← Nederland

Subsidieverordening OWSC (Sneek)

Subsidieverordening OWSC Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen stuk 1 Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen college college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sneek. werkveld de onder de titels onderscheiden categorieën waarop subsidie verleend wordt. professionele instelling een organisatie, tevens rechtspersoon, die hoofdzakelijk beroepskrachten in dienst heeft en die niet het karakter heeft van een vrijwilligersorganisatie. vrijwilligersorganisatie een rechtspersoon, niet zijnde een professionele instelling, die zonder winstoogmerk werkzaam is in de gemeente (of in delen van de gemeente) en voornamelijk met vrijwilligers werkt. budgetsubsidie een subsidie die wordt verstrekt voor de duur van één of meerdere jaren op grondslag van producten en prestaties of activiteiten, waarbij het subsidiebedrag direct is gerelateerd aan een met de subsidieontvanger overeengekomen niveau van activiteiten, producten en/of prestaties. Deze subsidiemethodiek wordt uitsluitend gebruikt voor de subsidiëring van professionele instellingen. activiteitensubsidie waaronder begrepen startsubsidie een subsidie die wordt verstrekt voor de duur van één of meerdere jaren voor bepaalde activiteiten met een regelmatig karakter die de subsidieverlener of in stand wil houden. Deze subsidiemethodiek wordt uitsluitend gebruikt voor de subsidiëring van vrijwilligersorganisaties. incidentele subsidie een subsidie die wordt verstrekt om eenmalige activiteiten mogelijk te maken in een van de in deze verordening te onderscheiden werkvelden. Deze subsidiemethodiek kan worden gebruikt door zowel professionele instellingen als vrijwilligersorganisaties. subsidieplafond het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidie krachtens een bepaald wettelijk voorschrift zoals een verordening of op basis van een incidenteel besluit. Artikel2.Toepasselijkheid algemene subsidieverordening Op subsidies die op grond van deze verordening worden verleend is de Algemene Subsidieverordening Sneek, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Sneek op 5 juli 2005, van toepassing, voorzover daar in deze verordening niet van wordt afgeweken. Artikel3.Nadere regelgeving 1.Het college kan nadere regels vaststellen over de subsidiëring van de verschillende werkvelden. 2.In deze nadere regelgeving kan ieder geval: nader worden geregeld voor welke activiteiten subsidie wordt verleend; nadere regels worden gesteld aan de grondslag van de subsidieverlening. Artikel4.Algemene bepaling De aanvrager en/of de activiteiten van de aanvrager dienen aantoonbaar gericht te zijn op de Sneker bevolking, danwel een naar het oordeel van het college bijzondere relatie te hebben met de gemeente Sneek. Artikel5.Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Sneek, kan het college een subsidie weigeren indien de activiteiten: geen aanvulling zijn op het ten tijde van de aanvraag binnen de gemeente Sneek geldende aanbod aan activiteiten; geen bijdrage te kunnen leveren aan de naamsbekendheid van de gemeente Sneek of anderszins Sneek te kunnen promoten op nationaal of internationaal niveau, zulks ter beoordeling van het college. Artikel6.Verlenen van budgetsubsidies Onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Algemene Subsidieverordening Sneek dient de instelling: a.in een activiteitenplan prestaties en beoogde resultaten kwalitatief en kwantitatief nauwkeurig te benoemen en aannemelijk te maken dat de activiteiten gericht zijn op het betreffende werkveld, b.te beschikken over een administratieve organisatie waardoor tussentijdse rapportages ten aanzien van prestaties en resultaten kunnen worden verstrekt. Budgetsubsidies dienen voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar te worden aangevraagd, tenzij bij het betreffende subsidiewerkveld anders is bepaald. Artikel7.Vaststellen van budgetsubsidies Onverminderd het bepaalde in artikel 34 van de Algemene Subsidieverordening Sneek wordt de aanvraag tot subsidievaststelling van budgetsubsidies wordt voor 1 april volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft ingediend, tenzij bij het betreffende subsidiewerkveld anders is bepaald,middels een activiteitenverslag waarin de prestaties en behaalde resultaten worden verantwoord en eventuele afwijkingen van de aanvraag worden gemotiveerd. Artikel8.Verlenen van activiteitensubsidies 1.Activiteitensubsidies dienen voor 1 oktober van het jaar voorgaand aan het subsidiejaar te worden aangevraagd, tenzij bij het betreffende werkveld anders is bepaald, middels een door het college vastgesteld formulier. 