HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN De raad van de gemeente Lingewaard; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 29 mei 2007; gehoord de rondetafelbijeenkomst d.d.13 juni 2007; gelet op het bepaalde in gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet ; besluit: Vast te stellen: DE SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN LINGEWAARD 2007 Artikel1Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard; de commissie Monumenten en Cultuurhistorie: de door het college op basis van de Verordening commissie Monumenten en Cultuurhistorie Lingewaard 2007ingestelde commissie; subsidie: een aanspraak op financiële middelen, zoals bedoeld in artikel 4:21 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), door de gemeente verstrekt aan een eigenaar ten behoeve van de duurzame instandhouding of ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en/of monumenten; subsidiecomponent: een in de beschikking tot subsidieverlening te noemen onderdeel of element van een aangevraagde subsidie; cultuurhistorische waarden: objecten of structuren van historisch bouwkundige, archeologische en/of historisch-geografische waarde en/of landschapshistorische (geomorfologische) elementen; duurzame instandhouding of ontwikkeling van cultuurhistorische waarden: een beschermingsaanpak, die er op is gericht het verval van cultuurhistorische objecten of structuren tegen te gaan en zo mogelijk schade te herstellen; hieronder vallen de maatregelen op het gebied van onderhoud, restauratie, inrichting en beheer eigenaar: een natuurlijke of rechtspersoon, al dan niet op winst gericht, die krachtens eigendom of beperkt recht het genot heeft van cultuurhistorische waarden, onder wiens opdracht duurzame instandhouding en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden plaatsvindt; gemeentelijk monument: object dat krachtens de bepalingen opgenomen in de de Monumentenverordening 2007 is aangewezen als beschermd gemeentelijk monument; onderhoud: periodieke werkzaamheden aan een monument welke dienen om het monument in goede staat te houden c.q. als zodanig in stand te houden om grote restauraties te voorkomen; restauratie: werkzaamheden aan een monument, die het normale onderhoud te boven gaan, en die voor het herstel van het monument noodzakelijk zijn; subsidiabele kosten: kosten die noodzakelijk zijn voor het herstel en instandhouding van een monument of cultuurhistorische waarden. Hieronder zijn niet begrepen kosten die uitsluitend danwel in overwegende mate worden gemaakt voor de verbetering van het wooncomfort; lijst van subsidiabele kosten: door het college vast te stellen lijst met subsidiabele kosten; uitvoeringsvoorschriften: voorschriften welke het college kan stellen bij de monumentenvergunning als bedoeld in artikel 10 van de Monumentenverordening Lingewaard 2007 of voorschriften welke op basis van artikel 14 van deze verordening opgenomen kunnen worden in het besluit tot subsidieverlening; haalbaarheidsonderzoek: onderzoek naar de haalbaarheid van een investering in brede zin gericht op duurzame instandhouding en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en monumenten; bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en bouwhistorische kwaliteit van een monument of toekomstig monument. Artikel 2 Uitvoering van de verordening Het college is belast met de uitvoering van deze verordening en besluit met toepassing van deze verordening tot verlening, intrekking, wijzigingen en vaststelling van subsidie en omtrent de daaraan te verbinden voorschriften en voorwaarden. Artikel 3 Beleidsregels Het college kan beleidsregels vaststellen waarin het subsidiebeleid ten aanzien van monumenten en cultuurhistorische waarden wordt uitgewerkt. Het college stelt in ieder geval vast een lijst met subsidiabele kosten. Voordat tot vaststelling van de beleidsregels wordt overgegaan vraagt het college advies aan de commissie Monumenten en Cultuurhistorie. De commissie Monumenten en Cultuurhistorie brengt haar advies uit binnen 8 weken na de datum van verzending van de in het tweede lid bedoelde adviesaanvraag. Artikel 4 Geen subsidie voor overheden Subsidie wordt niet toegekend ten behoeve van monumenten en cultuurhistorische waarden die het eigendom zijn van de Staat der Nederlanden, gemeenten of provincies. Artikel 5 Algemene voorwaarden subsidieverlening Een subsidie wordt slechts verleend indien: de nodige gelden bij de jaarlijkse begrotingsvaststelling door de gemeenteraad beschikbaar zijn gesteld; een eigenaar voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. De gemeenteraad kan voor afzonderlijke beleidsonderdelen en/of onderdelen van deze verordening een subsidieplafond vaststellen. In geval van een door de gemeenteraad vastgesteld subsidieplafond, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld totdat het door de gemeenteraad vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Artikel 6 Indexering Een subsidie of een subsidiecomponent kan door het college jaarlijks worden bijgesteld op basis van een door hen vast te stellen indexering. Het college stelt nadere richtlijnen vast over de te hanteren compensatiemethodiek voor de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde indexering. