Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Zaanstad (ex. art 212 Gemeentewet)Hoofdstuk1Definities Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Raad: Gemeenteraad van Zaanstad College: College van burgemeester en wethouders van Zaanstad Dienst: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college van burgemeester en wethouders heeft. Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens en het verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het (doen) functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Zaanstad en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Zaanstad, teneinde te komen tot een goed inzicht in - de financieel-economische positie; - het beheren van vermogenswaarden; - de uitvoering van de begroting; - het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Zaanstad. Budgetbewaking: het periodiek signaleren van overschrijdingen (budgetbewaking in engere zin) en eventueel andere afwijkingen van het budget alsmede de (bedrijfseconomische) analyse van de verschillen tussen budget en werkelijkheid (budgetbewaking in ruimere zin). Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten. Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of de mate waarin met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt bereikt. Doeltreffendheid: de mate waarin de gemeente erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. Hoofdstuk2Begroting en verantwoording Artikel2Programmabegroting 1.Jaarlijks wordt door het college de programmabegroting aangeboden aan de raad, op basis van een kadernota voor de planperiode welke eveneens vooraf aan de raad ter vaststelling wordt aangeboden. Deze begroting gaat vergezeld van de meerjarenraming. 2.De programmabegroting is ingericht overeenkomstig de voorschriften uit het “Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten”. 3.De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode de resultaatgebieden vast. 4.De programmabegroting bevat op hoofdlijnen de beleidsdoelstellingen en maatschappelijke effecten die worden nagestreefd, alsmede de middelen die daarvoor beschikbaar zijn, één en ander uitgedrukt in relevante resultaatgebieden (prestatiecijfers en kengetallen). 5.De raad stelt per programmaveld en/of resultaatgebied vast: de beoogde maatschappelijke effecten (outcome); de te leveren goederen en diensten (output); de baten en lasten (input). 6.De raad stelt, op voorstel van het college, de indicatoren vast over de hierboven vermelde gegevens, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. 7.De programmabegroting wordt uitgewerkt in de dienstbegrotingen van de diensten. De dienstbegrotingen zijn de aangegane contracten tussen het college en de directeur van een dienst en bevatten de gedetailleerde uitwerking van de programma’s van de programmabegroting. Artikel3Producten 1.Bij de begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van de toedeling van de producten uit de productraming aan de programmavelden en/of resultaatgebieden. 2.De onderverdeling van de programmavelden in de producten staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld. Artikel4Uitvoering begroting 3.Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 4.Het college draagt er zorg voor dat: de budgetten uit de productenramingen en voor investeringen eenduidig worden toegewezen aan programmavelden en/of resultaatgebieden; de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programmaveld en/of resultaatgebied onder druk komt. de lasten van de programmavelden en/of resultaatgebieden zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden overschreden. Het college neemt omtrent het wijzigen van de begroting de richtlijnen in acht die zijn vastgelegd in de nota “Begrotingswijzigingen”. 5.De nota “Begrotingswijzigingen” wordt elke vier jaar geactualiseerd en aan de raad ter vaststelling aangeboden. Artikel5Interne controle 1.Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. 2.Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 3.Het college draagt zorg voor de periodieke interne toetsing van bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen, vastgelegd in interne controleprogramma´s per dienst. Artikel6Budgetbewaking en tussentijdse rapportage 1.Het college rapporteert tweemaal per jaar over de realisatie van de begroting aan de raad via de bestuursrapportages, waarvan één halfjaarlijkse rapportage en één rapportage over de eerste 3 kwartalen en sluit de periodieke verantwoording af met de jaarrekening: 2.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programmaveld- en/of resultaat-gebiedindeling van de begroting. 3.De rapportages gaan in op afwijkingen in exploitatie en investeringen, zowel wat betreft de baten en lasten, de geleverde goederen en diensten, de voortgang en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. 4.Het college stelt nadere regels op omtrent de momenten en de wijze waarop wordt gerapporteerd over de bedrijfsvoering, de werkplanning en de afwijkingen van de activiteiten en de prestaties ten opzichte van het dienstplan. Artikel7Jaarstukken 1.Jaarlijks worden door het college de jaarstukken aangeboden aan de raad. 2.De jaarstukken zijn ingericht overeenkomstig de voorschriften uit het “Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten” en bestaan ten minste uit het jaarverslag en de jaarrekening. 