← Nederland

Regionale gehandicaptenparkeerregeling (Delft)

lege van 2 maart 2010, overwegende dat het gewenst is aan lichamelijk gehandicapte inwoners van de gemeente die niet in aanmerking komen voor de Europese gehandicaptenparkeerkaart, als bedoeld in art.

. 2.De in het eerste lid genoemde faciliteiten worden ook geboden aan de houders van gehandicaptenparkeerkaarten afgegeven in de andere gemeenten van het Stadsgewest Haaglanden. Artikel8 Houders van een gehandicaptenparkeerkaart zijn gerechtigd te parkeren: gedurende ten hoogste 3 uur achtereen met gebruik van een parkeerschijf: op plaatsen waar een parkeerverbod geldt dat is aangeduid door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV;- bij een gele onderbroken streep; gedurende onbepaalde tijd:- op plaatsen die door middel van bord E6 van bijlage 1 van het RVV zijn aangeduid als "parkeerplaats voor gehandicapten algemeen";- in parkeerschijfzones, aangeduid door bord E10 van bijlage 1 van het RVV. Paragraaf4Het aan een gehandicaptenparkeerkaart te verbinden voorschrift Artikel9 Aan een gehandicaptenparkeerkaart is het voorschrift verbonden, dat de houder daarvan geen gebruik laat maken, indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met vervoer van zichzelf. Paragraaf5De geldigheid

Artikel10

Een gehandicaptenparkeerkaart is persoonsgebonden en uitsluitend geldig voor het gebruik van het motorvoertuig waarvan het kenteken op de kaart is vermeld. Artikel11 1.De Regionale gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt voor een periode van maximaal twee jaar. 2.De gehandicaptenparkeerkaart dient na het verlopen van de geldigheid zo spoedig mogelijk te worden ingeleverd bij de gemeente die de kaart heeft verstrekt. Artikel12 Een gehandicaptenparkeerkaart verliest zijn geldigheid: door het verlopen van de geldigheidstermijn; door het overlijden van de gehandicapte aan wie de kaart is verstrekt; door ongeldigverklaring; door afgifte van een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart. Het college kan een gehandicaptenparkeerkaart ongeldig verklaren indien de houder niet langer voldoet aan de criteria van afgifte of als de houder het aan het gebruik

verbonden voorschrift niet naleeft. Indien tussentijds in verband met wijziging van het kenteken of het rijbewijsnummer dan wel in verband met het feit dat de gehandicaptenparkeerkaart is versleten, geheel of ten dele onleesbaar is geworden, verloren geraakt, is gestolen of tenietgegaan, een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt, dan geldt daarvoor de geldigheidstermijn die gold voor de vervangen gehandicaptenparkeerkaart. Paragraaf6De uitvoering

Artikel13

De gehandicaptenparkeerkaart moet zijn voorzien van: een waarmerk van de gemeente; vervaldatum; een registratienummer; kenteken(s) van het voertuig/de voertuigen waarmee de houder zich pleegt te vervoeren; rijbewijsnummer van de houder; handtekening van de houder. Paragraaf7Duplicaten Artikel14 1.Indien een regionale gehandicaptenparkeerkaart is versleten, geheel of ten dele onleesbaar is geworden, verloren geraakt, is gestolen of tenietgegaan, kan een duplicaat worden uitgereikt. Indien de regionale gehandicaptenparkeerkaart is gestolen wordt tevens een bewijs van aangifte gevraagd. 2.Indien de regionale gehandicaptenparkeerkaart is versleten of ten dele onleesbaar is geworden, wordt een duplicaat slechts uitgereikt tegen inlevering van die kaart. 3.Een geneeskundig onderzoek als bedoeld in artikel 3, lid 1 blijft achterwege. Paragraaf8Wijze van aanbrengen

Artikel15

De gehandicaptenparkeerkaart moet op zodanige wijze achter de voorruit worden aangebracht dat de voorzijde ervan buiten het motorvoertuig behoorlijk leesbaar is. Paragraaf9Slotbepalingen Artikel16 De Invalideparkeerregeling, zoals vastgesteld op 16 december 1993 en het laatst gewijzigd op 30 mei 1996, wordt ingetrokken. Artikel17 Deze verordening wordt aangehaald als: Regionale gehandicaptenparkeerregeling en treedt in werking op 24 juni

