De raad der gemeente Goedereede; gezien het advies van de commissie Algemene bestuurlijke zaken c.a.; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 april 2001; gelet op het bepaalde in artikel 121 der Gemeentewet en artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging; b e s l u i t: vast te stellen de volgende VERORDENING, HOUDENDE REGELINGEN MET BE-TREKKING TOT HET GEBRUIK EN HET BEHEER VAN DE ALGEMENE BEGRAAFPLAATSEN IN DE GEMEENTE GOEDEREEDE. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: "begraafplaatsen": de algemene begraafplaatsen in de woonkernen Ouddorp, Goedereede en Stellendam; "aangewezen ambtenaar": de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar, belast met de administratie van de graven en de begraafplaatsen; "het recht" of "de rechten": de ingevolge de verordening op de heffing van begrafenisrechten in de gemeente Goedereede verschuldigde rechten; “lijk”: het stoffelijk overschot van een overledene of doodgeborene. Artikel2 1.De begraafplaatsen zijn bestemd voor het begraven van lijken van personen, hetzij in de gemeente Goedereede overleden, hetzij aldaar laatstelijk woonachtig geweest zijnde of laatstelijk behoord hebbende tot een in de gemeente woonachtig gezin, of vandaar zijn opgenomen in verzorgings- of verpleeginrichtingen en aanverwante woningen, onverminderd de bevoegdheid van een rechthebbende op een eigen graf, ook wanneer hij buiten de gemeente woonachtig is, tot gebruik van dat graf. 2.Burgemeester en wethouders kunnen het begraven op de begraafplaatsen van lijken van andere personen, dan in het eerste lid van dit artikel bedoeld, vergunnen. Artikel3 1.De begraafplaatsen met hetgeen ertoe behoort worden onder toezicht van burgemeester en wethouders beheerd door het hoofd gemeentewerken, die daarin wordt bijgestaan door de onder hem gestelde ambtenaren en werklieden. 2.De administratie van de begraafplaatsen en de graven wordt verricht door de aangewezen ambtenaar. 3.Burgemeester en wethouders bepalen welke registers, kaarten, plattegronden enz. moeten worden bijgehouden en geven voorschriften voor de inrichting van de hiervoor genoemde registers en tekeningen e.d. Artikel4 1.Aan de krachtens deze verordening te verlenen vergunningen en ontheffingen kunnen voorwaarden worden verbonden. 2.Bij niet-nakoming der opgelegde voorwaarden, wordt geacht zonder vergunning of ontheffing te zijn gehandeld. Hoofdstuk2Maatregelen van orde Artikel5 1.De begraafplaatsen zijn dagelijks kosteloos voor bezoekers en voor hen, die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, opengesteld van des voormiddags 8 uur tot een half uur na zonsondergang, met dien verstande, dat, voor zover het verrichten van werkzaamheden door derden betreft, zulks, bijzondere gevallen voorbehouden, niet geldt voor de zaterdag na 13 uur, noch voor de zondag. 2.Gedurende de tijd, dat van gemeentewege noodzakelijke werkzaamheden op de begraafplaatsen verricht moeten worden, of in het belang van een ordelijke gang van zaken, kunnen burgemeester en wethouders aan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen tijdelijk de toegang tot de begraafplaatsen ontzeggen. 3.Kinderen beneden de 15 jaar worden zonder geleide of zonder toestemming van de aangewezen ambtenaar of het dienstdoende personeel niet tot de begraafplaatsen toegelaten. Artikel6 1.Bedienaren van begrafenissen, bezoekers en personen, die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich te houden aan de aanwijzingen van het dienstdoende personeel van de begraafplaatsen, voor de goede orde gegeven. 2.Het is aan anderen dan het dienstdoende personeel der begraafplaats verboden gedurende een half uur voor en tijdens een teraardebestelling op een begraafplaats werkzaamheden te verrichten of materialen e.d. te vervoeren. Artikel7 1.Het is verboden op de begraafplaatsen: te fietsen of rijwielen aan de hand mede te nemen; te rijden met motorrijtuigen of met bespannen rij- en voertuigen, niet zijnde een lijkwagen; op de grasperken te zitten, te liggen of – anders dan voor een bezoek aan een bepaald graf – te lopen, de beplantingen te beschadigen of te vernielen; op de zitbanken te liggen, te staan of deze op enigerlei wijze te beschadigen of te bevuilen; honden mede te nemen; verwelkte bloemen, onkruid e.d., anders dan in de daarvoor bestemde vuilnisbak te deponeren. 