Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard Besluit raad Besluitnummer 34/2008 Onderwerp Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 De raad van de gemeente Lingewaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 maart 2008; gehoord de behandeling tijdens de Politieke Avond d.d. 3 april 2008; gelet op artikel 149 eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en 10 tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers; voorts gelet op de EG verordening Werkgelegenheidssteun (nr 2204/2002,Pb.202, nrL337) en de EG verordening de minimissteun (nr 69/2001,Pb EG 2001, L 10/30), alsmede de beleidsaanbeveling “Subsidiëring arbeidsplaatsen in het kader van reïntegratie werkzoekenden, verzamelcirculaire april 2004 nr 24233 van het Ministerie van sociale Zaken en Werkgelegenheid, overwegende dat op grond van artikel 8, eerste lid onder a Wwb, artikel 35 Ioaw en artikel 35 Ioaz de gemeenteraad bij verordening regels stelt met betrekking tot het ex artikel 7 Wwb, artikel 34 Ioaw en artikel 34 Ioaz bieden van ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling; besluit: in te trekken de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2004 gemeente Lingewaard vastgesteld op 29 september 2004; vast te stellen de Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen 1In deze verordening wordt verstaan onder: de raad: de gemeenteraad van Lingewaard; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard; de Wwb: de Wet werk en bijstand; doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7, eerste lid onder a, artikel 10 derde lid a casu quo art 40, eerste lid van de Wwb door het college ondersteuning kan worden geboden; uitkeringsgerechtigde: persoon, jonger dan 65 jaar, die een uitkering ontvangt en die ingeschreven staat bij het CWI; de niet-uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 6 Wet werk en bijstand en die ingeschreven staat bij het CWI; Anw'er: persoon die een nabestaanden- of halfwezenuitkering ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet; en die ingeschreven staat bij het CWI; startkwalificatie jongere:de uitkeringsgerechtigde, Anw'er en Nugger (niet uitkeringsgerechtigde) niet ouder dan 23 jaar, die geen einddiploma middelbare school heeft, tenminste twee maanden aaneengesloten geen onderwijs meer gevolgd heeft en niet ingeschreven staat bij een onderwijs- instelling. Een startkwalificatie voor deze groep is een diploma waarmee een schoolverlater een goede start kan maken op de arbeidsmarkt. voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de Wwb. Het aanbieden van een voorziening is zowel op arbeidsinschakeling als maatschappelijke participatie gericht; ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de Wwb; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; WIW: Wet inschakeling werkzoekenden zoals die luidde op 31 december 2003; arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 6 onder b van de Wwb; Awb: Algemene wet bestuursrecht; algemeen geaccepteerde arbeid: hiermee wordt bedoeld arbeid die algemeen maatschappelijk aanvaard is. De arbeid die wordt aangeboden hoeft met andere woorden niet beperkt te blijven tot de arbeid die voor de betrokken persoon gangbaar is. De affiniteit die hij of zij met een bepaalde vorm van arbeid heeft, omdat deze bijvoorbeeld in het verleden werd uitgeoefend, is in beginsel niet ter zake doende; duurzame reguliere arbeid: algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde arbeid; reïntegratietraject: een met een persoon uit de doelgroep overeengekomen, dan wel door het college opgelegde geheel van activiteiten, gericht op het verkrijgen van duurzame reguliere arbeid; maatschappelijk participatietraject: een met een persoon uit de doelgroep waarvoor geen arbeidsverplichting bestaat, overeengekomen, dan wel door het college opgelegd geheel van activiteiten, gericht op maatschappelijke participatie; afhankelijk van de omstandigheden kan dit traject een opstap zijn naar een reïntegratietraject. 2Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt, voor zover niet anders bepaald, hebben dezelfde betekenis als in de Wwb zelf. Artikel2Opdracht college 1Het college biedt ondersteuning aan uitkeringsgerechtigden tot 65 jaar, Anw'ers, nuggers, jongeren zonder startkwalificatie, alsmede aan personen, als bedoeld in artikel 10 tweede lid van de Wwb. 2Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van voorzieningen. 3Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan voorzieningen, prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en in verband met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. 4Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen, wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in arbeid. 5Het college biedt ondersteuning aan op het gebied van Kinderopvang, waaronder Buiten Schoolse Opvang van kinderen, niet ouder dan 12 jaar, van (alleenstaande) ouders, voorzover die opvang noodzakelijk is voor het volgen van een traject of voor deelname aan een voorziening of voor het bereiken van het einddoel van een traject of een voorziening. 