Beheersverordening ontwikkelbedrijf 20091 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: algemene grondreserve: een zogenaamde vrije reserve. Deze is noodzakelijk om te kunnen beschikken over een financiële buffer voor het opvangen van onvoorziene financiële risico’s, dan wel onvoorziene negatieve resultaten van grondexploitaties tijdens de uitvoering. (Afdekken ondernemersrisico tijdens de uitvoering). ambtelijk opdrachtgever: vertegenwoordiger vanuit de ambtelijke organisatie voor het project richting het bestuur en opdrachtgever voor de projectorganisatie. Hij is er ambtelijk verantwoordelijk voor dat het project binnen de gestelde kaders blijft. bedrijfseenheid: een administratieve eenheid binnen het Ontwikkelbedrijf om functioneel specifieke kosten en/of opbrengsten te registreren die direct gekoppeld zijn aan een concrete planontwikkeling waarbij gronden en/of ander vastgoed in bouwexploitatie worden gebracht. bestemmingsreserve: onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door de gemeenteraad een bepaalde bestemming (doelstelling) is gegeven en die daarom alleen voor het realiseren van die doelstelling beschikbaar is. bestuurlijk opdrachtgever: gemandateerd vertegenwoordiger vanuit het bestuur i.c. het college van B&W voor een specifieke planontwikkeling. Hij is er bestuurlijk voor verantwoordelijk dat het project binnen de politieke en bestuurlijke kaders blijft. boekwaarde: de waarde waarvoor een complex is opgenomen in de administratie. budgethouder: de ambtelijk opdrachtgever is verantwoordelijk voor alle middels begroting c.q. begrotingswijziging verleende (voorbereidings)kredieten ten behoeve van een project. budgetbeheerder: de planeconoom is budgetbeheerder voor de hem toegewezen projecten. Business case: globale financiële analyse van een project in de initiatieffase. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo. complex (Hoofdproject): een verzameling van bedrijfseenheden binnen het Grondbedrijf. Het complex bevat gronden c.q. projecten/(grond)exploitaties in dezelfde fase van ontwikkeling. contante waarde: het resultaat op balansdatum van de grondexploitatieopzet op basis van de eindwaardeberekening. Concerncontroller: maakt onderdeel uit van de afdeling Concernstaf. Hij adviseert over de gemeentelijke bedrijfsvoering, beleidsontwikkeling/planning en control en toetst management- en bestuursrapportages. deelbudgethouder: de projectleider is als deelbudgethouder financieel en inhoudelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van een project. directeur: lid van het Directie Team (DT). economische waarde: de waarde van een onroerende zaak in het vrije economische verkeer. eindwaardeberekening: methodiek voor een grondexploitatieberekening waarbij de in de tijd gefaseerd opgenomen kosten en opbrengsten worden doorberekend naar datum van afsluiting van het complex en waarbij rekening wordt gehouden met rente en kosten- en opbrengstenstijgingen (eindwaarde) en het resultaat middels een rentefactor wordt teruggerekend naar balansdatum (contante waarde). exploitatieopzet: de begroting van kosten, opbrengsten en bijdragen met betrekking tot een project inhoudende het geheel van activiteiten en werkzaamheden met betrekking tot verwerving, het beheer, het bouw- en woonrijp maken en de overdracht dan wel uitgifte van gronden. In geval er sprake is van een exploitatieovereenkomst (gemengde of particuliere exploitatie met derden) is de exploitatieopzet de begroting van de gemeentelijke kosten en de door de gemeente te ontvangen opbrengsten inclusief de verschuldigde exploitatiebijdrage. exploitatieplan: door de raad vast te stellen exploitatieopzet ten behoeve van het bestemmingsplan in het kader van en conform de eisen van de nieuwe Grondexploitatiewet (Wro). exploitatieovereenkomst: overeenkomst met particuliere eigenaren op grond van de Grondexploitatiewet (Wro) Uitvoering in principe voor rekening en risico derden. Grondbeleid: het beleid gericht op het (her)inrichten en uitgeven van gronden ter verwezenlijking van doelstellingen op diverse terreinen van overheidsbelang als ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, stadsvernieuwing