2.Van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel onder a en b kan in bijzondere gevallen door burgemeester en wethouders afwijking worden toegestaan. Artikel8 Het is verboden op de begraafplaatsen bloemen of andere waren te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen met betrekking tot grafbedekkingen of beplantingen, dan wel op enigerlei wijze reclame te maken voor handel of voor bedrijf. Artikel9 1.Onverminderd de straf, vermeld bij artikel 43, op overtreding van één of meer bepalingen van de artikelen 5 t/m 8, kunnen de overtreders door het dienstdoende personeel, desnoods met behulp van de sterke arm, van de begraafplaats worden verwijderd en kunnen burgemeester en wethouders de overtreders en/of, indien zij in dienst zijn van ondernemers, deze ondernemers gedurende een bepaalde tijd de toegang tot de begraafplaatsen – anders dan ter bijwoning van een begrafenis – ontzeggen. 2.Eenzelfde maatregel kan worden getroffen tegen hen, die zich op een begraafplaats al dan niet tijdens een teraardebestelling naar het oordeel van de dienstdoende ambtenaren, hinderlijk of onbetamelijk gedragen of de rust of de goede orde verstoren. Artikel10 Overdracht of onthulling van gedenktekenen mag niet geschieden dan nadat tijdig tevoren met de aangewezen ambtenaar overleg is gepleegd met betrekking tot datum en uur van de plechtigheid en omtrent de wijze, waarop deze zal plaatsvinden. Hoofdstuk3Indeling begraafplaatsen Artikel11 1.Het voor de aanleg van graven bestemde terrein van een begraafplaats wordt ingedeeld volgens een door burgemeester en wethouders op te maken indelingsplan. 2.De aanduiding der vakken en grafruimten geschiedt volgens door burgemeester en wethouders te stellen regelen. Hoofdstuk4Van de graven en het begraven in het algemeen Artikel12 1.Hij, die op één der begraafplaatsen een lijk wil doen begraven doet daarvan uiterlijk 24 uren en bij strenge vorst uiterlijk 48 uren vóór het tijdstip der begraving mededeling aan de aangewezen ambtenaar onder opgaaf in welk graf of welk soort graf de begraving wordt verlangd, onder overlegging van het door de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand afgegeven schriftelijk verlof tot begraven, alsmede desgevorderd van het bewijs, waaruit het uitsluitend recht tot begraving in de aangewezen grafruimte blijkt. Van elke door of namens burgemeester en wethouders verleende vergunning tot begraving wordt een schriftelijk bewijs aan de aanvrager uitgereikt. 2.De aangewezen ambtenaar bepaalt – voor zover de begraving niet in een reeds uitgegeven "eigen grafruimte" wordt verlangd – in welke grafruimte de begraving zal geschieden, overeenkomstig de door burgemeester en wethouders gestelde regelen. 3.Van de in het eerste lid van dit artikel verleende vergunningen tot begraven doet de aangewezen ambtenaar dagelijks opgaaf aan het hoofd gemeentewerken. 4.Het hoofd gemeentewerken waakt ervoor, dat geen begraving geschiedt, zonder dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde vergunning is verleend. Artikel13 1.Geen begraving geschiedt: zonder dat het omhulsel van het lijk is voorzien van een van gemeentewege kosteloos verstrekt plaatje, bevattende zodanig kenteken, dat identiteit van het lijk kan blijken; zonder vertoon van de kwitantie der betaalde rechten of de vergunning tot een kosteloos graf. 2.Van het in het eerste lid van dit artikel onder a bedoeld kenteken wordt aantekening gehouden in een ingevolge artikel 3 bijgehouden register. 3.Het hoofd gemeentewerken of het door hem aangewezen personeel is verplicht te zorgen, dat het onder a van het eerste lid van dit artikel bedoelde plaatje, vóór dat het graf, waarin het lijk is begraven, is gesloten, op het omhulsel van het lijk is bevestigd. Artikel14 1.Het openen, sluiten en ruimen der graven, het opgraven van lijken – anders dan op rechterlijk gezag – en het opnieuw begraven daarvan in dezelfde of in een andere grafruimte, alsmede het in verband met een begraving afnemen en/of wederplaatsen van voorwerpen of beplantingen op graven geplaatst, geschiedt vanwege de gemeente. 2.De rechthebbende is verplicht te gedogen, dat voorwerpen of beplantingen op een graf vanwege de gemeente worden weggenomen of verplaatst voor zolang dit ter begraving van lijken in de nabijheid of om andere redenen noodzakelijk is. De hieraan verbonden kosten komen niet te zijnen laste tenzij de werkzaamheden te zijnen gerieve zijn verricht. Artikel15 1.De gewone tijd van begraving op de begraafplaatsen is elke dag, met uitzondering van zondag, beide Kerstdagen en Nieuwjaarsdag, van 09.00 tot 16.00 uur. De gewone tijd van begraving op de begraafplaatsen op zaterdagen, Tweede Paasdag, Tweede Pinksterdag, Hemelvaartsdag en Koninginnedag is voor de eerste begrafenis om 14.00 uur. Het tijdstip voor een tweede begrafenis is 11.00 uur. 2.Begraving buiten de in het eerste lid van dit artikel aangegeven tijd kan in bijzondere gevallen geschieden met toestemming van burgemeester en wethouders. Artikel16 1.Per begraafplaats mag op hetzelfde tijdstip niet meer dan één teraardebestelling plaatsvinden. De volgorde der begravingen wordt geregeld door de aangewezen ambtenaar. 