2.Activiteitensubsidies tot een bedrag van € 3.000 worden verleend onder gelijktijdige vaststelling. Artikel9.Vaststellen van activiteitensubsidies boven de € 3.000- De aanvraag tot subsidievaststelling van activiteitensubsidies wordt voor 1 april volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. Artikel10.Verlenen van incidentele subsidies Incidentele subsidies dienen uiterlijk acht weken voor de aanvang van de activiteit te worden aangevraagd middels een door het college vastgesteld formulier. Het college kan weigeren de subsidie te verlenen indien voor een in hoofdzaak dezelfde activiteit direct voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, subsidie is verstrekt op grond van deze verordening. Incidentele subsidies tot een bedrag van € 3.000,- worden verleend onder gelijktijdige vaststelling. Artikel11.Vaststellen van incidentele subsidies boven de € 3.000,- De aanvraag tot subsidievaststelling van incidentele subsidies wordt binnen 13 weken na realisering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. Artikel12.Subsidieplafond 1.Het college kan een subsidieplafond per werkveld vaststellen op grond van deze verordening te verlenen subsidies in het daaropvolgende kalenderjaar, alsmede voor afzonderlijke activiteiten die onder het betreffende werkveld passen. 2.Bij de bepaling van het subsidieplafond bepaalt het college daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Artikel13.Ontheffing Het college kan van verplichtingen bij of krachtens deze verordening ontheffing verlenen. In gevallen waarin deze verordening niet of niet naar redelijkheid en billijkheid voorziet, beslist het college. Hoofdstuk 2: Subsidieverlening werkvelden Titel 2.

  1. Diversiteit Werkveld 2.1.1 Diversiteitbevordering Artikel14.Begripsbepalingen Diversiteitbevordering activiteiten gericht op maatschappelijke participatie op basis van diversiteit op het gebied van sekse en/of seksuele voorkeur en/of etniciteit en/of handicap. Artikel15.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie, activiteitensubsidie of incidentele subsidie verlenen voor activiteiten gericht op diversiteitbevordering. Artikel16.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De activiteitensubsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De incidentele subsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Titel 2.2 Ontmoeting en Activering Werkveld 2.2.1 Jeugd- en jongerenwerk Artikel17.Begripsbepalingen Jeugd- en jongerenwerk op ontmoeting en activering gerichte activiteiten voor jeugd en jongeren tussen de 4 en 23 jaar Artikel18.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie, activiteitensubsidie of incidentele subsidie verlenen voor jeugd- en jongerenwerk. Artikel19.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen bedraagt het aantal contributiebetalende leden van de aanvrager tenminste
  2. Artikel20.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De activiteitensubsidie bestaat uit een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag per lid. De incidentele subsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Werkveld 2.2.2 Wijk- en dorpswerk Artikel21.Begripsbepalingen Wijk- en dorpswerk: op ontmoeting en activering gerichte activiteiten op wijk- of dorpsniveau georganiseerd door een vrijwilligersorganisatie uit de betreffende wijk of het betreffende dorp. Artikel22.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie of incidentele subsidie verlenen voor wijk- en dorpswerk. Artikel23.Aanvullende voorwaarden budgetsubsidie (vervallen) Artikel24.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie Activiteitensubsidies zijn uitsluitend beschikbaar voor wijk- of dorpsverenigingen. Per wijk of dorp kan slechts één wijkvereniging in aanmerking komen voor subsidie; Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen bedraagt het aantal contributiebetalende leden tenminste 10% van het totaal aantal inwoners in de wijk. Artikel25.Grondslag van de subsidie (vervallen) De activiteitensubsidie bestaat uit: een jaarlijks door het college vast te stellen basisbedrag; en een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag per lid, tot een maximumbedrag per wijk of dorp dat eveneens jaarlijks wordt vastgesteld door het college; òf een startsubsidie van maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De incidentele subsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Werkveld 2.2.3 Ouderenwerk Artikel26.Begripsbepalingen ouderenwerk op ontmoeting en activering van ouderen gerichte activiteiten Artikel27.