en restauratie, economische ontwikkeling, milieu en natuur-, woon- en leefruimte. grondexploitatie: het geheel van activiteiten en werkzaamheden binnen een project met als doel om een plangebied bouw- en woonrijp te maken. haalbaarheidsstudie: onderdeel van de initiatieffase waarmee een globaal inzicht gegeven wordt in de haalbaarheid van de grondexploitatie. hoofd Bedrijfsvoering: leidinggevende als afdelingshoofd verantwoordelijk voor het team Financiën en daarbinnen o.a. de teams advies en specials, betrokken bij het Ontwikkelbedrijf. hoofd Ontwikkelbedrijf: leidinggevende als afdelingshoofd verantwoordelijk voor het Ontwikkelbedrijf en de kwaliteit van de afzonderlijke Ontwikkelbedrijfproducten. krediet: de gelden die door de raad beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering van een project. Voor grondexploitaties in principe gelijk aan het projectbudget. Nota Ontwikkelbedrijf: de beleidsnota Ontwikkelbedrijf die jaarlijks wordt vastgesteld en waarin het algemene grondbeleid en het beleid voor specifieke onderdelen, alsmede de risiconota worden vastgelegd. Ontwikkelbedrijf: de administratieve en organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die verantwoordelijk is voor de realisatie van ruimtelijk fysieke projecten op het gebied van vastgoedontwikkeling, gebiedsontwikkeling en complexe infrastructuur, de bewaking van de vermogenspositie van het Ontwikkelbedrijf en het initiëren van grond- en vastgoedbeleid. Het Ontwikkelbedrijf heeft ook tot taak het beheren van alle onroerende goederen, welke door de gemeente in eigendom zijn dan wel worden verworven voor zover ze niet bedoeld zijn voor de uitoefening van een beleidstaak niet zijnde bouwgrondexploitatie, tenzij de raad anders bepaalt. opdrachtbudget: het budget dat door de projectleider ter beschikking wordt gesteld bij interne opdrachtverlening. planeconoom (voor vastgoed vastgoedeconoom): de functionaris van de afdeling Ontwikkelbedrijf die verantwoordelijk is voor de financieel economische planbegeleiding. Hij is budgetbeheerder en toetst de opdrachten aan het krediet c.q. het projectbudget. project: een ruimtelijk fysieke opgave die in het kader van deze beheersverordening uit een gebiedsontwikkeling (grondexploitatie), vastgoedontwikkeling (een gebouw) of een complex infrastructureel werk kan bestaan. projectbudget: het totale benodigde budget om de grondexploitatie te realiseren dat volgt uit de exploitatieopzet. projectleider: de functionaris die integraal verantwoordelijk is voor het binnen de gestelde kaders uitvoeren van de projectopdracht. Hij is de deelbudgethouder/opdrachtnemer voor het project en opdrachtgever voor de uitvoeringswerkzaamheden. projecten met overeenkomst: er is sprake van een project met overeenkomst indien een project conform overeenkomst met een partner wordt ontwikkeld, die eventueel ook grondexploitatiewerkzaamheden verricht. raad: de gemeenteraad van de gemeente Venlo. reserve: zie algemene grondreserve en bestemmingsreserve staf Strategie, Markt en Ontwikkeling (SMO) van het Ontwikkelbedrijf: verzorgt beleid en advies, financiële sturing en consolidatie en de marktoriëntatie binnen het Ontwikkelbedrijf. staf Strategie, Markt en Ontwikkeling (financiële sturing en consolidatie): voegt alle informatie met betrekking tot (toekomstige) projecten en eigendommen buiten projecten samen en rapporteert hierover. Zij verzorgt de financiële beleidsadviezen met betrekking tot het Ontwikkelbedrijf en is budgetbeheerder voor het complex verspreid liggende gronden. Team projecten van het Ontwikkelbedrijf: verzorgt de projectleiding en -ondersteuning van alle ruimtelijk fysieke projecten binnen de gemeente Venlo. Team Vastgoed van het Ontwikkelbedrijf: verzorgt juridische ondersteuning, planeconomie, beheer, aankoop- en uitgifte van de afdeling Ontwikkelbedrijf. Vastgoedexploitatie: het geheel van activiteiten en werkzaamheden binnen een project met als doel om een (gemeentelijk) gebouw te realiseren. voorziening: wordt gevormd voor concrete of specifieke risico’s binnen het Ontwikkelbedrijf bijvoorbeeld nadelige exploitatieresultaten en nadelig