Richtlijn Kerstversiering "Kerstfeest en brandveiligheid"Artikel0Dit artikel moet nog worden gesplitst RichtlijnKerstversiering"Kerstfeestenbrandveiligheid" (besluit van burgemeester en wethouders van 8 juli 2003) Het college van burgemeester en wethouders maakt bekend dat hij in zijn vergadering van 8 juli 2003 heeft vastgesteld de Richtlijn Kerstversiering "Kerstfeest en brandveiligheid" Kerstfeest en brandveiligheid Het kan en moet veilig: extra kerstversiering in uw bedrijf tijdens de feestdagen. Versiering maakt feestelijk, maar het kan een extra risico inhouden als u brandbare materialen gebruikt. Het spreekt vanzelf dat u als ondernemer op de eerste plaats verantwoordelijk bent voor de veiligheid van uw gasten. U moet dan ook de nodige maatregelen treffen om die veiligheid te waarborgen. Om u daarbij te helpen vat de brandweer de voornaamste voorschriften en maatregelen op dit gebied nog eens samen. Het gaat om vluchtwegen, blusmiddelen, verlichting, open vuur, versiering en het maximum aantal toe te laten personen. Calamiteiten rondom de feestdagen zijn voor een bedrijf nooit uit te sluiten. We noemen de kerstdagen en jaarwisseling als voorbeeld. Om de veiligheid van uw gasten tijdens deze feestdagen zoveel mogelijk te waarborgen moeten in uw pand een aantal brandpreventieve voorzieningen aanwezig zijn. Denk aan voldoende vluchtwegen, goed begaanbare nooduitgangen, noodverlichting en vluchtwegaanduiding. Deze hebben tot doel, wanneer zich een incident voordoet, de aanwezige personen snel en kalm naar een veilige plaats te leiden. Als deze brandpreventieve voorzieningen niet aanwezig zijn, niet goed functioneren, of als er teveel mensen aanwezig zijn, kunnen de vluchtwegen en nooduitgangen de mensenstroom niet aan. Het is zaak dat u tijdig vóór alle komende feestdagen nog eens naar de aanwezigheid en goede werking van de hierboven genoemde voorzieningen kijkt. Ga na hoeveel personen u maximaal toe wil en mag laten. Zorg dat ook uw personeel op de hoogte is van de bij uw bedrijf geldende afspraken omtrent brandveiligheid. De belangrijkste voorschriften voor versiering en het aantal personen staan in dit document voor u op een rijtje en verwijzen naar de regelgeving waaruit ze afkomstig zijn. Niet alleen voor de kerst Wij willen voor de duidelijk benadrukken dat onderstaande regels en voorschriften altijd voor uw bedrijf van toepassing zijn. Dus niet alleen bij feestelijke gelegenheden of alleen wanneer er in uw bedrijf extra feestversiering wordt toegepast. Daarnaast gaat deze tekst niet over alle aspecten van brandveiligheid, maar alleen over het toepassen van versiering en het aantal toe te laten personen. Voor alle andere aspecten van brandveiligheid (zoals bijvoorbeeld het aantal brandblussers) verwijzen we u naar de brandweer. Grondslag De hierna volgende voorschriften zijn afgeleid van de voorwaarden in de Gemeentelijke Bouwverordening. Deze is vastgesteld door de gemeenteraad. De voorschriften vallen uiteen in 2 categorieën Voorschriften rechtstreeks ontleend aan de bouwverordening (met inbegrip van de bijlagen): U mag in beginsel niet van deze voorschriften afwijken. Voorschriften die niet rechtstreeks ontleend zijn aan de bouwverordening: deze worden in het algemeen aan gebruiksvergunningen voor publieksfuncties en horecafuncties verbonden. In de hier volgende tekst zijn deze voorschriften te herkennen aan een lichtgrijze achtergrond. • Heeft u inderdaad een vergunning waarin deze voorschriften zijn opgenomen, dan gelden ze onverkort. • Heeft u (nog) geen vergunning of zijn deze voorwaarden daarin niet opgenomen, dan kunt u deze voorschriften zien als een uitwerking van de voorschriften in bijlage 3 en 4 van de bouwverordening. Met andere woorden: als u voldoet