  1. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 juni
  2. mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester. L.van Luyk ,griffier. Bekendgemaakt 4 juli
  3. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Considerans Artikel 87 van het RVV bepaalt dat ontheffing kan worden verleend van met name genoemde artikelen van het RVV. De voor deze regeling relevante artikelen zijn art. 24, lid 1, onder e, 25, 26 en art. 62 voor zover het betreft het verkeersbord E1 (zie ook de toelichting bij art. 8). Artikel 2 In de Regeling gehandicaptenparkeerkaart is sprake van een maximum loopafstand van 100 m. De verruiming van deze afstand tot 200 m. vormt de essentie van de regeling van de stadsgewestgemeenten. In deze regeling is niet de mogelijkheid van afgifte van passagierskaarten opgenomen. In de landelijke regeling worden passagierskaarten alleen verstrekt aan personen die zich redelijkerwijs niet te voet kunnen voortbewegen en die voor verplaatsingen buitenshuis zijn aangewezen op vervoer door een ander. Er is dus altijd iemand die de auto kan parkeren. Een aanvulling op de landelijke regeling wordt daarom overbodig geacht. Omdat het wenselijk is dat deze regeling op termijn eindigt, wordt een “afbouwbeleid” gehanteerd. Dit betekent dat een nieuwe Regionale gehandicaptenparkeerkaart alleen kan worden aangevraagd door degenen die reeds houder van een gehandicaptenparkeerkaart zijn en voldoen aan de eisen. Artikel 4 Met inlevering van de eerder verstrekte gehandicaptenparkeerkaart wordt beoogd misbruik te voorkomen. Met het vragen van een bewijs van aangifte kan (gedeeltelijk) worden voorkomen dat gehandicaptenparkeerkaarten ten onrechte als verloren of gestolen worden opgegeven. Artikel 7 Het resultaat van de Regionale regeling is, dat de houder van een gehandicaptenparkeerkaart, afgegeven in één der gemeenten van het Stadsgewest Regionale deze in alle Regionale gemeenten kan gebruiken. Artikel 8 Ontheffing op grond van art
  4. juncto art. 62 RVV. Ontheffing op grond van art
  5. juncto art. 24, lid 1, onder e RVV. Ontheffing op grond van art
  6. juncto art. 26 RVV. Ontheffing op grond van art
  7. juncto art. 25 RVV. NB. In artikel 87 van het RVV wordt alleen bepaald dat ontheffing kan worden verleend van met name genoemde artikelen. Een maximum tijdsduur wordt niet genoemd. Aangesloten is bij de in artikel 85 van het RVV genoemde faciliteiten voor de Europese gehandicaptenparkeerkaart. Dit geldt ook voor het verplichte gebruik van een parkeerschijf bij een gelimiteerde parkeerduur. Artikel 11 De Europese gehandicaptenparkeerkaart is 5 jaar geldig. Omdat voor de Regionale gehandicaptenparkeerkaarten soepeler criteria worden gehanteerd is regelmatige vernieuwing de beste mogelijkheid om het gebruik van kaarten, door personen die niet meer aan de criteria voldoen, te beperken. De Regionale gehandicaptenparkeerkaart is geldig voor een periode van minimaal een half jaar en maximaal 2 jaar. Indien een gehandicaptenparkeerkaart zijn geldigheid heeft verloren, wordt deze zo spoedig mogelijk bij het college ingeleverd. Wanneer de houder

is overleden geschiedt dit door degene die de kaart onder zich houdt. De artikelen 54 en 59 van BABW zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 12 Het is aan het college om te bepalen wanneer een gehandicaptenparkeerkaart ongeldig wordt verklaard. Bij een dergelijk besluit dient dan ook de mogelijkheid van bezwaar en beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht te worden aangegeven. Artikel 13 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze regeling zijn belast de personen werkzaam in de functie van Controleur Openbare Ruimte van de Sector Toezicht Openbare Ruimte. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze regeling belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. N.B. In de regeling is niet opgenomen dat de kosten

voor rekening van de aanvrager komen. Dit zou een overbodige constatering zijn omdat dit al is vastgesteld in de gemeentelijke legesverordening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.