6Uitvoering van dit artikel vindt plaats binnen de daarvoor door de gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen. In de gevallen waarin de uitvoering van deze verordening niet voorziet, beslist het College. 7Bij het vaststellen van beleidsregels wordt het oordeel van de Cliëntenraad Wwb gevoegd. Hoofdstuk2Doel en doelgroep Artikel3Doel en doelgroep Het college biedt de uitkeringsgerechtigden, Anw’ers, nuggers, jongeren zonder startkwalificatie, evenals personen als bedoeld in artikel 10 tweede lid van de Wwb, ondersteuning aan bij arbeidsinschakeling en voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling of als dat doel niet bereikbaar is, ondersteuning in de vorm van een voorziening gericht op maatschappelijke participatie. De doelgroep jongeren zonder startkwalificatie, wordt hierin ook nadrukkelijk vermeld uit preventieve overwegingen. De minister van onderwijs vindt dat jongeren goed opgeleid moeten worden/zijn. Artikel4Verplichtingen 1Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken. 2De persoon, die deelneemt aan een voorziening, is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet werk en bijstand, de Ioaw, de Ioaz, de Wet Structuur uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3Indien een uitkeringsgerechtigde, die deelneemt aan een voorziening,waaronder maatschappelijke participatie, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de maatregelenverordening Wet werk en bijstand. 4Indien de persoon, die gebruik maakt van een voorziening,waaronder maatschappelijke participatie, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels. 5Indien de persoon die aan een voorziening deelneemt zijn verplichtingen in het kader van de Wwb en/of verordening niet nakomt of niet meer behoort tot de doelgroep van deze wet, kan het college de voorziening beëindigen. 6Weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen voor niet uitkeringsgerechtigden worden nader uitgewerkt in beleidsregels. Artikel5Ontheffing van de verplichtingen Het college kan met toepassing van artikel 9 Wwb, artikel 37a IOAW of artikel 37a IOAZ uitkeringsgerechtigden geheel of gedeeltelijk ontheffen van verplichtingen die ingevolge die wetten en artikel 4 van deze verordening gelden. Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels. Artikel6Sluitende aanpak 1Het college biedt waar mogelijk iedere uitkeringsgerechtigde, Anw 'ers, nugger’s en jongeren zonder startkwalificatie, na inschrijving bij het CWI, een aanbod voor een voorziening, waar mogelijk gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid. 2Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden, indien het doel, vermeld onder 1 niet bereikbaar is, een voorziening gericht op maatschappelijke participatie en zorg. 3Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het eerste en tweede lid. Hoofdstuk3Voorzieningen Artikel7Algemene bepalingen over voorzieningen Het college legt in beleidsregels vast welke voorzieningen in ieder geval aangeboden kunnen worden, alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Voorzieningen kunnen aan de hand van innovatieve en maatschappelijke ontwikkelingen door beleidsregels worden uitgebreid dan wel gewijzigd. Onder deze voorzieningen wordt tevens verstaan voorziening in de vorm van het aanbieden van een nazorgtraject, dat wil zeggen het aanbieden van een aanvullend traject nadat de belanghebbende is uitgestroomd, voor zover hier geen tegemoetkoming kan worden verstrekt door de werkgever. Het college kan in beleidsregels nadere richtlijnen hiervoor vastleggen. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en de verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. Beëindiging voorziening Een voorziening kan door het college voortijdig worden beëindigd indien: de belanghebbende verhuist naar een andere gemeente; de belanghebbende zich onvoldoende inspanning getroost om tot een succesvolle afronding van (een deel) van het trajectplan te komen; de belanghebbende arbeid in loondienst aanvaardt, dan wel als zelfstandige gaat werken en daarmee een inkomen gaat verwerven dat meer bedraagt dan de van toepassing zijnde norm; de belanghebbende zich in detentie bevindt,dan wel gaat bevinden; er naar de mening van het college zich omstandigheden voordien die noodzakelijkerwijs tot beëindiging dienen te leiden. Het college kan in beleidsregels nadere richtlijnen vastleggen. Artikel8Inzet van voorzieningen 1Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening, die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt. 2Bij de afweging of een voorziening noodzakelijk is en welke voorziening in dat geval het meest geschikt is voor de persoon, betrekt het college in elk geval de mogelijkheden en de belemmeringen van de persoon en de situatie op de arbeidsmarkt. Daarbij houdt het college rekening met de mantelzorgtaken en de zorgtaken van alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar. 3Het college kan, voordat besloten wordt tot ondersteuning, dan wel inzet van een voorziening, een onderzoek (laten) doen naar de mogelijkheden van de persoon uit de doelgroep en naar de geschiktheid van ondersteuning, dan wel voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 4Het college weigert de inzet van een voorziening, indien de persoon uit de doelgroep aanspraak kan maken of beroep kan doen op een voorziening buiten de wet om, die naar het oordeel van het college in voldoende mate bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. 