aan deze voorschriften, voldoet u zeker aan de rechtstreekse voorschriften. Er zijn wellicht ook andere manieren om een gelijkwaardig niveau van veiligheid te bereiken. Maar als u ervoor kiest om van deze voorwaarden af te wijken, ligt de bewijslast daarvoor bij uzelf. Treft de gemeente een dergelijke situatie bij u aan en kunt u de gelijkwaardigheid (nog) niet aantonen, dan zal de toezichthouder van u verlangen dat u de situatie wijzigt totdat de gelijkwaardigheid is aangetoond. Vluchtwegen (Bijlage 4, gemeentelijke bouwverordening) De nooduitgangen dienen altijd over de gehele breedte vrij te blijven en voor direct gebruik gereed te zijn. De nooduitgangen moeten altijd in de vluchtrichting draaien en zijn voorzien van de vereiste panieksluitingen. De nooduitgangdeuren mogen dus niet op slot zijn. In gangen en trappenhuizen die leiden naar een nooduitgang mag u geen losse goederen opslaan en geen horizontale of verticale textiel als versiering gebruiken. Indien de nooduitgang uitkomt op een binnenplaats of buitengang moet vanaf die binnenplaats de openbare weg bereikbaar zijn. U moet ervoor zorgen dat het publiek zich kan oriënteren en dat deze buitenvluchtweg vrij van obstakels is. Gordijnen voor deuren dienen zodanig te zijn aangebracht, dat zij met de deuren meedraaien en het openen van de deuren niet verhinderen. Elke ruimte welke voor meer dan 100 personen toegankelijk is, dient tenminste twee uitgangen te bezitten. De uitgangen moeten zover mogelijk van elkaar gelegen zijn. Met inachtneming van het gestelde in punt f, dient voor ieder aantal van 200 personen en resterend gedeelte van dit aantal tenminste een uitgang aanwezig te zijn. Blusmiddelen (Bijlage 4, gemeentelijke bouwverordening) De brandslanghaspels en draagbare blustoestellen dienen altijd direct bereikbaar en voor direct gebruik gereed te staan. De aanwezige brandblusmiddelen dienen 1 x per jaar op de goede werking te worden gecontroleerd. Als bewijs hiervan dient een keuringsbewijs aanwezig te zijn. Nooden transparantverlichting (bijlage 4, gemeentelijke bouwverordening) Versieringen mogen nooit het zicht op de aanwezige nooden transparantverlichting belemmeren. De transparantverlichting moet branden gedurende de tijd dat publiek aanwezig is. Versiering (bijlage 4, gemeentelijke bouwverordening) Stoffering en versiering moeten minimaal 50 centimeter vrijgehouden worden van spots en andere warm wordende apparatuur, waarvan de oppervlaktetemperatuur meer dan 80 graden Celsius bedraagt. Vloeren trapbedekkingen in vluchtwegen en in ruimten waarin meer dan 50 personen gelijktijdig kunnen verblijven, moeten zodanig zijn aangebracht dat zij niet kunnen verschuiven, omkrullen of oprollen en mogen in geen enkel opzicht gevaar voor uitglijden, struikelen of vallen kunnen veroorzaken. Plafondversiering moet zó zijn aangebracht, dat zij buiten bereik van het publiek hangt. Dit bereikt u door de versiering op tenminste 2.50 m hoogte aan te brengen. De toegepaste bekledingsmaterialen moeten voldoen aan: NEN 1775, uitgave 1991, klasse T1, ten behoeve van vloeren en trappen; NEN 6065, uitgave 1991, klasse 2 ten aanzien van overige stoffering en versiering; NEN 6066, uitgave 1991, optische rookdichtheid <2.2 m-1, maar niet voor vloeren en trappen. Uitwerking van deze voorschriften: wat betekent dit voor u? De bovenstaande voorschriften hebben niet rechtstreeks betrekking op de kerstversiering die u misschien op wilt hangen. Hieronder volgt daarom een overzicht van wat u wel en niet kunt doen om in overeenstemming met deze voorschriften uw gebouw veilig te versieren. Open vuur. Het gebruik van open haarden is toegestaan, indien deze voldoen aan de volgende voorwaarden: de open haard moet zijn voorzien van een voorziening