Delegatie- en mandaatbesluit Wet ruimtelijke ordening gemeente PurmerendDe raad van de gemeente Purmerend; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 september 2009, nr 09-94; overwegende, dat het met het oog op een doelmatige afhandeling van aanvragen om een bestemmingsplan vast te stellen, indien en voorzover het gevallen betreft waarin het om een afwijzing daarvan gaat op grond van artikel 3.9 Wet ruimtelijke ordening, wenselijk is om de bevoegdheid te mandateren aan burgemeester en wethouders; dat in artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht de grondslag tot een dergelijke mandatering is opgenomen; dat het met het oog op een doelmatige afhandeling van aanvragen om een projectbesluit op grond van artikel 3.10 Wet ruimtelijke ordening wenselijk is om de betreffende bevoegdheid, alsmede de bevoegdheid inzake het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening, betrekking hebbend op de in het betreffende projectbesluit begrepen gronden, te delegeren aan burgemeester en wethouders; dat in artikel 3.10, lid 4 en in artikel 6.12, lid 3 Wet ruimtelijke ordening de grondslag tot de delegatie is opgenomen; gelet op de Wet ruimtelijke ordening, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet en met inachtneming van de "Toelichting op de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en de implementatie daarvan in Purmerend" en de daarbij gedane aanbevelingen; besluit: de bevoegdheid op grond van artikel 3.9 Wet ruimtelijke ordening tot het afwijzen van een aanvraag om een bestemmingsplan vast te stellen te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders; de bevoegdheid op grond van artikel 3.10, lid 1 Wet ruimtelijke ordening inzake (het toekennen of afwijzen van) aanvragen om projectbesluiten te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, burgemeester en wethouders op te dragen bij uitoefening van de bevoegdheden onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.