Verordening burgerinitiatief gemeente Oss 2008 Gemeenteraad Onderwerp: Volgnummer 2008-80 Vaststellen nieuwe verordening burgerinitiatief Dienst/afdeling Raadsgriffie De raad van de gemeente Oss; gezien het voorstel van de raadsgriffier van 24 september 2008; gelet op het advies van de raadscommissie Bestuur Organisatie en Bedrijvigheid van 20 oktober 2008; besluit: de Verordening burgerinitiatief gemeente Oss, vastgesteld op 12 februari 2004, in te trekken; de Verordening burgerinitiatief gemeente Oss 2008 vast te stellen. Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: raad: de gemeenteraad van Oss; b. commissie: een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; c. college: het college van burgemeester en wethouders van Oss; d. burgerinitiatief: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of een voorstel op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen; initiatiefgerechtigde: de personen en instanties als bedoeld in artikel 3. Artikel2 1.De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. 2.Een verzoek is ongeldig indien het: een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5. Artikel3 1.Initiatiefgerechtigd zijn alle ingezetenen van de gemeente Oss en overige belanghebbenden. 2.Uitgezonderd van het burgerinitiatiefrecht zijn de raadsleden en de commissieleden- niet raadsleden. 3.Voor de beoordeling of iemand belanghebbende is, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel4 1.Een burgerinitiatiefvoorstel houdt in ieder geval niet in: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; een vraag over het gemeentelijk beleid; een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur; een onderwerp waarover tijdens de raadsperiode, waarin indiening van het voorstel plaatsvindt door de raad een besluit is genomen, tenzij sprake is van aantoonbare nieuwe feiten. Dit geldt echter alleen als deze nieuwe feiten hadden kunnen leiden tot een ander besluit, als ze bekend waren geweest ten tijde van het besluit; een onderwerp waarover een inspraakprocedure of een voorbereidingsprocedure loopt. 2.Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillehouder. 3.Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als bedoeld in lid 2 op een vergelijkbare manier behandelen als een burgerinitiatief. 4.Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door het college dan wel de burgemeester, eventueel vergezeld van een advies, worden doorgezonden naar de raad. Artikel5 1.Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk en gesteld in de Nederlandse taal ingediend bij de voorzitter van de raad. 2.Het verzoek bevat ten minste: een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatief; een motivering en toelichting op het burgerinitiatief; de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn eventuele plaatsvervanger. 3.Indien uit de uitvoering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien voor de gemeente, wordt daarvan een globale raming gegeven die betrokken wordt bij de besluitvorming. 4.Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het als bijlage bij deze verordening opgenomen model. Artikel6 1.De raad agendeert het burgerinitiatief voor zijn eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het initiatief, indien het voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 5. Er dienen ten minste twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het burgerinitiatief wordt beslist. 2.De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer en zijn eventuele plaatsvervanger schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering in totaal 15 minuten de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten. 3.Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. 4.Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer. 5.De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief. 6.Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep open staat. Artikel7 De burgemeester brengt over elk jaar een verslag uit over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk. Artikel8 In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van de verordening, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel9 Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking van deze verordening. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 13 november 2008. De gemeenteraad voornoemd, Coll: ToelichtingArtikel 1In deze verordening is ervoor gekozen de term "burgerinitiatief " te hanteren ter aanduiding van het onderwerp dat door een burger bij de raad kan worden ingediend. Er is een ruime begripsomschrijving opgenomen voor de invulling van deze term. Deze biedt de mogelijkheid dat burgers een onderwerp bij de raad aandragen, zonder dat een concreet voorstel is bijgevoegd. Te denken valt hier aan de wens om in de raad over de problematiek in een bepaalde achterstandswijk te discussiëren. Uiteraard staat het burgers ook vrij om een concreet voorstel in te dienen. Het is aan de raad om te beslissen of het nadere uitwerking door de indieners behoeft. Artikel 2 Uit dit artikel volgt dat de raad een burgerinitiatief op de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich in dat geval dus moeten uitspreken over het burgerinitiatief. Van een geldig verzoek is sprake als (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.