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie, activiteitensubsidie of incidentele subsidie verlenen voor ouderenwerk. Artikel28.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie (vervallen) Artikel29.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De activiteitensubsidie bestaat uit een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag per lid. De incidentele subsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Werkveld 2.2.4 Opbouwwerk Artikel30.Begripsbepalingen Opbouwwerk het streven naar betrokkenheid van burgers bij hun leefomgeving, naar actieve deelname aan verbeteringen daarin, naar onderlinge verdraagzaamheid en begrip voor diversiteit en naar medeverantwoordelijkheid voor het welbevinden van allen die zich in de directe leefomgeving bevinden Artikel31.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie verlenen voor activiteiten gericht op opbouwwerk. Artikel32.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Titel 2.3 Belangenbehartiging Werkveld 2.3.1 Ouderenbelangenbehartiging Artikel33.Begripsbepalingen ouderenbelangenbehartiging het organiseren van activiteiten gericht op belangenbehartiging van ouderen van 55 jaar en ouder in Sneek, georganiseerd door een vrijwilligersorganisatie. Artikel34.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie verlenen voor ouderenbelangenbehartiging. Artikel35.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen bedraagt het aantal contributiebetalende leden van de aanvrager tenminste
  3. Artikel36.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bestaat uit een jaarlijks door het college vast te stellen basisbedrag. Werkveld 2.3.2 Wijk- en dorpsbelangenbehartiging Artikel37.Begripsbepalingen wijk- en dorpsbelangenbehartiging het organiseren van activiteiten gericht op de belangenbehartiging van een wijk of dorp in Sneek, georganiseerd door een vrijwilligersorganisatie. Artikel38.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie verlenen voor belangenbehartiging op wijk- en dorpsniveau. Artikel39.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie Per wijk of dorp kan slechts één wijk of dorpsvereniging in aanmerking komen voor subsidie; Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen bedraagt het aantal contributiebetalende leden tenminste 10% van het totaal aantal inwoners van de wijk of dorp. Artikel40.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bedraagt een jaarlijks door het college vast te stellen basisbedrag; en een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag per lid, tot een maximumbedrag per wijk of dorp dat eveneens jaarlijks wordt vastgesteld door het college; òf een startsubsidie van maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Titel 2.4 Educatie en ontwikkeling Werkveld 2.4.1 Onderwijsbegeleiding Artikel41.Begripsbepalingen Onderwijsbegeleiding begeleiding van basisscholen in hun activiteiten ter bevordering van een optimale schoolloopbaan van leerlingen Artikel42.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie verlenen voor onderwijsbegeleiding. Artikel43.Aanvullende voorwaarden budgetsubsidie Voor een budgetsubsidie komen uitsluitend in aanmerking schoolbesturen van basisscholen uit de gemeente Sneek. Artikel44.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bestaat uit een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag per leerling (peildatum 1 oktober voorafgaand aan het schooljaar waarop de subsidie betrekking heeft). Artikel45.Subsidieaanvraag en vaststelling Budgetsubsidies voor onderwijsbegeleiding hebben betrekking op het schooljaar en dienen voor 1 mei van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar te worden aangevraagd. De aanvraag tot subsidievaststelling van budgetsubsidies voor onderwijsbegeleiding wordt voor 1 oktober volgend op het schooljaar waarop de subsidie betrekking heeft ingediend middels een kort financieel een inhoudelijk verslag waarin de prestaties en behaalde resultaten worden verantwoord en eventuele afwijkingen van de aanvraag worden gemotiveerd. Werkveld 2.4.2 Peuterspeelzaalwerk Artikel46.Begripsbepalingen Peuterspeelzaalwerk het bieden van een speelgelegenheid aan kinderen van 2 tot 4 jaar gedurende een dagdeel van maximaal drie en een half uur, tijdens (meestal) twee dagdelen per week gedurende ongeveer 40 weken per jaar met als doel om hun ontwikkeling te bevorderen en samen te spelen. Peuterplaats een rekeneenheid die overeenkomt met een peuterbezoek van minimaal vijf uur, verdeeld over twee dagdelen per week aan de peuterspeelzaal, gedurende maximaal 40 weken per jaar. Artikel47.