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt dat de te verlenen subsidie kan worden geïndexeerd en de wijze waarop dit gebeurd. HOOFDSTUK 2 SUBSIDIE ONDERHOUD EN RESTAURATIE GEMEENTELIJKE MONUMENTEN PARAGRAAF2.1DE SUBSIDIEAANVRAAG Artikel 7 Algemeen De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Voorzover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie of een bijdrage heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen of instanties, doet hij daarvan opgave in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. Artikel 8 De aanvraag Een aanvraag voor subsidie voor restauratie en/of onderhoud van een gemeentelijk monument dient door de eigenaar schriftelijk te worden ingediend bij het college op een daartoe vastgesteld aanvraagformulier. Gelet op hetgeen bepaald in artikel 4:2 tweede lid Awb dient de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens te bevatten: Een technische omschrijving van de te verrichten werkzaamheden; Een gespecificeerde begroting van de kosten met plan- en detailtekeningen; Een situatietekening waaruit blijkt de situering van het monument op het terrein met kadastrale informatie; Foto’s van het monument en de omgeving, recente foto’s niet ouder dan 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag van de te wijzigen onderdelen, inclusief de in de nabijheid gelegen bouwwerken voorzover nodig ter beoordeling van het uiterlijk van het monumenten waarop de aanvraag betrekking heeft; Een kopie van een afgesloten uitgebreide opstalverzekering ten behoeve van het monument. Het college kan bepalen dat buiten de gevallen genoemd in het tweede lid, andere bescheiden moeten worden overgelegd. Bij aanvraag voor subsidie voor onderhoud kan het college genoegen nemen met minder te overleggen stukken dan genoemd in het tweede lid. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt in behandeling genomen nadat de met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden vereiste monumentenvergunning en/of bouwvergunning definitief aan de eigenaar van het monument is toegekend. PARAGRAAF2.2DE SUBSIDIEVERLENING Artikel 9 Algemene voorwaarden Een subsidie wordt uitsluitend verleend aan de eigenaar van het monument. Voor subsidie komen in aanmerking de kosten vermeld op de lijst van subsidiabele kosten. De beschikking tot verlening van subsidie vermeldt de daaraan verbonden verplichtingen. Artikel 10 De beslistermijn Het college beslist binnen acht weken op een volledige aanvraag om een subsidie tot onderhoud en/of restauratie van een monument. Artikel 11 Subsidie gemeentelijke monumenten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien de subsidiabele kosten van onderhoud en restauratie per aanvraag het bedrag van €1350,- te boven gaat. Voor uitsluitend materiaalkosten in zelfwerkzaamheid is de ondergrens € 450,- Subsidie in de kosten van onderhoud bedraagt 25% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 5700,- per boekjaar. Subsidie in de kosten van restauratie bedraagt 25% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 10.000,- per boekjaar. Artikel 12 Subsidie haalbaarheidsonderzoek en bouwhistorisch onderzoek Subsidie ten behoeve van haalbaarheidsonderzoeken wordt verstrekt, na overleg en met goedkeuring van het college en bedraagt 40% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 5.000,- per boekjaar. Subsidie ten behoeve van bouwhistorisch onderzoek wordt verstrekt, na overleg en met goedkeuring van het college en bedraagt 45% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 5.000,- per boekjaar. Artikel 13 Weigeringsgronden In aanvulling op hetgeen bepaald in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht wordt geen subsidie verstrekt: indien reeds op andere wijze subsidie wordt verstrekt, tenzij op grond van die andere regeling een gemeentelijke bijdrage voorwaarde is. bij een gezamenlijk subsidiëren van een zelfde project door verschillende instanties indien het gezamenlijk toe te kennen subsidie een percentage van 90% van de subsidiabele kosten te boven gaat. indien met de restauratie of met het onderhoud is aangevangen, voordat op de aanvraag voor subsidie, als bedoeld in deze verordening, is beslist. indien het monument waarop de aanvraag betrekking heeft niet is verzekerd onder een zogenaamde uitgebreide opstalverzekering (inclusief verzekering tegen water-, brand-, storm- en bliksemschade) gebaseerd op de waarde van het monument. voor zover de te subsidiëren werkzaamheden gedekt kunnen worden uit de opbrengsten van een brand- en/of stormverzekering of andere vorm van verzekering. in de kosten van onderhoud of restauratie indien uitgevoerd door een bedrijf dat geen vergunning bezit zoals bedoeld in artikel 3 van het Vestigingsbesluit bedrijven. wanneer de kosten van de werkzaamheden, naar het oordeel van het college, niet geacht kunnen worden in een redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat. Artikel 