← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2011 (Dongen)

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN REINIGINGSRECHTEN 2011DE RAAD VAN DE GEMEENTE DONGEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 12 oktober 2010; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN REINIGINGSRECHTEN 2011 Artikel

  1. Belastbaar feit Voor het inzamelen van afvalstoffen wordt onder de naam ‘reinigingsrechten’ rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn. Artikel
  2. Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maken. Artikel
  3. Tarieven Het recht als bedoeld in artikel 1 bedraagt per maand € 26,72 In afwijking van het onder letter a van dit artikel bedoelde recht, bedraagt het recht voor een alleenwonende per maand € 17,85 Voor het gebruik van een 240 liter GFT-container wordt het recht genoemd onder letter a en b van dit artikel per maand verhoogd met € 1,68 Na toepassing van letter c. van dit artikel worden op verzoek één tot maximaal drie 240 liter GFT-container(s) in bruikleen beschikbaar gesteld, de vergoeding bedraagt per extra container per maand € 4,79 Wordt naast het gebruik van de standaard 140 liter GFT-container, ook gebruik gemaakt van één of meer 140 GFT-container(s), is per extra gebruikte container verschuldigd per maand € 4,79 Het recht voor het vervangen van een toegangspas voor de ondergrondse afvalcontainer bedraagt per pas € 15,30 Voor de aanbieding/afgifte van afval op de milieustraat De Coolhof is, overeenkomstig het ‘aanbiedings- en acceptatiereglement voor de milieustraat en het KCA-depot van de gemeente Dongen’, zoals dit op 1 september 1998 is vastgesteld en sedertdien gewijzigd, verschuldigd voor: soort afval: per hoeveelheid in m3 0 - 0,25 m3 0,25 - 0,5 m3 0,5 – 1 m3 0,5 – 1 m3 schone grond gratis € 4,00 € 8,00 € 16,00 snoeihout gratis gratis gratis Gratis sloophout gratis € 4,00 € 8,00 € 16,00 puin / gipsplaten gratis € 9,00 €`18,00 € 36,00 dakleer / dakgrind gratis € 12,50 € 25,00 € 50,00 geïmpregneerd hout gratis € 9,00 € 18,00 € 36,00 grof vuil gratis gratis gratis Gratis ongesorteerd afval € 4,00 € 9,00 € 18,00 € 36,00 soort afval per eenheid asbest: a.kleine gebruiksvoorwerpen gratis b.dakplaten, tot maximaal 5 stuks per aanbieding € 1,00 autobanden (uitsluitend personenauto’s): a.zonder velg gratis b.met velg € 5,00 Onder ongesorteerd afval wordt tevens huishoudelijk grof afval begrepen, hetgeen tegen vergoeding op afroep op de daarvoor geplande data aan huis wordt ingezameld. Het tarief bedraagt per volume m3 € 25,00 Op afroep is tussentijdse inzameling van ongesorteerd afval mogelijk. Het tarief bedraagt voor: -het tussentijds ophalen van grof afval, per rit € 70,00 -het tussentijds ophalen van snoeihout, max 2 m3, per rit € 50,00 Artikel
  4. Belastingtijdvak 1.In de gevallen waarin de invordering van het recht geschiedt door Brabant Water N.V. is het belastingtijdvak de verbruiksperiode zoals die voor de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende belastingobject geldt. 2.In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Artikel
  5. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De bepalingen in dit artikel hebben betrekking op het recht, genoemd in artikel 3, letter a t/m letter d. 2.Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel
  6. Wijze van heffing 1.In de gevallen waarin de invordering van de belasting geschiedt door Brabant Water N.V. wordt het recht, genoemd in artikel 3, letter a t/m letter d, geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. De dagtekening van de kennisgeving is de dagtekening van de afrekening van Brabant Water N.V. 2.In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid wordt het recht, genoemd in artikel 3, letter a t/m letter d, geheven bij wege van aanslag. 3.Het recht, genoemd in artikel 3, letter e en f, wordt geheven bij wege van een gedagtekende nota. Artikel
  7. Termijnen en wijze van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het recht als volgt betaald worden: In de gevallen waarin de invordering van het recht geschiedt door Brabant Water N.V. moet het recht, genoemd in artikel 3, letter a t/m letter d, betaald worden in maandelijkse termijnen, tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag van het verschuldigde wegens waterverbruik moet worden betaald. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid moet het recht, genoemd in artikel 3, letter a t/m letter d, betaald worden in één termijn welke vervalt veertien dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet. Het recht, genoemd in artikel 3, letter e en f, is direct, voorafgaande aan het verlenen van de dienst, invorderbaar. Artikel
  8. Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend voor de in rekening gebrachte bedragen op grond van artikel 3, letter c t/m f, van deze verordening. Artikel
  9. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsrechten. Artikel
  10. Overgangsrecht De artikelen van de ‘Verordening reinigingsrechten 2010’ van 12 november 2009 vervallen met ingang van 1 januari 2011, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Artikel
  11. Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  12. Artikel
  13. Citeerartikel De verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening reinigingsrechten
  14. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2010.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.