Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2010De raad van de gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2009; gehoord de commissie Bestuur en Middelen; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN DE PRECARIOBELASTING 2010 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: "dag": de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; "week": een aaneengesloten periode van zeven dagen; "maand": het tijdvak dat loopt van de x-de dag in een kalendermaand tot en met de (x-1)-de dag in de volgende kalendermaand; "halfjaar": een aaneengesloten periode van zes maanden; "jaar": het tijdvak dat loopt van de x-de dag in een kalenderjaar tot en met de (x-1)-de dag in het volgende kalenderjaar; "kalenderjaar": de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam "precariobelasting" wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel3Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel degene te wiens behoeve voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen. Artikel4Belastingtijdvak Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin de voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak het halfjaar, de maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden. Artikel5Maatstaf van heffing en tarief 1.De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel, met dien verstande dat per in de tabel genoemde rubriek en afgezien van de daarbij genoemde tijdsduur, per keer minimaal € 25,00 wordt geheven. 2.Voor de berekening van de belasting wordt: een gedeelte van de in de tabel genoemde eenheden van hoeveelheid of afmeting voor een geheel gerekend; bij geplaatste voorwerpen, zoals stutten, schoren, palen en dergelijke, elk der voorwerpen geacht een ruimte van één vierkante meter in te nemen; een open ruimte tussen zich op of boven de grond of het water bevindende voorwerpen, voorzover het dezelfde belastingplichtige betreft, geacht door die voorwerpen te zijn ingenomen. 3.Ingeval de belasting wordt geheven naar de oppervlakte van een voorwerp, geldt als maatstaf de oppervlakte van de projectie van dat voorwerp in een horizontaal vlak. 4.Indien op grond van deze verordening en de daarbij behorende tabel voor eenzelfde voorwerp en dergelijke meer dan één tarief zou kunnen worden toegepast, geldt het hoogste tarief. Artikel6Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a., van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voor voorwerpen, welke uitsluitend worden gebezigd tot een weldadig doel; voor braderieën, mits een duidelijke relatie met lokale belangen gelegd wordt; voor niet-commerciële particuliere initiatieven, waaronder bijvoorbeeld te verstaan: wijk-, buurt- en straatfeesten, kindermarkten e.d. Artikel7Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de voorwerpen zijn verwijderd vóór het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op aanvraag van de belastingplichtige naar evenredigheid ontheffing verleend over de na verwijdering resterende volle maanden van het belastingtijdvak. Artikel8Wijze van heffing; tijdstip verschuldigdheid 1.De belasting voor het hebben van voorwerpen, waarvoor de daartoe strekkende vergunning voor onbepaalde tijd is verleend en terzake waarvan in de bij de verordening behorende tabel halfjaar- en/of jaartarieven zijn opgenomen, worden geheven bij wege van aanslag. Dit geldt eveneens voor de belastingen genoemd onder 4.f. van de bijbehorende tarieventabel. 2.De overige rechten worden geheven door middel van een nota. 3.De belasting wordt verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt. 4.Het bedrag aan belasting wordt per belastingaanslag of per nota naar beneden afgerond op hele euro’s. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet of nota verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag of nota. Artikel9Betalingstermijn 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen of nota’s worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet of de nota is gedagtekend. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het vorige lid gestelde termijn. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel12 De verhoging van de precariobelasting voor terrassen wordt in afwijking van de motie zoals aangenomen in de raadsvergadering van 8 en 9 november 2006 doorgevoerd in 2 stappen in de jaren 2008 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.