TreasurystatuutTreasurystatuut 2009 BEPALINGEN Uitgangspunten Het college voert de treasuryfunctie uit binnen de kaders van de Wet Fido en draagt daarbij zorg voor: 1 Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid); 2 Het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (risicominimalisatie); 3 Het zo veel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (rente-optimalisatie); 4 Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). Opnemen van leningen 1 Voor het aantrekken van leningen voor langer dan 1 jaar worden tenminste 3 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; 2 Rente-instrumenten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s. Interne financieringsmiddelen 1 De gemeentelijke reserves en voorzieningen worden gebruikt als intern financieringsmiddel; 2 De rente die wordt toegerekend aan de interne financieringsmiddelen wordt gelijkgesteld aan de rente die voor nieuwe investeringen wordt gehanteerd. Verstrekken van leningen en garanties 1 Het verstrekken van leningen en garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak; 2 In principe worden geen leningen verstrekt; 3 Het verstrekken van leningen kan slechts geschieden nadat de gemeenteraad hierover is gehoord; 4 Aan het verstrekken van leningen en garanties worden nadere voorwaarden verbonden; 4 Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van de verstrekte lening en garantie. Beleggen van (overtollige) middelen 1 Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden; 2 Het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen met een AAA-rating, afgegeven door tenminste één gezaghebbende instelling, of bij de rijksoverheid of lagere overheden; 3 De termijn gedurende welke overtollige middelen worden uitgezet bedraagt maximaal 10 jaar. Informatievoorziening 6.1 Zowel in de begroting als in de rekening informeert het college de raad op het gebied van treasury (in een zogenaamde treasuryparagraaf), of zoveel vaker als nodig is uit hoofde van de actieve informatieplicht van het college aan de raad. Uitvoeringsregels 7.1 Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde in dit statuut en legt deze vast in een uitvoeringsbesluit treasury. SLOTBEPALINGEN Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als het Treasurystatuut
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.