Verordening toeslagen en verlagingen Wet Werk en Bijstand gemeente Renswoude 2011De raad van de gemeente Renswoude, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 oktober 2010; gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en overwegende dat de Gemeenteraad op grond van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onderdeel c en 30 van de Wet werk en bijstand verplicht is bij verordening regels te stellen ten aanzien van de vraag voor welke categorieën de bijstandsnorm verhoogd of verlaagd wordt en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald. besluit De navolgende “Verordening toeslagen en verlagingen Wet Werk en Bijstand gemeente Renswoude” vast te stellen VERORDENING TOESLAGEN EN VERLAGINGEN WET WERK EN BIJSTAND Renswoude Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: de Wet werk en bijstand (WWB) b. gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet; c. toeslag: het hoger vaststellen van de bijstandsnorm voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder bedoeld in artikel 33 van de wet; d. verlaging: het lager vaststellen van de bijstandsnorm en de toeslag bedoeld in de artikelen 25, 26, 27, 28, 29 en 30 van de wet; e. woning: een woning, een woonwagen of een woonschip; f. woonkosten:
- indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslag tijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de wet op de huurtoeslag.
- Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten(energielasten en gemeentelijke belastingen) en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; g. verzorgingsbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming van opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis. Artikel2Werkingssfeer De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar zijn. De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 laten de toepassing van artikel 18, eerste lid van de wet, onverlet. Hoofdstuk2Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm Artikel3Toeslagen 1.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 3.Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: a.kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen van ten hoogste de norm als bedoeld in artikel 20, onder a, van de wet vermeerderd met 10 procent van de gehuwdennorm; b.meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; c.meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. d.de verzorgingsbehoevende Hoofdstuk3Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of toeslag Artikel4Verlagingen gehuwden 1.De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die een woning delen met één of meer anderen. 2.Het derde lid van artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. Artikel5Verlaging woonsituatie De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt: a.20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten,zakelijke lasten (energielasten en gemeentelijke belastingen) en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag van onderhoud verbonden zijn. b.10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning bewoond wordt. Artikel6Verlaging schoolverlater De verlaging als bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm. Artikel7Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar 1.De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt: a.20 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 21 jaar betreft; b.10 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 22 jaar betreft. 2.In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden. 3.De vorige leden zijn niet van toepassing ten aanzien van een belanghebbende op wie artikel 6 van toepassing is. Artikel8Anti-cumulatiebepaling De toepassing van de artikelen 3 t/m 7 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke bijstandnorm voor belanghebbende tenminste bedraagt: a. 35 procent van de gehuwdennorm voor alleenstaanden; b. 55 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder; c. 65 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel9Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. Artikel10Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening toeslagen en verlagingen Wet Werk en Bijstand gemeente Renswoude. Artikel11Intrekking oude regeling De Verordening toeslagen en verlagingen van de norm gemeente Renswoude van 22 juni 2004 wordt ingetrokken. Artikel12Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
- Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van 9 november 2010, nr. 2053 de griffier, de voorzitter,