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie of incidentele subsidie verlenen voor peuterspeelzaalwerk. Artikel48.Aanvullende voorwaarden budgetsubsidie 1.De budgetsubsidie aan een instelling wordt slechts verleend indien de instelling een vergunning heeft op basis van de ‘verordening peuterspeelzaalwerk gemeente Sneek’. 2.Afrekening vind plaats op basis van de werkelijk gerealiseerde peuterplaatsen. Artikel49.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bestaat uit een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag perpeuterplaats. De incidentele subsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Werkveld 2.4.3 Godsdienst- en vormingsonderwijs Artikel50.Begripsbepalingen Godsdienst- en vormingsonderwijs het onderricht in de geschiedenis en kennis van religies en/of in waarden en normen van levensbeschouwing, gegeven door kerkelijke gemeenten en genootschappen zoals bedoeld in artikel 51 van de Wet op het Primair Onderwijs en artikel 54 van de Wet op de Expertisecentra, aan leerlingen van openbare scholen voor (speciaal) basisonderwijs. Artikel51.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie verlenen voor godsdienst- en vormingsonderwijs. Artikel52.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie De activiteitensubsidie is uitsluitend bedoeld voor 9 en 10-jarigen van openbare scholen voor (speciaal) onderwijs. De duur van een les dient tenminste gelijk te zijn aan die welke geldt voor andere vakken waarin aan de school les wordt gegeven. De activiteitensubsidie wordt uitsluitend verleend als aanvulling op de financiering door het rijk, indien de vraag van ouders in gemeente Sneek de mogelijkheden van de rijksfinanciering overtreft en het aanbod van vakdocenten toereikend is. Artikel53.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bestaat uit een bedrag per gemiddeld aantal werkelijk deelnemende leerlingen op drie peildata van het schooljaar. Het bedrag is afgeleid van een gemiddeld salaris van een leerkracht basisonderwijs met een eventuele reiskostenvergoeding indien de leerkracht van buiten de regio Sneek afkomstig is. Artikel54.Subsidieaanvraag en vaststelling De gemeente vraagt openbare scholen voor (speciaal) basisonderwijs drie keer in het jaar de leerlingenaantallen in te vullen en op basis daarvan wordt de subsidie berekend en vastgesteld. Werkveld 2.4.4 Lokale onderwijsactiviteiten Artikel55.Begripsbepalingen lokale onderwijsactiviteiten activiteiten gericht op het vroegtijdig signaleren en bestrijden van onderwijsachterstanden en het creëren van kansen in het onderwijs. Artikel56.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie verlenen voor lokale onderwijsactiviteiten. Artikel57.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Werkveld 2.4.5 Speel-o-theek Artikel58.Begripsbepalingen Speel-o-theek een vrijwilligersorganisatie met contributiebetalende leden die de mogelijkheid biedt speelgoed uit te lenen aan kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar dat de ontwikkeling en samen spelen bevordert, en daarnaast voorlichting geeft aan ouders over spelen, speelgoed en ontwikkelingsmateriaal. Artikel59.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie verlenen voor een speel-o-theek. Artikel60.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen dient de speel-o-theek in een uitleenvestiging in de gemeente Sneek te voorzien die ten minste één dagdeel per week voor leden is geopend. Artikel61.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bestaat uit: een jaarlijks door het college vast te stellen basisbedrag; en een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag subsidiebedrag per contributie betalend lid. Werkveld 2.4.6 Ontwikkelingssamenwerking Artikel62.Begripsbepalingen Ontwikkelingssamenwerking voorlichtings- en bewustwordingsactiviteiten ten aanzien van de problematiek van ontwikkelingslanden gericht op de Sneker bevolking georganiseerd door een vrijwilligersorganisatie. Artikel63.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie of incidentele subsidie verlenen voor ontwikkelingssamenwerking. Artikel64.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie Voor een activiteitensubsidie komen uitsluitend in aanmerking vrijwilligersorganisaties die statutair gevestigd zijn in de gemeente Sneek. Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen dienen er altijd voorlichtings- of bewustwordingsactiviteiten te worden ontplooid die zich richten op de inwoners van de gemeente Sneek Artikel65.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De incidentele subsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Titel 2.5 Kunst en cultuur Werkveld 2.5.1 Amateurkunst Artikel66.Begripsbepalingen Amateurkunst De beoefening van muziek, zang, dans, toneel, audiovisuele kunst, beeldende kunst of literatuur op amateur-basis. Artikel67.