtuigen van een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging. Deze weigeringsgrond is niet bedoeld om subsidie-aanvragers die hun activiteiten vanuit een bepaalde overtuiging verrichten, uit te sluiten van de mogelijkheid subsidie te krijgen. Het artikel zorgt er wel voor dat wanneer de activiteiten in feite gericht zijn op het overhalen van de deelnemers dezelfde overtuiging aan te gaan hangen, de subsidie geweigerd kan worden.Artikel
- Aanvullende subsidieverplichtingenOp grond van de Awb, de Asv 2004 en de artikelen 11 tot en met 14 kunnen verplichtingen aan de subsidie worden verbonden. Dat kunnen standaardverplichtingen zijn (artikel 4:37 Awb): veel voorkomende verplichtingen die voor een doelmatige subsidieverstrekking van belang kunnen zijn. Een van de verplichtingen betreft het opstellen van een individueel begeleidingsplan voor iedere cliënt die wordt opgevangen of begeleid (artikel 11, lid. 1.). Voor zover de opvang of begeleiding beperkt is, geldt dat het begeleidingsplan ook zeer beknopt kan zijn. oLid 4, 5 en 6 van artikel 11, verplichten tot het leveren van gegevens. Voor zover het persoonsgegevens betreft, is de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing. Er is sprake van persoonsgegevens wanneer de gegevens herleidbaar zijn naar een natuurlijke persoon. Het kan zijn dat één gegeven op zichzelf niet herleidbaar is tot een persoon, maar een combinatie van gegevens wel. Wanneer de combinatie van gegevens gevraagd wordt, is dan ook sprake van persoonsgegevens.Instellingen zijn verplicht medewerking te verlenen bij het verkrijgen van informatie over de omvang en zorgbehoefte van de doelgroepen voor de prestatievelden 7, 8 en 9 van de Wmo. De centrumgemeente Apeldoorn heeft opdracht verleend aan INTRAVAL voor het verzamelen van informatie voor de Monitor Regionaal Kompas. Instellingen zijn daarnaast verplicht om mee te werken aan een voortgangsrapportage in het kader van het Regionaal Kompas, indien het Ministerie van VWS hier om vraagt. Het Ministerie heeft daartoe een opdracht uitgezet bij het Trimbos-instituut. De gemeente heeft opdracht verleend aan INTRAVAL om de landelijk gevraagde gegevens volledig mee te nemen in de Monitor Regionaal Kompas.Elke instelling dient jaarlijks vóór 10 januari de resultaatmeting/klantgegevens aan te leveren over het voorafgaande jaar. De resultaatmeting heeft betrekking op alle klanten met meervoudige problematiek die zijn ingeschreven in een van de vijf gemeenten: Apeldoorn, Epe, Voorst, Brummen of Heerde en waarvoor individuele begeleidingsplannen zijn opgesteld en gefinancierd (ongeacht de financieringsbron (Wmo, AWBZ, Zvw, etc). Het format waarin u deze gegevens aanlevert kan de instelling zelf kiezen in overleg met INTRAVAL. Instellingen kunnen daarvoor de door de centrumgemeente Apeldoorn aangeleverde excel-spreadheet voor individuele begeleidingsplannen gebruiken.oElke instelling is verplicht om, voor de door de centrumgemeente Apeldoorn in het Regionaal Kompas gefinancierde individuele begeleidingsplannen, de gevraagde klantgegevens aan te leveren in het daartoe bestemde excel-spreadsheet voor begeleidingsplannen. Alle klanten hoeven slechts éénmaal gemeld te worden, ofwel in het eigen format (alle financieringsvormen), ofwel in de spreadsheet voor begeleidingsplannen (verplicht bij gemeentefinanciering voor begeleidingsplannen in het Regionaal Kompas)Artikel
- Verplichtingen andere overhedenIn die gevallen dat centrumgemeente Apeldoorn financiële middelen van andere overheden inzet (bijvoorbeeld provinciale middelen in het kader van het regiocontract Stedendriehoek) worden de subsidieverplichtingen aan de gemeente, doorgesluisd aan de instellingen. Artikel
- Doelgebonden verplichtingenOp grond van artikel 13 kunnen overige doelgebonden verplichtingen worden opgelegd (artikel 4:38 Awb): verplichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk en geschikt zijn om het met de subsidie nagestreefde doel te verwezenlijken. Het college kan de subsidie-ontvanger doelgebonden verplichtingen opleggen bijvoorbeeld in het kader van de openingsuren, de kwalificaties van het personeel, de samenwerking met andere instellingen en de hoogte van de tarieven. Voor wat betreft de eigen bijdragen van cliënten zal de gemeente per 1-1-2011 een Verordening eigen bijdrage hebben ingesteld. De instellingen zijn verplicht om deze verordening na te leven.Deze verordening is gebaseerd op verplichtingen die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) oplegt aan gemeenten en instellingen voor maatschappelijke zorg. Artikel
