← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van Begraaf- en grafrechten Drechterland 2011 (Drechterland)

Verordening op de heffing en de invordering van Begraaf- en grafrechten Drechterland 2011 De raad van de gemeente Drechterland Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 september 2010; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeente­wet; b e s l u i t :

  1. vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van Begraaf- en grafrechten Drechterland
  2. Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen aan de Schoollaan in Hem, aan de Molenwei in Hoogkarspel, aan het Raadhuisplein in Hoogkarspel, aan de Streekweg achter de RK kerk in Hoogkarspel, achter de voormalige kerk in Oosterleek, naast de Martinuskerk aan de Dorpsweg in Schellinkhout, aan de Kerkweg in Venhuizen, en aan de Kerkbuurt achter de voormalige kerk in Wijdenes; b. particulier graf: een graf, daaronder begrepen, grafkelder, eigen graf, zandgraf, gemetseld graf, graf o.t., familiegraf en of huurgraf, zoals die in eerdere verordeningen zijn aangeduid, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon voor een bepaalde periode, óf voor onbepaalde tijd (o.t.), het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; c. kindergraf: een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht voor een bepaalde periode is verleend tot het doen begraven en begraven houden van het stoffelijk overschot van één kind; d. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; e. urnengraf: een urnengraf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon voor een bepaalde periode het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; f. urnennis: een nis in een urnenmuur of columbarium, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het recht voor een bepaalde periode is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen; g. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; h. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; i. verstrooiingsplaats: een terrein op de begraafplaats bestemd voor het verstrooien van as van overleden personen. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de gemeentelijke begraafplaatsen. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het lichten van een stoffelijk overschot of asbus op rechterlijk gezag. Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarieven
  3. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
  4. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De rechten, vermeld in de tarieventabel, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Onstaan van de belastingschuld De rechten, vermeld in de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 9 Termijnen van betaling
  5. De verschuldigde rechten moeten worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.
  6. In afwijking van hetgeen onder lid
  7. is bepaald, is het mogelijk de kosten voor het algemeen onderhoud van de begraafplaatsen, in jaarlijkse termijnen te voldoen.
  8. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel 12 Overgangsrecht De Verordening lijkbezorgingsrechten Drechterland 2006 met de daarop volgende wijzigingen worden ingetrokken met ingang van de in artikel 13 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding.
  9. De Verordening op de heffing en de invordering van Begraaf- en grafrechten Drechterland 2011 treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
  10. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  11. Artikel 14 Citeertitel. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de heffing en de invordering van Begraaf- en grafrechten Drechterland 2011”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Drechterland van 4 november
  12. De raad voornoemd, De griffier, De voorzitter, Tarieventabel 2011 behorende bij de Verordening Begraaf- en grafrechten Drechterland 2011 Hoofdstuk
  13. Verlenen van rechten 1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden, wordt geheven: 1.1.1 op een particulier graf bestaande uit één of twee grafruimten, voor een periode van tien jaar, een bedrag van: € 695,50 1.1.2 op een particulier graf bestaande uit één of twee grafruimten, voor een periode van twintig jaar een bedrag van: € 1.391,00 1.1.3 op een particulier graf bestaande uit één grafruimte (kindergraf), voor een periode van tien jaar, een bedrag van: € 321,00 1.1.4 op een particulier graf bestaande uit één grafruimte (kindergraf), voor een periode van twintig jaar, een bedrag van: € 642,00 1.2 Voor het verlenen van het recht op een urnengraf tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen voor een periode van tien jaar, een bedrag van: € 321,00 1.3 Voor het verlenen van het recht op een urnengraf tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen voor een periode van twintig jaar, een bedrag van: € 642,00 1.4 Voor het verlenen van het recht op een urnennis voor een periode van tien jaar, een bedrag van: € 428,00 1.5 Voor het verlenen van het recht op een urnennis voor een periode van twintig jaar, een bedrag van: € 856,00 1.6 Voor het gebruik van een algemeen graf, per rustplaats, voor een periode van tien jaar, een bedrag van: € 642,00 1.7 Voor het gebruik van een algemeen graf, per rustplaats, voor een periode van twintig jaar, een bedrag van: € 1.284,00 Hoofdstuk
  14. Verlengen van rechten 2.1 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.1 met een periode van vijf jaar, wordt een bedrag geheven gelijk aan de helft (50 %) van het aldaar vermelde tarief 2.2 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.1 met een periode van tien jaar, wordt een bedrag geheven gelijk aan het aldaar vermelde tarief 2.3 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.1 met een periode van twintig jaar, wordt een recht geheven gelijk aan het dubbele (200 %) van het aldaar vermelde tarief 2.4 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.2 met een periode van vijf jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan één vierde (25 %) van het aldaar vermelde tarief 2.5 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.2 met een periode van tien jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan de helft (50 %) van het aldaar vermelde tarief 2.6 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.2 en 1.1.4 met een periode van twintig jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan het aldaar vermelde tarief 2.7 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.3 