. 2.De in het eerste lid genoemde faciliteiten worden ook geboden aan de houders van gehandicaptenparkeerkaarten afgegeven in de andere gemeenten van het Stadsgewest Haaglanden. Artikel8 Houders van een gehandicaptenparkeerkaart zijn gerechtigd te parkeren: gedurende ten hoogste 3 uur achtereen met gebruik van een parkeerschijf: op plaatsen waar een parkeerverbod geldt dat is aangeduid door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV;- bij een gele onderbroken streep; gedurende onbepaalde tijd:- op plaatsen die door middel van bord E6 van bijlage 1 van het RVV zijn aangeduid als "parkeerplaats voor gehandicapten algemeen";- in parkeerschijfzones, aangeduid door bord E10 van bijlage 1 van het RVV. Paragraaf4Het aan een gehandicaptenparkeerkaart te verbinden voorschrift Artikel9 Aan een gehandicaptenparkeerkaart is het voorschrift verbonden, dat de houder daarvan geen gebruik laat maken, indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met vervoer van zichzelf. Paragraaf5De geldigheid
Een gehandicaptenparkeerkaart is persoonsgebonden en uitsluitend geldig voor het gebruik van het motorvoertuig waarvan het kenteken op de kaart is vermeld. Artikel11 1.De Regionale gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt voor een periode van maximaal twee jaar. 2.De gehandicaptenparkeerkaart dient na het verlopen van de geldigheid zo spoedig mogelijk te worden ingeleverd bij de gemeente die de kaart heeft verstrekt. Artikel12 Een gehandicaptenparkeerkaart verliest zijn geldigheid: door het verlopen van de geldigheidstermijn; door het overlijden van de gehandicapte aan wie de kaart is verstrekt; door ongeldigverklaring; door afgifte van een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart. Het college kan een gehandicaptenparkeerkaart ongeldig verklaren indien de houder niet langer voldoet aan de criteria van afgifte of als de houder het aan het gebruik
verbonden voorschrift niet naleeft. Indien tussentijds in verband met wijziging van het kenteken of het rijbewijsnummer dan wel in verband met het feit dat de gehandicaptenparkeerkaart is versleten, geheel of ten dele onleesbaar is geworden, verloren geraakt, is gestolen of tenietgegaan, een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt, dan geldt daarvoor de geldigheidstermijn die gold voor de vervangen gehandicaptenparkeerkaart. Paragraaf6De uitvoering
De gehandicaptenparkeerkaart moet zijn voorzien van: een waarmerk van de gemeente; vervaldatum; een registratienummer; kenteken(s) van het voertuig/de voertuigen waarmee de houder zich pleegt te vervoeren; rijbewijsnummer van de houder; handtekening van de houder. Paragraaf7Duplicaten Artikel14 1.Indien een regionale gehandicaptenparkeerkaart is versleten, geheel of ten dele onleesbaar is geworden, verloren geraakt, is gestolen of tenietgegaan, kan een duplicaat worden uitgereikt. Indien de regionale gehandicaptenparkeerkaart is gestolen wordt tevens een bewijs van aangifte gevraagd. 2.Indien de regionale gehandicaptenparkeerkaart is versleten of ten dele onleesbaar is geworden, wordt een duplicaat slechts uitgereikt tegen inlevering van die kaart. 3.Een geneeskundig onderzoek als bedoeld in artikel 3, lid 1 blijft achterwege. Paragraaf8Wijze van aanbrengen
De gehandicaptenparkeerkaart moet op zodanige wijze achter de voorruit worden aangebracht dat de voorzijde ervan buiten het motorvoertuig behoorlijk leesbaar is. Paragraaf9Slotbepalingen Artikel16 De Invalideparkeerregeling, zoals vastgesteld op 16 december 1993 en het laatst gewijzigd op 30 mei 1996, wordt ingetrokken. Artikel17 Deze verordening wordt aangehaald als: Regionale gehandicaptenparkeerregeling en treedt in werking op 24 juni
is overleden geschiedt dit door degene die de kaart onder zich houdt. De artikelen 54 en 59 van BABW zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 12 Het is aan het college om te bepalen wanneer een gehandicaptenparkeerkaart ongeldig wordt verklaard. Bij een dergelijk besluit dient dan ook de mogelijkheid van bezwaar en beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht te worden aangegeven. Artikel 13 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze regeling zijn belast de personen werkzaam in de functie van Controleur Openbare Ruimte van de Sector Toezicht Openbare Ruimte. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze regeling belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. N.B. In de regeling is niet opgenomen dat de kosten
voor rekening van de aanvrager komen. Dit zou een overbodige constatering zijn omdat dit al is vastgesteld in de gemeentelijke legesverordening.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.