Re-integratieverordening Wet werk en bijstand Hoofdstuk1Algemene bepalingen De Raad van de gemeente Bedum; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 23 maart 2010; gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; besluit: vast te stellen de “Re-integratieverordening Wet werk en bijstand” Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand, de IOAW of de IOAZ; Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het UWV; niet-uitkeringskeringsgerechtigde (Nugger): persoon als bedoeld in de WWB, artikel 6, lid 1 onder a;. jongeren: uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers jonger dan 23 jaar; voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de wet: een instrument dat ingezet wordt ter ondersteuning van personen zoals bedoeld in lid a, b, c, of d bij re-integratie; re-integratietraject: de vormgeving van het traject van re-integratie en de inzet van voorzieningen voor en met personen zoals bedoeld in lid a, b, c, of d; loonkostensubsidie: subsidie voor werkgevers; de wet: de Wet werk en bijstand; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Wet STAP: Wet stimulering arbeidsparticipatie (Wet STAP); het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bedum; de raad: de gemeenteraad van de gemeente Bedum Hoofdstuk2BELEID EN FINANCIEN Artikel2Opdracht college 1.Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers, alsmede aan personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing. 2.Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 3.Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. Artikel3Aanspraak op ondersteuning 1.Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, Nuggers, alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening en in de op grond van deze verordening vastgestelde beleidsregels. Artikel4Verplichtingen van de cliënt 1.Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. 2.Een persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de IOAW, de IOAZ en de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3.Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de afstemmingsverordening. 4.Indien een persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Artikel5Subsidie- en budgetplafonds 1.Het college kan in beleidsregels een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2.Het college kan in beleidsregels een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Artikel6Wet STAP 1.Het college verstrekt aan uitkeringsgerechtigden die minimaal 20 uur per week onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet een premie van telkens € 300,00 per zes maanden. 2.Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld. 3.De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. Artikel7 1.Indien de belanghebbende achttien maanden of meer additionele werkzaamheden heeft verricht wordt van degene in opdracht van wie hij deze werkzaamheden uitvoert een halfjaarlijkse bijdrage verlangd. 2.De bijdrage bedraagt 100% van de in artikel 6, lid 1, bedoelde premie. 3.De bijdrage wordt enkel verlangd voor zover aan de belanghebbende de premie bedoeld in artikel 6, lid 1, is uitgekeerd. Artikel8 1.Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie, wordt binnen zes maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 2.Het college betrekt bij deze beoordeling: het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert; de scholingswens van de belanghebbende. Hoofdstuk3VOORZIENINGEN Artikel9Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 2.Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling. 3.In de beleidsregels kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de wet nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; de voorwaarden en regels waaronder loonkostensubsidie verstrekt wordt; de aanvraag van en de besluitvorming over loonkostensubsidie en premies; de betaling van loonkostensubsidie en premies en het verlenen van voorschotten; het vragen van een eigen bijdrage; overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van loonkostensubsidies en premies. 4.Bij het aanbieden van voorzieningen, premies en gesubsidieerde arbeid worden de bepalingen van de Verordening werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002) en de Verordening minimissteun (Verordening (EG) nr. 69/2001) in acht genomen. Artikel10Nadere invulling van beleid Het college kan op basis van deze verordening nadere beleidsregels of richtlijnen vaststellen in het kader van re-integratie zoals bedoeld in deze verordening. Slotbepalingen Artikel11Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel12Intrekking voorgaande verordeningen De “Re-integratieverordening Wet werk en bijstand”, vastgesteld op 28 oktober 2004, wordt met ingang van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. Artikel13Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking één dag na publicatie en werkt terug tot 1 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.