5Het college weigert de inzet van een voorziening als het budgetplafond, dat door het college voor de betreffende voorziening kan worden ingesteld, is bereikt. Indien een ingesteld budgetplafond bereikt wordt, biedt het college een andere voorziening als alternatief aan. 6Het aanbod van een voorziening geschiedt in de vorm van een overeenkomst, waarbij wordt vastgelegd dat de belanghebbende de kosten van de reïntegratievoorziening geheel of gedeeltelijk zal terugbetalen ingeval hij/zij verwijtbaar niet of niet naar behoren, gebruik maakt van de aangeboden voorziening. Het college stelt hiervoor nadere beleidsregels op. Artikel9Budget en subsidieplafonds (algemeen en specifiek) 1Het college kan een of meer subsidieplafonds-of budgetplafonds betreffende voorzieningen vaststellen; een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een grond voor weigering bij de aanspraak op de specifieke voorziening. 2Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. 3Bij het bereiken van de in lid 1 en 2 bedoelde plafonds,wordt, indien mogelijk, naar het oordeel van het college een andere voorziening aangeboden. 4Het maximaal per nugger in te zetten bedrag aan voorziening, wordt in beleidsregels vastgelegd. 5De voorziening is uitsluitend toegankelijk voor inwoners met een laag inkomen. Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels. 6Voor nugger’s is de voorziening bedoeld als startkwalificatie en niet als inzet voor positieverbetering. Het begrip startkwalificatie zal nader uitgewerkt worden in beleidsregels. Artikel10Persoonsgebonden reïntegratiebudget Het college kan aan personen een vergoeding verstrekken in de vorm van een persoonlijk reïntegratie-budget. Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels. Artikel11Overige vergoedingen Het college kan een vergoeding verstrekken aan personen zoals genoemd in artikel 1 e,f,g en h van de verordening voor de kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling, vrijwilligerswerk of maatschappelijke participatie. Dit onderdeel zal nader uitgewerkt worden in beleidsregels. Hoofdstuk4Handhaving Artikel12Handhaving 1Indien een uitkeringsgerechtigde niet voldoet of niet voldaan heeft aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7, dan verlaagt het college de uitkering conform hetgeen hierover is vastgelegd in de maatregelenverordening Wet werk en bijstand. 2Indien een persoon, die een uitkering ontvangt op grond van de Ioaw of Ioaz, niet voldoet of voldaan heeft aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7, verlaagt het college de uitkering, conform hetgeen hierover bepaald is in artikel 20 van de Ioaw en de Ioaz. 3Indien een persoon die deelneemt, of deel heeft genomen aan een voorziening, niet voldoet of voldaan heeft aan zijn verplichtingen bedoeld in artikel 7, kan het college de kosten van de voorziening, dan wel de subsidie, geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Het college stelt hieromtrent nadere beleidsregels vast. 4Indien het aan de persoon uit de doelgroep te wijten is dat een voorziening vroegtijdig is beëindigd, kan het college besluiten enige tijd geen nieuwe voorziening aan te bieden. Het college stelt nadere regels hieromtrent vast. Hoofdstuk5Terugvordering Artikel13Terugvordering 1Bij voortijdige, aan de belanghebbende verwijtbare beëindiging van een voorziening, kunnen de gemaakte en nog door het college te maken kosten van de voorziening, van de belanghebbende worden teruggevorderd. 2Indien de gemeente kosten ten behoeve van een voorziening heeft gemaakt en op enig moment blijkt dat de belanghebbende niet, niet tijdig, onjuiste of onvolledige gegevens heeft overlegd en de belanghebbende dit te verwijten valt, kan het college de volledig gemaakte en nog te maken kosten van de voorziening, terugvorderen van de belanghebbende. 3Indien een voorziening van een uitkeringsgerechtigde wordt beëindigd, is het gestelde in artikel 14 van toepassing. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel14Beleid Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening, nadere beleidsregels vaststellen. Artikel15Hardheidsclausule 1Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van zwaarwegende aard leidt. 2In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel16Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard". Artikel17Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag, volgend op die van bekendmaking. Op het moment dat deze verordening in werking treedt, wordt de Reïntegratie- en Participatieverordening Wwb (besluit 29 september 2004) ingetrokken. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 17 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.