2.Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden afwijking van het bepaalde in de eerste zin van het voorgaande lid van dit artikel toestaan. Artikel17 1.De algemene graven dienen tot begraving van lijken, die niet in een "eigen graf" of die op kosten der gemeente worden begraven. 2.Kindergraven dienen tot begraving van lijken van kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar. Zij worden in de vorm van eigen graven uitgegeven. Artikel18 1.In één grafruimte mag ten hoogste één lijk worden begraven; In één grafruimte mogen meerdere asbussen worden begraven. 2.De grafruimten worden tenminste tot op 1,10 meter en ten hoogste tot op 1,85 meter diepte gegraven. 3.De grafruimten hebben de volgende afmetingen:- eigen- en algemene graven : 2,20 x 1,10 m;- kindergraven : 1,70 x 0,70 m. 4.In gemetselde of uit beton vervaardigde graven of in grafkelders mag meer dan één grafruimte aanwezig zijn. Artikel19 1.Tegen betaling van het verschuldigde recht kunnen burgemeester en wethouders toestaan, dat in de eigen graven grafkelders worden gebouwd. 2.Deze grafkelders moeten worden vervaardigd van solied metselwerk of gewapend beton naar een in drievoud in te dienen, door burgemeester en wethouders goed te keuren ontwerp-tekening en overigens voldoen aan de door burgemeester en wethouders te stellen eisen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen voor een grafkelder afwijking van de afmetingen, bedoeld in het vorige artikel, vergunnen. Artikel20 1.Het openen van grafkelders, anders dan tot het daarin opnemen van lijken is verboden. 2.Gemetselde of uit beton vervaardigde graven of grafkelders mogen niet eerder dan 3 uren voor het tijdstip der begrafenis, geopend worden, indien daarin reeds eerder begraven is. Een tot het opnemen van een lijk geopend graf, moet in dit geval tot kort voor het tijdstip van begraven met een dekzeil afgedekt blijven. 3.Graven en grafkelders, tot het opnemen van lijken geopend, moeten binnen één uur na de opening gesloten worden. Hoofdstuk5Eigen graven Artikel21 1.De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. 2.Partners van de overledene kunnen tegelijkertijd, met de in het eerste lid van dit artikel bedoelde uitgifte van grafruimte, grafruimte voor zichzelf reserveren naast de grafruimte zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel. 3.Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel. 4.Het recht tot het uitsluitend gebruik van eigen graven, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, wordt geacht te zijn verleend onder de voorwaarden nu of later door de gemeenteraad bij verordening te stellen en slechts tot het tijdstip, waarop de begraafplaats als zodanig gesloten wordt verklaard. Artikel22 1.Onder "eigenaar" van een grafruimte wordt verstaan hij, die de vergunning heeft verkregen tot het uitsluitend gebruik van een grafruimte, bedoeld in het vorige artikel, of te wiens naam de vergunning overeenkomstig het bepaalde in artikel 23 is overgeschreven. 2.Van het verlenen van deze vergunning wordt een schriftelijk bewijs opgemaakt, dat de naam "grafakte" draagt. 3.De vergunning tot eigen graf kan slechts staan op naam van één persoon. Indien er voor een grafruimte, in uitsluitend gebruik gegeven, meer dan één eigenaar is, wordt die grafruimte ingeschreven op naam van één hunner, door hen gezamenlijk op te geven. Artikel23 1.Na het overlijden van de eigenaar van een grafruimte, in uitsluitend gebruik gegeven, kan op schriftelijk verzoek van de erfgenamen overschrijving van de vergunning tot uitsluitend gebruik van die grafruimte ten name van één hunner, in het verzoekschrift nader aangewezen, plaatshebben, voorzover dit verzoek wordt gedaan binnen twee jaren na het overlijden van de rechthebbende, een en ander behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel. 2.Indien het verzoek tot overschrijving niet binnen de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn is gedaan, vervalt de vergunning tot uitsluitend gebruik van de desbetreffende grafruimte en komt deze ruimte weer ter beschikking van de gemeente. 3.Is bij het overlijden van de eigenaar van een grafruimte, diens (haar) echtgeno(o)t(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.