← Nederland

Verordening liggeld 1999 (Lingewaal)

Verordening liggeld 1999Verordening liggeld 1999 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam "liggeld" wordt een recht geheven voor het hebben van een ligplaats, daaronder begrepen de diensten die met de ligplaats verband houden, bij een verblijf langer dan twee weken op de krachtens de "Woonschepenverordening 1998" aangewezen ligplaatsen. Artikel3Belastingplicht Het recht bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats heeft. Als degene die de ligplaats heeft wordt aangemerkt de houder van de ligplaatsvergunning, bedoeld in artikel 6 van de "Woonschepenverordening 1998", dan wel de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel4Belastingtarieven 1Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt f 1.200,-- per belastingtijdvak. 2Het recht als bedoeld onder a wordt jaarlijks aangepast aan het prijsindexcijfer voor gezinsconsumptie, basis 1999 =

  1. Artikel5Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel6Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijd¬vak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Termijnen van betaling De aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er, met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet, nog maanden in het belastingtijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van het liggeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de liggelden. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1De "Verordening op de heffing en invordering van een liggeld voor woonschepen" van 9 december 1968, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 1 februari 1969, nr. 15, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van heffing is 1 januari
  2. 4Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening liggeld 1999". Gemeente Lingewaal, 05-11-1998

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.