Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer 2010 II Registratienummer: 10.30417 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn; gelezen het voorstel van de afdeling Advies en Control, gelet op het instemmend advies van de Ondernemingsraad d.d. 28 december 2009 en het aanvullend advies van 15 juni 2010; besluit: vast te stellen de Regeling reiskosten woon-werkverkeer 2010 II Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: Medewerker De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR, op wie niet de verplichting rust zich in of meer nabij zijn standplaats te vestigen als bedoeld in artikel 15:1:17 van de UWO . Reisafstand De afstand tussen het geregistreerde woonadres en de standplaats, te weten de plaats of het met name genoemde adres waar de medewerker gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht. De reisafstand wordt bepaald met de routeplanner van Google Maps (de snelste route). Artikel 2 Uitgangspunten vergoeding c.q. tegemoetkoming in de kosten Lid 1 De medewerker heeft aanspraak op een volledige vergoeding van de aantoonbaar gemaakte kosten voor het daadwerkelijk dagelijks heen en weer reizen tussen de woning en de standplaats met het openbaar vervoer, inclusief voor- en navervoer bij een treinabonnement voor maximaal twee zones of stallingskosten aan een van beide kanten van het reistraject. Lid 2 De gemeente Hoorn verstrekt in principe vervoerbewijzen aan de medewerker via een gebruikersovereenkomst met een OV-vervoerder, in plaats van de vergoeding bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Lid 3 De medewerker die dagelijks heen en weer reist tussen de woning en de standplaats met eigen vervoer (zoals fiets of auto) heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor één keer per dag heen en weer reizen, als de reisafstand meer dan tien kilometer bedraagt. Lid 4 In afwijking van lid 3 kan een medewerker in de volgende situaties de te maken kosten voor incidenteel extra reizen van en naar de gebruikelijke werklocatie en eventuele kosten van een maaltijd, als ware het een dienstreis declareren: bij een oproep in de piketdienst (storingen, calamiteiten, gladheid, e.d.); bij een ingeroosterd gebroken dienstrooster met een tussenperiode van meer dan een uur; Bij deze declaraties is de geldende ‘Vergoedingsregeling dienstreizen en verblijfskosten’ van toepassing. Lid 5 Bij de berekening van de vergoeding, c.q. tegemoetkoming in de kosten of verstrekking van een vervoerbewijs wordt uitgegaan van de daadwerkelijke reisdagen op basis van het vastgestelde werkrooster. Tevens wordt rekening gehouden met een forfaitair aantal verlof-, feest- en ziektedagen: bij een 5-daagse werkweek heeft een jaar 214 werkdagen. Bij een kortere werkweek wordt de vergoeding c.q. tegemoetkoming evenredig berekend. Artikel 3 Hoogte vergoeding, c.q. tegemoetkoming in de kosten De tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks heen en weer reizen tussen de woning en de standplaats als bedoeld in artikel 2 lid 3 is onafhankelijk van het soort vervoermiddel en bedraagt € 0,10 per kilometer vanaf 10 kilometer tot maximaal 40 kilometer gerekend vanaf de drempel van 10 kilometer (enkele reisafstand). Artikel 4 Uitbetaling De vergoeding van, c.q. tegemoetkoming in de reiskosten wordt eenmaal per kalendermaand bij het salaris als vaste vergoeding aan de medewerker welke de aanvraag heeft ingediend, uitbetaald. Artikel 5 Afwezigheidsituaties Als in een aaneengesloten periode van tenminste zes weken niet is gereisd, wordt de vergoeding van de reiskosten stopgezet. Artikel 6 Overgangsmaatregel 1: afbouwregeling Lid 1 Medewerkers welke tot de ingangsdatum van deze regeling een variabele vergoeding op declaratiebasis ontvangen voor de reiskosten woonwerkverkeer op basis van individueel vastgelegde afspraken, kunnen aanspraak maken op een afbouwregeling. Lid 2 De afbouwvergoeding wordt toegekend als: de verlaging van de vergoeding tenminste 3% bedraagt van de bezoldiging, en de medewerker de vergoeding op declaratiebasis gedurende tenminste 2 jaar heeft ontvangen. Lid 3 De afbouwvergoeding wordt niet toegekend als de medewerker een volledige vergoeding of een OV-vervoerbewijs ontvangt op grond van artikel 2 lid 1 of lid 2 van deze regeling. Lid 4 De berekeningsbasis voor de afbouwvergoeding als bedoeld in lid 1 en 2 wordt vastgesteld op het bedrag dat de medewerker gemiddeld per maand heeft ontvangen over twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de maand waarin de vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer is beëindigd dan wel verminderd. Lid 5 De uitkeringsperiode van de afbouwvergoeding is maximaal een vierde gedeelte van de tijd dat de medewerker de vergoeding heeft ontvangen. De uitkeringsperiode is maximaal drie jaar. In overleg met de medewerker kan een kortere uitkeringsperiode worden overeengekomen. Lid 6 De hoogte van de afbouwvergoeding wordt bepaald door de uitkeringsperiode in drie gelijke delen te splitsen, waarbij afronding naar boven plaatsvindt op een hele maand. Gedurende de drie deelperioden bedraagt de aflopende toelage achtereenvolgens 75%, 50% en 25% van de berekeningsbasis. Artikel 7 Overgangsmaatregel 2: afkoopsom Lid 1 Medewerkers welke tot de ingangsdatum van deze regeling een vaste vergoeding ontvangen op basis van de oude Regeling reiskosten woon-werkverkeer 2005, kunnen aanspraak maken op een eenmalige afkoopsom, naast de nieuwe vergoeding, als de medewerker volgens deze nieuwe regeling recht heeft op een lagere vergoeding, de medewerker de vergoeding gedurende tenminste 2 jaar heeft ontvangen. Lid 2 De afkoopsom wordt niet toegekend als de medewerker een volledige vergoeding of een OV-vervoerbewijs ontvangt op grond van artikel 2 lid 1 of lid 2 van deze regeling. Lid 3 De hoogte van de afkoopsom bedraagt het verschil tussen de maandvergoeding op de dag voor de ingangsdatum van de nieuwe regeling en de maandvergoeding op basis van deze regeling, vermenigvuldigd met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.