- Niet-doelgebonden verplichtingenOp grond van artikel 14 kunnen niet doelgebonden verplichtingen worden opgelegd (artikel 4:39 Awb): verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, maar wel enig verband houden met de gesubsidieerde activiteit. Het bestrijden van discriminatie en de bevordering van de integratie van allochtonen zijn meer algemeen gewenste doelstellingen, die onderdeel kunnen uitmaken van het ondernemingsbeleid. Deze doelstellingen kunnen tot uiting komen in het eigen personeelsbeleid en in de bejegening van (potentiële) cliënten. Integratiedoelen kunnen ook onderdeel uitmaken van het begeleidingsplan van een allochtone cliënt. Bij het opstellen van het begeleidingsplan wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan het leerdoelen op het gebied van de Nederlandse taal en cultuur als onderdeel van de doelen met betrekking tot rehabilitatie en herstel. Artikel 15 Subsidieaanvraag 2011In artikel 15 is geregeld waar een aanvraag om subsidie in ieder geval aan moet voldoen; welke stukken moeten worden overgelegd en wanneer de subsidie kan worden aangevraagd. Artikel 16 Aanvraag vaststelling subsidie 2011In artikel 16 is geregeld waar een aanvraag om subsidievaststelling in ieder geval aan moet voldoen; welke stukken moeten worden overgelegd en wanneer de subsidievaststelling uiterlijk moet worden aangevraagd. Het is gebruikelijk om na de aanvraag om subsidie, subsidie te verlenen voor bepaalde activiteiten. Na het jaar waarin de te subsidiëren activiteiten worden uitgevoerd, moet de aanvraag om subsidievaststelling worden ingediend. Bij de aanvraag om subsidievaststelling toont de subsidieontvanger aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden en de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn nageleefd. De subsidieontvanger legt ook rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn (artikel 4: 46 Awb). Zo kan het college controleren of alles wel goed is gegaan en verlopen is zoals afgesproken.Artikel 17 Hardheidsclausule In artikel 17 is de hardheidsclausule geregeld. Het opnemen van een hardheidsclausule opent de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders om een onderdeel van de subsidieregeling buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Dat kan in gevallen waarin de toepassing – gegeven het doel en de strekking van de subsidieregeling – een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren. Als er vaker met een beroep op de hardheidsclausule wordt afgeweken van de subsidieregeling, moet die afwijking in de subsidieregeling zelf neergelegd worden. Het is daarom van belang om de toepassing van hardheidsclausules periodiek te evalueren. Mocht evaluatie leiden tot de conclusie dat de gevallen waarin een hardheidsclausule is toegepast op bepaalde punten voldoende is uitgekristalliseerd, dan dient het bestendig gebleken beleid – bij gelegenheid – in de subsidieregeling of een uitvoeringsregeling van het college van burgemeester en wethouders te worden neergelegd. Artikel
- Onvoorziene gevallenMogelijk doen zich in de toekomst situaties voor, waarin de subsidieregeling niet voorziet. In die gevallen is het college beslissingsbevoegd. Artikel
- OvergangsrechtIn artikel 19 is het overgangsrecht geregeld. De subsidieregeling is van toepassing op aanvragen om subsidie voor activiteiten die na haar inwerkingtreding plaatsvinden. Het betreft activiteiten die in 2011 plaatsvinden. Op subsidieaanvragen die voor inwerkingtreding van de subsidieregeling zijn ingediend en betrekking hebben op activiteiten in 2011, zal nog niet zijn beslist op het moment van inwerkingtreding. Voor die subsidieaanvragen zijn deze subsidieregeling onverminderd van toepassing. Artikel 20 InwerkingtredingIn artikel 20 is geregeld wanneer de subsidieregeling in werking treedt. Een subsidieregeling moet altijd duidelijk maken wanneer een subsidieregeling in werking treedt. Om te voorkomen dat de subsidieregeling later dan gepland in werking treedt doordat de subsidieregeling later wordt gepubliceerd, is er een speciale formulering opgenomen. Artikel 21 CiteertitelIn artikel 22 is de citeertitel geregeld. De citeertitel is een soort ‘roepnaam’ die aan een subsidieregeling gegeven kan worden. In andere teksten wordt – als er verwezen wordt naar deze subsidieregeling – de citeertitel gebruikt.