De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Gaasterlân-Sleat, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 december 1993; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; b e s l u i t e n : vast te stellen de volgende: “Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften". HoofdstukIBegripsbepalingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: beroepsorgaan : gemeentelijk bestuursorgaan dat dient te beslissen op een beroepschrift; verwerend orgaan : bestuursorgaan, dat het bestreden besluit heeft genomen; commissie : vaste commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften; wet : de Algemene wet bestuursrecht. HoofdstukIIBehandeling van de bezwaar- en beroepschriften Paragraaf1De commissie Artikel2Inleidende bepaling 1.Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren en ingestelde administratieve beroepen als bedoeld in artikel 1:5 van de wet. 2.De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaar- en beroepschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van: gemeentelijke belastingverordeningen; de Ambtenarenwet en de gemeentelijke rechtspositieregelingen; Artikel3Samenstelling van de commissie 1.De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de gemeenteraad op voorstel van burgemeester en wethouders. 2.De gemeenteraad benoemt overeenkomstig het eerste lid een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden. 3.De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter (tevens lid) van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan van deze gemeente. Artikel4Secretaris 1.De secretaris van de commissie is een door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar. 2.Burgemeester en wethouders wijzen tevens één of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. Artikel5Zittingsduur 1.De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de gemeenteraad. 2.De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. 3.De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Paragraaf 2 Procedure Artikel6Ingediend bezwaar- of beroepschrift 1.Op het ingediende bezwaar- of beroepschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2.Het bezwaar- of beroepschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. 3.Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar of beroep zal adviseren. Artikel7Bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, tweede lid; 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld; 6:17, voorzover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie; 7:4, tweede lid; 7:6, vierde lid; 7.18, tweede en zesde lid, en 7:20, vierde lid, van de wet worden voor de toepassing van deze verordening opgedragen aan de commissie. Artikel8Vooronderzoek 1.De commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaar- of beroepschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. 2.De commissie kan uit eigen beweging bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist. Artikel9Hoorzitting 1.De commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2.Indien de commissie op grond van de artikelen 7:3 en 7:17 van de wet besluit van het horen af te zien, doet zij daarvan mededeling aan: de belanghebbenden; het verwerend orgaan en, in geval van behandeling van een beroepschrift, het beroepsorgaan. Artikel10Uitnodiging zitting 1.De commissie deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan tenminste drie weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting. 2.Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3.De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden, het verwerend orgaan en in het geval van behandeling van een beroepschrift, aan het beroepsorgaan meegedeeld.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.