Telecommunicatieverordening 2010 gemeente LiesveldDe raad van de gemeente Liesveld; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 oktober 2010, nummer 2010/43; Gelet op artikel 5.4, vierde lid, van de telecommunicatiewet en artikel 149, van de Gemeentewet; Besluiten vast te stellen de: Telecommunicatieverordening 2010 gemeente Liesveld Artikel1Begripsomschrijvingen a. Wet Telecommunicatiewet. b. openbaar elektronisch communicatienetwerk telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de wet. c. kabels kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de wet. d. voorzieningen ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15, van de wet en kabels. e. openbare gronden openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de wet. f. aanbieder degene die een openbaar elektronisch communicatienetwerk aanbiedt als bedoeld in artikel 1.1, onder i van de wet en degene bedoeld in artikel 5.1 van de wet. g. werkzaamheden werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden. h. gedoogplichtige degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de wet. i. college college van burgemeester en wethouders. j. melding melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de wet. k. instemmingsbesluit besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, onder b, van de wet. l. huisaansluiting het gedeelte van een kabel van minder dan twee meter in openbare gronden dat een openbaar elektronisch communicatienetwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1, onder k, van de wet m. werkzaamheden van niet ingrijpende aard - het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds aangebrachte voorzieningen; - reparaties aan het openbare elektronische communicatienetwerk met een lengte van minder dan twee meter en niet vallend onder artikel 3 eerste lid; - het maken van huisaansluitingen. Artikel2Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden 1.Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten meldt dit voornemen ten minste acht weken voor aanvang van de werkzaamheden schriftelijk aan het college. 2.Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel voor te bereiden. 3.Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding in het eerste lid schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige. 4.Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan de aanbieder volstaan met een schriftelijke melding aan het college, minimaal twee dagen voorafgaand aan de werkzaamheden. Artikel3Ernstige belemmeringen en storingen Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige belemmeringen of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6 tweede lid van de wet volstaat de aanbieder met een melding voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. De aanbieder maakt achteraf zo spoedig mogelijk schriftelijk melding van de werkzaamheden aan het college of een daartoe gemandateerde ambtenaar. Artikel4Gegevensverstrekking Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende gegevens: naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die de kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of exploiteert; een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het aantal buizen dat leeg wordt aangebracht; een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en de aard van de werkzaamheden; een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: 1e een opgave van het gewenste tracé met daarbij duidelijke (digitale) tekeningen en daarop aangegeven wat de te verbinden locaties zijn; 2e een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste situering daarvan; 3e een omschrijving van de opbrekingen van de verharding; 4e de doorsnede van de kabel en indien van toepassing de kabelgoot; 5e de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke) of bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen daarvan; 6e naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van de contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast zijn met de werkzaamheden en van een door hen aangewezen contactpersoon die ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden vierentwintig uur per dag bereikbaar is in verband met mogelijke calamiteiten; 7e de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de openbare grond aanwezige kabels en leidingen waarborgen; 8e de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid van de uit te voeren werkzaamheden; 9e alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet genoemde belangen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.