met een periode van vijf jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan de helft (50%) van het aldaar vermelde tarief 2.8 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.3 met een periode van tien jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan het aldaar vermelde tarief 2.9 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.1.3 met een periode van twintig jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan het dubbele (200 %) van het aldaar vermelde tarief 2.10 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.2 en 1.4 met een periode van vijf jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan de helft (50 %) van het aldaar vermelde tarief 2.11 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.2 en 1.4 met een periode van tien jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan het aldaar vermelde tarief 2.11 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.2 en 1.4 met een periode van twintig jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan het dubbele (200 %) van het aldaar vermelde tarief 2.12 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.3 en 1.5 met een periode van vijf jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan één vierde (25 %) van het aldaar vermelde tarief 2.13 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.3 en 1.5 met een periode van tien jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan de helft (50 %) van het aldaar vermelde tarief 2.14 Voor het verlengen van het recht bedoeld in 1.3 en 1.5 met een periode van twintig jaar wordt geheven een bedrag gelijk aan het aldaar vermelde tarief 2.15 Indien verlenging van de graftermijn noodzakelijk is, in verband met de minimum grafrusttermijn bij het verleende recht, zoals bedoeld in 1.1.1 wordt per jaar van verlenging ééntiende (1/10) deel van het tarief geheven zoals vermeld bij 1.1.1 2.16 Indien verlenging van de graftermijn noodzakelijk is, in verband met de minimum grafrusttermijn bij het verleende recht, zoals bedoeld in 1.1.2, wordt per jaar van verlenging ééntwintigste (1/20) deel van het tarief geheven zoals vermeld bij 1.1.2 2.17 Voor het verlengen van de ingebruikname van een algemeen graf, per rustplaats, voor een periode van vijf jaar, wordt geheven € 321,00 2.18 Voor het verlengen van de ingebruikname van een algemeen graf, per rustplaats, voor een periode van tien jaar, wordt geheven € 642,00 Hoofdstuk
  15. Begraven 3.1 Voor het begraven van een stoffelijk overschot in een particulier of in een algemeen graf, wordt geheven € 695,00 3.2 Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een kind, tussen 0 en 5 jaar, in een particulier graf, wordt geheven € 321,00 Hoofdstuk
  16. Bijzetten van asbussen met of zonder urn 4.1 Voor het bijzetten van een asbus met of zonder urn in een particulier graf, in een urnengraf of in een urnennis wordt geheven € 160,00 4.2 Voor het bijzetten van een asbus in een urn op een particulier graf of op een urnengraf wordt geheven € 160,00 Hoofdstuk
  17. Grafbedekking, onderhoud en aanleg grafkelder 5.1 Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen of vernieuwen van de voorwerpen, bedoeld in artikel 17 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Drechterland 2010 wordt geheven: 5.1.1 per gedenkteken € 107,00 5.1.2 voor de aanleg van een grafkelder, per graf € 856,00 5.2 Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van gemeentewege van de begraafplaatsen, wordt per graf, bestaande uit een of twee grafruimten, voor een periode van vijf jaar, voor eenmaal en ineens geheven een bedrag van € 294,25 5.2.1 Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van gemeentewege van de begraafplaatsen, wordt per graf, bestaande uit een of twee grafruimten, voor een periode van tien jaar, voor eenmaal en ineens geheven een bedrag van € 588,50 5.2.2 Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van gemeentewege van de begraafplaatsen, wordt per graf, bestaande uit een of twee grafruimten, voor een periode van twintig jaar, voor eenmaal en ineens geheven een bedrag van € 1.177,00 5.2.3 Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van gemeentewege van de begraafplaatsen, wordt per graf, bestaande uit één grafruimte (kindergraf), voor een periode van vijf jaar, voor eenmaal en ineens geheven een bedrag van € 107,00 5.2.4 Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van gemeentewege van de begraafplaatsen, wordt per graf, bestaande uit één grafruimte (kindergraf), voor een periode van tien jaar, voor eenmaal en ineens geheven een bedrag van € 214,00 5.2.5 Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van gemeentewege van de begraafplaatsen, wordt per graf, bestaande uit één grafruimte (kindergraf), voor een periode van twintig jaar, voor eenmaal en ineens geheven een bedrag van € 428,00 5.2.6 Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van gemeentewege van de begraafplaatsen, wordt per urnengraf of urnennis, voor een periode van twintig jaar, voor eenmaal en ineens geheven een bedrag van € 642,00 5.2.7 Bij verlenging van de rechten, zoals bedoeld in 2.15 wordt als bijdrage voor het algemeen onderhoud per jaar van verlenging geheven een bedrag van ééntiende (1/10) deel van het bedrag zoals vermeld bij 5.2.1 5.2.8 Bij verlenging van de rechten, zoals bedoeld in 2.16 wordt als bijdrage voor het algemeen onderhoud per jaar van verlenging geheven een bedrag van ééntwintigste deel van het bedrag zoals vermeld bij 5.2.2 Hoofdstuk
  18. Opgraven, ruimen en asverstrooien 6.1 Voor het opgraven of verwijderen van een asbus wordt geheven: 6.1.1 uit een (eigen) graf € 160,00 6.1.2 uit een (eigen) urnengraf € 160,00 6.1.3 uit een (eigen) urnennis € 107,00 6.2 Voor het op verzoek verstrooien van as op het daartoe bestemde terrein wordt per asbus geheven, een bedrag van: € 160,00 Hoofdstuk
  19. Overige heffingen 7.1 Voor de vóór het in werking treden van de laatstgeldende VERORDENINGEN LIJKBEZORGINGSRECHTEN van de gemeenten Drechterland en Venhuizen uitgegeven graven bedraagt het jaarlijks te heffen tarief voor het van gemeentewege onderhouden van de begraafplaatsen, waaronder geen onderhoud aan, vernieuwing of herstel van een grafbedekking wordt verstaan, per graf € 58,00 Behorende bij raadsbesluit van 4 november 2010 nr. 2010-45f De griffier van de gemeente Drechterland, W.G.Westhoff

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.