3.Via de jaarstukken legt het college verantwoording af over de uitvoering van de programmavelden en/of resultaatgebieden. In de verantwoording geeft het college aan: welke prestaties zijn geleverd; welke beleidsdoelstellingen en maatschappelijke effecten zijn gerealiseerd; welke middelen zijn ingezet; hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen. 4.De gemeenterekening komt tot stand door consolidatie van de gegevens van de dienstrekeningen; 5.De raad bepaalt aan de hand van de gerealiseerde effecten of de beleidsdoelen bijgesteld moeten worden. Hoofdstuk3Kaderstellingen Artikel8Financiële positie 1.Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de toelichtende paragraaf over de financiële positie en de meerjarenramingen van de programmabegroting is opgenomen. 2.Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld. 3.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de daarin opgenomen investeringskredieten. Het college neemt omtrent de registratie, procedures en controle met betrekking tot investeringen de richtlijnen in acht die zijn vastgelegd in de nota “investeringen”. de nota “investeringen” wordt elke vier jaar geactualiseerd en aan de raad ter vaststelling aangeboden. Artikel9Waardering en afschrijving vaste activa 1.Het college neemt omtrent het waarderen, activeren en afschrijven van activa de richtlijnen in acht die zijn vastgelegd in de nota “Activa- en afschrijvingsbeleid”. Daarin is opgenomen: de afschrijvingstermijn, die is vastgelegd in de afschrijvingstabel per activacategorie zoals, gebouwen, technische installaties, vervoermiddelen etc. de afschrijvingsmethode; 2.de nota “Activa- en afschrijvingsbeleid” wordt elke vier jaar geactualiseerd en aan de raad ter vaststelling aangeboden. Artikel10Invordering en debiteurenbeheer Het college neemt voor de inning van openstaande vorderingen de richtlijnen in acht die zijn vastgelegd in de nota “Debiteurenbeheer”. Artikel11Reserves en voorzieningen 1.Het college geeft jaarlijks bij de programmabegroting een overzicht van (de begrote dotaties en onttrekkingen aan) reserves en voorzieningen. De bijbehorende bestedingsplannen worden opgenomen in de beheersbegroting; 2.Het college neemt daarbij de richtlijnen in acht die zijn vastgelegd in de “Nota Reserves en voorzieningen”. Daarin is opgenomen; de vorming van een reserve of voorziening; de dotaties en onttrekkingen aan reserves of voorzieningen; de eventuele normering, bandbreedte; de looptijd. 3.De nota “Reserves en voorzieningen” wordt elke vier jaar geactualiseerd en aan de raad ter vaststelling aangeboden. Artikel12Grondslagen kostentoerekening 1.Voor het bepalen van de kostprijs van producten en diensten van de gemeente Zaanstad wordt een systeem van integrale kostentoerekening gehanteerd, met als uitgangspunt dat tarieven kostendekkend en marktconform dienen te zijn. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente Zaanstad verleende diensten. 2.Het college stelt regels en richtlijnen op voor de kostentoerekening ter bepaling van de tarieven van lokale belastingen en heffingen. Deze regels en richtlijnen worden elke vier jaar geactuali-seerd en de raad ter vaststelling aangeboden. 3.Bij de kostprijsbepaling worden betrokken: dotaties en onttrekkingen aan bestemmings- en egalisatiereserves, kapitaallasten van vaste activa en voor lozingsrecht en afvalstoffenheffing de compensabele BTW. 4.De omslagrente voor de bepaling van de rentelasten wordt jaarlijks bij de programmabegroting vastgesteld. Artikel13Treasuryfunctie 1.Het college draagt bij de uitoefening van de treasuryfunctie zorg voor een juiste uitvoering van de richtlijnen, zoals vastgelegd in het door de raad vastgestelde Treasurystatuut. 2.Over de uitoefening van de treasuryfunctie wordt jaarlijks gerapporteerd door middel van de treasuryparagraaf, als onderdeel van de begroting en jaarstukken. Hoofdstuk4Paragrafen in begroting en jaarrekening Artikel14Paragrafen In de begroting en jaarrekening worden de volgende paragrafen opgenomen: Lokale heffingen Het college biedt tenminste éénmaal in de vier jaar een (bijgestelde) nota “Lokale heffingen” ter vaststelling door de raad aan. Deze nota behandelt in ieder geval: de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; de verdeling van de belastingdruk over de diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden; de kostendekkendheid van de heffingen; de druk van de lokale belastingen en heffingen; het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid. De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen zijn vastgelegd. Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven, heffingen en prijzen door de raad, verstrekt het college aan de raad per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente verleende dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in rekening worden gebracht, en per verordening het totaal van de geraamde kosten van de door de gemeente verleende diensten. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting en jaarstukken doet het college verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van het lozingsrecht en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.