De raad van de gemeente Goedereede; gelezen het voorstel van het Presidium d.d. 11 februari 2008; overwegende, dat het gezien de Ledenbrief 06/28 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten d.d. 17 februari 2006 gewenst is te komen tot vaststelling van een geactualiseerde verordening op de raadscommissies; gelet op het bepaalde in artikel 82 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de raadscommissies 2008 Hoofdstuk1Begripsbepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: lid: lid van een raadscommissie; voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; griffier: griffier van de raad, tevens secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; vergadering: vergadering van een raadscommissie. Hoofdstuk2Instelling, taken en samenstelling Artikel2Instelling raadscommissies 1.De raad stelt de volgende raadscommissies in: de raadscommissie Grondgebiedzaken; de raadscommissie Publiekzaken. 2.De raadscommissie Grondgebiedzaken adviseert en overlegt over onderwerpen welke behandeld worden in de gelijknamige sector in de gemeentelijke organisatie. 3.De raadscommissie Publiekzaken adviseert en overlegt over de onderwerpen welke behandeld worden in de gelijknamige sector en de stafafdeling Bestuur en Management Ondersteuning in de gemeentelijke organisatie. 4.Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. 5.Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. Artikel3Taken Een raadscommissie heeft de volgende taken: het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede of derde lid, genoemde onderwerpen; het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging; voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede of derde lid, genoemde onderwerpen. Artikel4Samenstelling 1.Een raadscommissie bestaat uit een aantal leden gelijk aan het aantal fracties dat deel uitmaakt van de gemeenteraad met dien verstande dat raadsfracties met meer dan vier leden, twee leden kunnen voordragen als lid van een raadscommissie. 2.De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3.Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. De in het eerste lid genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie. 4.De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie tenminste een plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid, genoemde vereisten. Artikel5Voorzitter 1.De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2.De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 3.De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel6Zittingsduur en vacatures 1.De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3.De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4.De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5.Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7.Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Artikel7Griffier 1.De griffier van de raad is tevens griffier van de raadscommissies. 2.De griffier is in iedere vergadering aanwezig. 3.Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door de waarnemend griffier. Hoofdstuk3Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris Artikel8Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris 1.De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. 2.Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een verzoek aan de voorzitter. 3.De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op het verzoek. Hoofdstuk4Vergaderingen Paragraaf1Tijdstip van vergaderen en voorbereiding Artikel9Vergaderfrequentie 1.In de regel vinden de vergaderingen van: de raadscommissie Grondgebiedzaken plaats op de eerste dinsdag van de maand; de raadscommissie Publiekzaken plaats op de eerste donderdag van de maand. 2.De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.30 uur en vinden plaats in het gemeentehuis. 3.Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 4.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier. Artikel10Oproep 1.De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden. 3.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel11De agenda 1.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 2.Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3.Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4.Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel12Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2.Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3.Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage. Artikel13Openbare kennisgeving 1.De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 16. 3.Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel14Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel15Opening vergadering en quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3.Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel16Spreekrecht burgers 1.Burgers worden in de gelegenheid gesteld om tijdens de vergadering het woord te voeren over onderwerpen die voorkomen op de agenda van de vergadering. 2.Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; de volgende agendapunten: opening, vaststellen van de agenda, verslag van de vorige vergadering, rondvraag en sluiting. 3.Een burger die van het spreekrecht gebruik wenst te maken, meldt dit ten minste vier uur vóór de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam adres en telefoonnummer en het agendapunt, waarover hij het woord wenst te voeren. 4.Bij de behandeling van het desbetreffende agendapunt geeft de voorzitter eerst het woord aan degene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.