Verordening rioolrechten 2009Reg.nr. 2861460 De raad van de gemeente Amersfoort; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 oktober 2008, sector DIA/BB (nr. 2863848); gelet op de artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening: Verordening Verordening rioolrechten 2009 Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Voor de toepassing van deze verordening wordt: onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater en de in het kader van het gemeentelijk rioleringsplan geplaatste individuele behandeleenheden afvalwater (IBA’s) begrepen; onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering; onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; Als roerende zaak wordt aangemerkt: a . een object, niet zijnde onroerend, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering; een gedeelte van een onder a bedoeld object dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer onder a bedoelde objecten of onder b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam ‘rioolrechten’ worden geheven: a.een recht van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, en b.een recht van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.Met betrekking tot het recht bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt als gebruiker aangemerkt: a.degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b.ingeval een onzelfstandig gedeelte van een eigendom ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. Artikel3Maatstaf van heffing 1.De rioolrechten worden geheven naar de waarde in het economische verkeer van het eigendom.. 2.Ingeval het eigendom een onroerende zaak is, is de waarde in het economisch verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt. 3.Ingeval voor het eigendom geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat eigendom bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken, naar de waarde die het eigendom op 1 januari 2003 heeft en naar de staat waarin het eigendom op 1 januari van het belastingjaar verkeert. Artikel4Belastingtarieven 1.Het tarief van de rechten bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a.het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b, 1.voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0189% 2.voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,0422% b.het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, 1.voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0236%
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.