welke waarborgt dat binnen een afstand van 60 cm van de vuurkorf zich geen personen kunnen bevinden of goederen kunnen worden geplaatst; de open haard moet zijn voorzien van een doelmatig vonkenscherm. b. Verplaatsbare kooktoestellen zoals b.v. gourmetstellen, fonduestellen en steengrillen mogen niet worden verwarmd door brandbare vloeistoffen zoals spiritus of brandbare gassen. Het gebruik van alternatieve brandstoffen zoals b.v. pasta's of gelachtige materialen is toegestaan. Maak binnenshuis geen gebruik van "binnenvuurwerk", dus geen spuiters, sterretjes en dergelijke. Vermijd zoveel mogelijk het flamberen van gerechten. Indien u dit toch doet zorg er dan voor dat er tenminste 2 meter afstand is tussen de vlam en omringende brandbare materialen. Zorg er tevens voor dat er een extra personeelslid in de directe nabijheid is met een brandblusser. Het gebruik van kaarsen is toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Zet de kaarsen in een stevige houder op een vlakke ondergrond. De vorm van de houder moet zodanig zijn, dat de kans op omstoten of omvallen tot het uiterst is beperkt. Gebruik geen kaarsenhouders die zijn gemaakt van plastic of andere gemakkelijk brandbare materialen. Plaats kaarsen tenminste 50 cm uit de buurt van brandbare materialen. Steek kaarsen in brandbare kerststukjes niet aan. Kerstbomen en kersttakken. Het is niet toegestaan om natuurlijke kersttakken te gebruiken als versiering. Dit geldt zowel voor plafondals voor wandversiering. Gebruik in plaats hiervan imitatie-kersttakken die voldoen aan "versiering algemeen", onder D. Plaats een kerstboom niet te dicht bij gordijnen of andere makkelijk brandbare spullen. Plaats een kerstboom zo dat hij de nooduitgang niet verspert, ook niet als hij is omgevallen. De afstand tussen de boom en een uitgang moet tenminste anderhalf keer de hoogte van de boom zijn. Dus een boom van 2 meter plaatst u op tenminste 3 meter van een uitgang. Staat een kleine boom op een tafeltje, dan telt de hoogte van het tafeltje ook mee! Zorg ervoor dat u geen clusters van 2 of meer kerstbomen maakt. Als afstand tussen de kerstbomen kunt u als veilige afstand de hoogte van de boom x 1,5 hanteren. Dus wanneer de boom 2,5 meter hoog is, moet u een afstand van 1,5 x 2,5 = 3,75 meter hanteren voordat u weer een volgende boom plaatst. Elke kerstboom dient te worden geïmpregneerd (zie voor bijzonderheden onder het kopje "Impregneren" op blad 4). Omdat impregneren specialistisch werk is, zal de brandweer van u verlangen dat u aantoont dat dit impregneren is gedaan door een erkend bedrijf met een erkend product. Zorg ervoor dat de boom goed stevig staat zodat deze niet gemakkelijk om kan vallen. Wilt u het heel veilig doen, draai dan een schroefoog in het plafond en maak de boom daaraan vast. Bind daartoe een stuk staaldraad aan de stam op ongeveer een vierde van de boomhoogte onder de top. Bevestig vervolgens het andere eind aan het schroefoog. Omvallen is dan niet mogelijk. Controleer de bedrading van de elektrische kerstverlichting op beschadigingen. Probeer de installatie eerst uit door de lampjes voor het ophangen een half uur te laten branden. Gebruik een gaaf en goed passend verlengsnoer en leg deze zo neer dat er niemand over kan struikelen. Rol kabelhaspels altijd helemaal af. Doe de verlichting na sluitingstijd altijd uit. Uitdoen is de stekker uit het stopcontact halen en niet door een lampje los te draaien. Toepassing van hout, hardboard, triplex, multiplex, spaanplaat Het materiaal moet ten minste 3,5 millimeter dik zijn. Het materiaal moet ten aanzien van vlamuitbreiding kunnen worden ingedeeld in klasse 2, als bedoeld in NEN 6065, uitgaven 1991, en NEN 6065/C1, uitgave
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.