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie verlenen voor amateurkunst. Artikel68.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie Voor een activiteitensubsidie komen uitsluitend in aanmerking vrijwilligersorganisaties die het beoefenen van amateurkunst als statutaire doelstelling hebben en die statutair gevestigd zijn in de gemeente Sneek. Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen dient de vrijwilligersorganisatie lid te zijn van een voor de organisatie geëigende erkende landelijke belangenorganisatie. Artikel69.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bestaat uit: Een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten; en Een jaarlijks door het college vast te stellen bijdrage in het honorarium van de dirigent, regisseur of docent; en/of Een jaarlijks door het college vast te stellen bijdrage per bespeeld instrument, indien van toepassing en uitgaande van 1 instrument per lid. Werkveld 2.5.2 Artistieke en culturele activiteiten Artikel71.Begripsbepalingen artistieke en culturele activiteiten activiteiten op het gebied van muziek, zang, dans, toneel, audiovisuele kunst, beeldende kunst of literatuur met een eenmalig karakter en zonder commercieel doel Artikel72.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een incidentele subsidie verlenen voor artistieke en culturele activiteiten. Artikel73.Grondslag van de subsidie De incidentele subsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten, tot een maximumbedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld door het college. Werkveld 2.5.3 Podiumactiviteiten Artikel74.Begripsbepalingen podiumactiviteiten muzikale of theatrale activiteiten gebonden aan specifiek daartoe ingerichte podia in de gemeente Sneek Artikel75.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie verlenen voor podiumactiviteiten. Artikel76.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Titel 2.6 Sport en spel Werkveld 2.6.1 Sportieve activiteiten en evenementen Artikel77.Begripsbepalingen Sportieve activiteit een sportieve activiteit zonder commercieel doel georganiseerd door een sportvereniging. Sportief evenement een openbaar toegankelijke sportactiviteit van een sportvereniging of andere vrijwilligersorganisatie gericht op een groot bezoekerspubliek en met een bovenplaatselijke uitstraling. Artikel78.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie of incidentele subsidie verlenen voor sportieve activiteiten en evenementen. Artikel79.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De incidentele subsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Werkveld 2.6.2 Sportsubsidie jeugdleden Artikel80.Begripsbepalingen Jeugdleden personen uit de gemeente Sneek tot en met 17 jaar die zijn aangesloten bij een sportvereniging met volledige rechtsbevoegdheid die is aangesloten bij een algemeen erkende sportbond. Artikel81.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie verlenen voor jeugdleden van sportverenigingen. Artikel82.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen bedraagt het aantal contributiebetalende jeugdleden van de aanvrager tenminste
  4. Artikel83.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bestaat uit: een jaarlijks door het college vast te stellen basisbedrag; en een jaarlijks door het college vast te stellen bedrag afhankelijk van het aantal contributiebetalende jeugdleden. Werkveld 2.6.3 Sportstimuleringsactiviteiten Artikel84.Begripsbepalingen Sportstimulering activiteiten die de deelname, van een door de vereniging te bepalen doelgroep, aan sportactiviteiten bevorderen. Kwaliteitsverbetering het aanpassen van bewegingsactiviteiten zodat de activiteiten geschikt en aantrekkelijk zijn voor een door de sportvereniging te bepalen doelgroep. Kadervorming het volgen van (basis)sportopleidingen ten behoeve van het uitvoeren van trainerschap binnen sportverenigingen. Artikel85.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie verlenen gericht op sportstimulering, kwaliteitsverbetering of kadervorming. Artikel86.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie 1.Voor een activiteitensubsidie komen in aanmerking sportverenigingen die zijn aangesloten bij een algemeen erkende sportbond en tenminste 10 contributiebetalende leden hebben. 2.Reguliere activiteiten en materiële verbeteringen komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel87.