← Nederland

Algemeen plaatselijke verordening gemeente Veendam 2010 (Veendam)

Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Veendam 2010Nummer: 449/Veiligheid De raad van de gemeente Veendam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 augustus 2010; overwegende dat

Artikel5

:26Aanwijzingen ligplaats [gereserveerd]

Artikel5

:27Verbod innemen ligplaats [gereserveerd]

Artikel5

:28Beschadigen van waterstaatswerken 1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening. Artikel5:29Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel5:30Veiligheid op het water 1.Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening. Artikel5:31Overlast aan vaartuigen 1.Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Afdeling7.Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel5:32Crossterreinen 1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2.Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3.Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren. Artikel5:33Beperking verkeer in natuurgebieden 1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. 2.Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: in het belang van het voorkomen van overlast; in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden; in het belang van de veiligheid van het publiek. 3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten; die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Afdeling8.Verbod vuur te stoken Artikel5:34Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2.Het verbod geldt niet voor zover het betreft: verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5.Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. Afdeling9.Verstrooiing van as Artikel5:35Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(

  1. n)gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel5:36Verboden plaatsen 1.Incidentele asverstrooiing is verboden op: verharde delen van de weg; gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; openbaar water. 2.Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3.Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. Artikel5:37Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Hoofdstuk6.Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel6:1Strafbepaling 1.Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, en van de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de op grond van deze verordening verleende vergunningen of ontheffingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of met een geldboete van de tweede categorie. (artikel 23 Wetboek van Strafrecht) 2.Overtreding van enige bepaling van deze verordening kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel6:2Toezichthouders 1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’
  2. s)en/ of de handhavers in dienst bij de Stichting Veiligheidszorg Groningen 2.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel6:3Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel6:4Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1.Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2010, tenzij de verordening op een later tijdstip wordt bekend gemaakt, dan geldt als datum van inwerkingtreding deze latere datum van bekendmaking. 2.Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening wordt de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Veendam, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 september 2008, nummer 635 SO, ingetrokken. Artikel6:5Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel6:6Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Veendam 2010. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Veendam d.d. 27 september 2010.De griffier, De voorzitter, R.Brekveld A. MeijermanBijlagen: Beleidsregels op basis van de Apv Artikel Hoofdstuk Naam beleidsregel Vastgesteld 2, afdeling 3, paragraaf 1. Integrale Horecabeleid 24-04-2003 2.10 Terrassen en uitstallingsbeleid 18-12-2006 2.10 Handhavingsbeleid reclame langs openbare wegen in het buitengebied 24-08-2004 2.10 Driehoeks reclameborden 14-12-2004 2.10 Opruimen afval ten gevolge van oud en nieuw 10-10-2000 2.10 5.15 Standplaatsen, venten en dienstverlening op of aan de openbare weg 01-11-2004 2.13 Uitwegenbeleid 01-07-2003 2.25 Beleidsregels schuurfeesten 30-10-2007 2.25 Privé feesten op het openbare terrein 24-06-1986 2.26.2 Stadion omgevingsverbod 15-02-2005 2.28 Beleidsregel Wet BIBOB 19-12-2006 2.74 Drugs- en coffeeshopbeleid 22-01-2008 2.77 Notitie Cameratoezicht 03-04-2006 Nota Cameratoezicht 30-10-2007 3.4 Nadere regels prostitutiebedrijven 1-10-2000 5.8 / 5.9 Beleidsregels APV Team Ruimte 12-3-1991 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen. Artikel 1:2 Beslistermijn. Artikel 1:3 Te late indiening aanvraag. Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing. Artikel 1:7 Termijnen. Artikel 1:8 Weigeringsgronden. Artikel 1:9 Lex silencio positivo wel van toepassing. Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing. HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden. Artikel 2:1.1 Samenscholing en ongeregeldheden. Artikel 2:1.2 Verblijfsontzeggingen. Afdeling 2 Betogingen. Artikel 2:2 Optochten. Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen. Artikel 2:4 Afwijking termijn. Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens. Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken. Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte Stukken of afbeeldingen. Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg. Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. Artikel 2:8 Dienstverlening. Artikel 2:9 Straatartiest e.d. Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg. Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg. Artikel 2:10.1 Opheffing vergunningsplicht Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg. Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg. Afdeling 6 Veiligheid op de weg. Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid. Artikel 2:14 Winkelwagentjes. Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp. Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp. Artikel 2:20 Vallende voorwerpen. Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn. Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs. Afdeling 7 Toezicht op evenementen. Artikel 2:24 Begripsomschrijving. Artikel 2:25 Evenement. Artikel 2:26 Ordeverstoring. Artikel 2:26.1 Betaald voetbal wedstrijden Artikel 2.26.2 Stadionomgevingsverbod Artikel 2:26.3 Orde in verband met voetbalwedstrijden Artikel 2:26.4 Verwijderingsplicht voetbalsupporters Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven. Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen. Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf. Artikel 2:29. Sluitingstijden. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting. Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf. Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven. Artikel 2:33 Ordeverstoring. Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan. Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf. Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie. Artikel 2:37 Nachtregister. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister. Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden. Artikel 2:39 Speelgelegenheden. Artikel 2:40 Speelautomaten. Afdeling11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid. Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal. Artikel 2:42 Plakken, kladden en bespuiten. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen. Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen. Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten. Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. Artikel 2:52 Overlast van (brom)fietsen e.d. Artikel 2:53 Bespieden van personen. Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren Artikel 2:56 Alarminstallaties. Artikel 2:57 Loslopende honden. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden. Artikel 2:59 Gevaarlijke honden. Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren. Artikel 2:61 Wilde dieren Artikel 2:62 Loslopend vee. Artikel 2:63 Duiven. Artikel 2:63.1 Voederverbod (stads)duiven. Artikel 2:64 Bijen. Artikel 2:65 Bedelarij. Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen. Artikel 2:66 Begripsbepaling. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister. Artikel 2:68 Voorschriften, als bedoeld in artikel 437, ter eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen. Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven. Afdeling 13 Vuurwerk. Artikel 2:71 Begripsbepalingen. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen. Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. Artikel 2:73.1 Carbidschieten. Afdeling 14 Drugsoverlast. Artikel 2:74 Drugshandel op straat. Artikel 2:74.1 Verblijfsontzeggingen. Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen. Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding. Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden. Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen. HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. Afdeling 1 Begripsbepalingen. Artikel 3:1 Begripsbepalingen. Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan. Artikel 3:3 Nadere regels. Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. Artikel 3:4 Seksinrichtingen. Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder. Artikel 3:6 Sluitingstijden. Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting. Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder. Artikel 3:9 Straatprostitutie. Artikel 3:10 Sekswinkels. Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d. Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden. Artikel 3:12 Beslissingstermijn. Artikel 3:13 Weigeringsgronden. Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer. Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie. Artikel 3:15 Wijziging beheer. HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN DE ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting. Artikel 4:1 Begripsbepalingen. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten. Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten. Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten. Artikel 4:5 Onversterkte muziek. Artikel 4:6 Overige geluidhinder. Artikel 4:6A Mosquito Artikel 4:6.2 (Geluid)hinder in de open lucht Artikel 4:6.3 (Geluid)hinder door dieren Artikel 4:6.4 (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. Artikel 4:6.5 (Geluid)hinder door vrachtauto’s Artikel 4:6.6 (Geluid)hinder door horecabedrijven. Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging. Artikel 4:7 Straatvegen. Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen. Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen. Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden. Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen. Artikel 4:11 Kapvergunning. Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege. Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast. Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen, enz. Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen. Artikel 4:15 verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Artikel 4:16 Vergunningsplicht handelsreclame. Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen. Artikel 4:17 Begripsbepaling. Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buitenkampeerterreinen. Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen. HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE Afdeling 1. Parkeerexcessen. Artikel 5:1 Begripsbepalingen. Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen. Artikel 5:4 Defecte voertuigen. Artikel 5:5 Voertuigwrakken. Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen. Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen. Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen. Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen. Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen. Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets. Afdeling 2. Collecteren. Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen. Afdeling 3 Venten. Artikel 5:14 Begripsbepaling. Artikel 5:15 Ventverbod. Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting. Afdeling 4 Standplaatsen. Artikel 5:17 Begripsbepaling. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden. Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen. Afdeling 5 Snuffelmarkten. Artikel 5:22 Begripsbepaling. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt. Afdeling 6 Openbaar water. Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water. Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen. Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats. Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats. Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken. Artikel 5:29 Reddingsmiddelen. Artikel 5:30 Veiligheid op het water. Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen. Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden. Artikel 5:32 Crossterreinen. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden. Afdeling 8 Verbod vuur te stoken. Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken. Afdeling 9 Verstrooiing van as. Artikel 5:35 Begripsbepaling. Artikel 5:36 Verboden plaatsen. Artikel 5:37 Hinder of overlast. HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1. Strafbepaling. Artikel 6:2. Toezichthouders. Artikel 6:3. Binnentreden woningen. Artikel 6:4. Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening. Artikel 6:5. Overgangsbepaling. Artikel 6:6. Citeertitel.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.