14 Opnemen verplichtingen Het college kan voorschiften verbinden aan de wijze van uitvoering van de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt verleend. Subsidie wordt verleend onder oplegging van de verplichting dat: Binnen een bij de subsidieverlening te bepalen termijn een begin met de werkzaamheden wordt gemaakt en dit schriftelijk wordt gemeld aan het college; De werkzaamheden zijn voltooid vóór een bij de subsidieverlening te bepalen tijdstip. PARAGRAAF 2.3 VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER Artikel 15 Uitvoeringsvoorschriften De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig de aanvraag en conform de door het college gestelde uitvoeringsvoorschriften. Het college kan tussentijds schriftelijk toestemming verlenen van de aanvraag of de nadere regels af te wijken, mits nog niet met de werkzaamheden overeenkomstig de gewijzigde aanvraag is begonnen. Artikel 16 Start werkzaamheden Met de uitvoering van de werkzaamheden mag niet eerder worden begonnen dan nadat op de aanvraag voor subsidie, als bedoeld in deze verordening, is beslist. Artikel 17 Maatregelen tot behouden monument Degene aan wie krachtens deze verordening subsidie is verstrekt dient het monument in goede staat van onderhoud te houden en dient deze voldoende te verzekeren en verzekerd te houden tegen water, brand, storm en bliksemschade gedurende de periode dat er sprake is van een monument. Artikel 18 Controle werkzaamheden De eigenaar dient een door het college aangewezen deskundige of ambtenaar in gemeentelijke dienst op diens verzoek de gelegenheid te bieden het monument en de wijze waarop de werkzaamheden zullen worden verricht, of zijn uitgevoerd, te inspecteren. Een controle als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden alvorens een aanvraag zoals bedoeld in artikel 19 kan worden ingediend. PARAGRAAF 2.4 DE VASTSTELLING EN UITBETALING VAN EEN SUBSIDIE Artikel 19 Aanvraag tot vaststelling subsidie De eigenaar dient binnen 12 weken na gereed melding van de werkzaamheden een schriftelijke aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college. De aanvraag van de beschikking tot subsidievaststelling gaat in ieder geval vergezeld van een gespecificeerde financiële verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten en afschriften van rekeningen. Artikel 20 Beslistermijn Het college beslist binnen 8 weken op de volledig aanvraag tot subsidievaststelling. Artikel 21 Controle Het college beslist op de aanvraag nadat: de uitgevoerde werkzaamheden zijn goedgekeurd door de gemeente of een door de gemeente aangewezen onafhankelijke instantie, en; nadat de op de uitgevoerde werkzaamheden betrekking hebbende rekeningen en betaalbewijzen zijn gecontroleerd en akkoord bevonden. Artikel 22 Uitbetaling Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling betaald. HOOFDSTUK 3 SUBSIDIE DUURZAME INSTANDHOUDING OF ONTWIKKELING VAN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN Dit hoofdstuk wordt vooralsnog niet ingevuld. HOOFDSTUK 4 SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 23 Hardheidsclausule In bijzondere gevallen kan het college in het belang van het monument een bijzonder subsidiepercentage vaststellen. Het college kan de bij of krachtens deze verordening opgenomen artikelen of bepalingen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing daarvan, gelet op het belang, de aard of de strekking van deze verordening leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 23A Kosten onderhoud en/of restauratie rijksmonumenten De gemeenteraad kan na een schriftelijk verzoek van de eigenaar van een rijksmonument besluiten subsidie te verlenen. Voor de behandeling van een dergelijk verzoek zijn de bepalingen van Hoofdstuk 2 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. De eigenaar dient in het in lid 1 bedoelde verzoek aan te geven in hoeverre hij in aanmerking komt voor fiscale aftrek en in welke mate hij in aanmerking komt voor andere vormen van subsidie en/of laagrentende leningen. De gemeenteraad beslist binnen 3 maanden op een volledige aanvraag om een subsidie tot onderhoud en/of restauratie van een rijksmonument. Artikel 24 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel 25 Inwerkingtreding en overgang Deze verordening treedt in werking vier weken na bekendmaking. De Subsidieverordening monumenten gemeente Bemmel 2002, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 4 juli 2002, wordt ingetrokken. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, een aanvraag om subsidie op grond van de in het tweede lid ingetrokken verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld op grond van de bepalingen van deze verordening. Subsidiebesluiten genomen op grond van de in het tweede lid ingetrokken verordening blijven van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn genomen is verstreken of totdat zij zijn ingetrokken. Artikel 26 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening monumenten en cultuurhistorische waarden Lingewaard
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.