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijkekosten. Werkveld 2.6.4 Speeltuinwerk Artikel88.Begripsbepalingen speeltuinwerk de exploitatie van een buitenspeelvoorziening voor kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar. Artikel89.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een activiteitensubsidie verlenen voor speeltuinwerk. Artikel90.Aanvullende voorwaarden activiteitensubsidie De activiteitensubsidie aan een vrijwilligersorganisatie wordt slechts verleend indien: de organisatie voldoet aan de door de gemeente gestelde voorwaarden omtrent beheer en onderhoud; de organisatie statutair gevestigd is in de gemeente Sneek. Om voor een activiteitensubsidie in aanmerking te komen bedraagt het aantal contributiebetalende leden van de aanvrager tenminste
  5. Artikel91.Grondslag van de subsidie De activiteitensubsidie bestaat uit een jaarlijks door het college vast te stellen basisbedrag. Titel 2.7 Zorg Werkveld 2.7.1 Maatschappelijk werk Artikel92.Begripsbepalingen Maatschappelijk werk het ondersteunen van mensen bij het oplossen van en omgaan met problemen en verstoringen in hun functioneren in wisselwerking met hun sociale omgeving. Onder sociale omgeving wordt verstaan de school en het gezin. De maatschappelijk werker beoogt met zijn hulpverlening het sociaal functioneren van personen of de wisselwerking tussen personen en hun sociale omgeving te verbeteren. De realisering van dit doel vormt een gezamenlijke activiteit van de maatschappelijk werker en de betrokkene(n). Artikel93.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie verlenen voor activiteiten op het gebied van maatschappelijk werk. Artikel94.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten voor hulpverlening of advisering per casus. Werkveld 2.7.2 Maatschappelijke zorg Artikel95.Begripsbepalingen Maatschappelijke zorg activiteiten, niet zijnde maatschappelijk werk die zijn gericht op de ondersteuning van mensen met een lichamelijke of psychische beperking in het dagelijkse functioneren of gericht op de verzorging van mensen in hun laatste levensfase. Artikel96.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie of activiteitensubsidie verlenen voor maatschappelijke zorg. Artikel97.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De activiteitensubsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Werkveld 2.7.3 Vrijwilligerswerk en mantelzorg Artikel98.Begripsbepalingen Mantelzorg zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie tussen de hulpverlener en de hulpbehoevende oudere, zieke of gehandicapte. Vrijwilligerswerk werk dat in enig (georganiseerd) verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van andere(n) of de samenleving. Artikel99.Te subsidiëren activiteiten Het college kan een budgetsubsidie verlenen ter ondersteuning van mantelzorg en ter voorkoming dat mantelzorgers hun zorg moeten staken. Het college kan een budgetsubsidie of activiteitensubsidie verlenen ter ondersteuning en stimulering van vrijwilligerswerk in de zorg. Artikel100.Grondslag van de subsidie De budgetsubsidie bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. De activiteitensubsidie bedraagt maximaal 70% van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten. Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen Artikel101Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  6. 2.De volgende verordeningen worden ingetrokken: verordening vergoeding godsdienstonderwijs c.a., vastgesteld bij besluit van 16 juni 2000, algemene procedure- en subsidieverordening maatschappelijk en sociaal-cultureel welzijn gemeente Sneek vastgesteld bij besluit van 16 december 1997, subsidieverordening sportstimulering 2006 vastgesteld bij besluit van 20 december 2006, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend of vastgesteld. subsidieverordening incidentele activiteiten op sportief gebied vastgesteld bij besluit van 25 mei 2004, subsidieverordening incidentele culturele activiteiten vastgesteld bij besluit van 28 februari 2006, subsidieverordening amateurkunst vastgesteld bij besluit van 28 februari
  7. Artikel102Overgangsbepaling Subsidies die zijn verleend of vastgesteld krachtens verordeningen als bedoeld in artikel 101,met uitzondering van de verordening onder 2c, worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag voor subsidie opgrond van een verordening als bedoeld in artikel 101 tweede lid is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, worden daarop de overeenkomstige bepalingen van de onderhavige verordening toegepast. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 maart 2008, , voorzitter. , griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.