herwaarderingsresultaat. weerstandsvermogen: de (benodigde/de aanwezige/genormeerde/potentiële) Algemene Grondreserve als financiële buffer voor risico's in het Ontwikkelbedrijf. Artikel 2 Overige gemeentelijke regelgeving Ter uitvoering van artikel 212 Gemeentewet heeft de gemeenteraad op 30 november 2005 de “Financiële verordening gemeente Venlo 2005” vastgesteld, in werking getreden op 1 januari 2006, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid zijn verwoord, alsmede de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie. De onderhavige Beheersverordening Grondbedrijf Venlo (raadsnummer 2009-6 d.d. 28 januari 2009) geldt als lex specialis voor deze verordening. De budgethoudersregeling, zoals vastgesteld door het college van B&W op 25 januari 2005 is van toepassing. In de onderhavige beheersverordening is deze op specifieke punten voor het Ontwikkelbedrijf nader gedefinieerd. De beleidskaders voor het gemeentelijke risicomanagement en het weerstandsermogen zoals opgenomen in de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2007 sluiten aan op onderhavige beheersverordening. 2 Het Ontwikkelbedrijf, algemeen Artikel 3 Doelstelling en taken Ontwikkelbedrijf Missie Ontwikkelbedrijf: Het Ontwikkelbedrijf initieert en faciliteert op een efficiënte en effectieve wijze samen met anderen de procesmatige sturing en projectmatige ontwikkeling en realisatie van ruimtelijke plannen in stad en regio en beheert de gemeentelijke vastgoedportefeuille ten behoeve van de realisatie van brede maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Het ziet ruimtelijk fysieke ontwikkelingen in de stad vooruit en neemt initiatieven bij c.q. geeft sturing aan kansrijke situaties op plaatsen die voor de toekomst van de stad belangrijk kunnen zijn. Voorts het (her)inrichten en uitgeven van gronden en eventuele opstallen ter verwezenlijking van doelstellingen op diverse terreinen van overheidsbelang als ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, stadsvernieuwing en restauratie, cultuurhistorie en -behoud, economische ontwikkeling, milieu en natuur-, woon- en leefruimte. Het Ontwikkelbedrijf wil hierbij slagvaardig optreden in de uitvoering van ruimtelijk beleid, komen tot een rechtvaardige verdeling van de kosten bij ruimtelijke ontwikkeling en daarnaast kwaliteit, zeggenschap en marktwerking stimuleren zodat een goede plankwaliteit wordt bereikt. Voor verwezenlijking van ruimtelijke doelstellingen op diverse terreinen van overheidszorg is het Ontwikkelbedrijf opdrachtnemer. Bestuurlijk opdrachtgever voor een project is een lid van het college. Ambtelijk opdrachtgever is veelal het hoofd van een verantwoordelijk of prevalerend beleidsveld of een lid van het DT. Een project wordt per projectfase geaccepteerd (“aangenomen“) door en vervolgens uitgevoerd voor rekening en risico van het Ontwikkelbedrijf. Het hoofd Ontwikkelbedrijf wijst daartoe een projectleider aan. Bij iedere opdracht/aanneming wordt de formulering, de kaderstelling en het benodigde (gedekte) budget overeengekomen. Voor strategische aankopen is het hoofd Ontwikkelbedrijf ambtelijk opdrachtgever. Een belangrijke uitwerking van de missie van het Ontwikkelbedrijf is dat het zorg draagt voor een gezond Ontwikkelbedrijf. Dit houdt in dat het Ontwikkelbedrijf ervoor zorgt dat er een financiële reserve bestaat die een voldoende buffer vormt voor financiële risico's in lopende en toekomstige projecten. Aan deze randvoorwaarde toetst het Ontwikkelbedrijf ook beleidsvoorstellen in lopende en toekomstige projecten. Artikel 4 Doel verordening De verordening heeft tot doel de vastlegging van de verantwoordelijkheden met betrekking tot de effectieve en efficiënte voorbereiding en uitvoering van producten van het Ontwikkelbedrijf, de rapportage daarover en de controle daarop. Artikel 5 Administratie Ontwikkelbedrijf De taken van het Ontwikkelbedrijf worden verantwoord binnen de totale financiële administratie van de gemeente, maar worden wel als een op zich staande Ontwikkelbedrijfadministratie geregistreerd. De financiële administratie van de gemeente dient zodanig te worden ingericht dat er ten aanzien van de taken van het Ontwikkelbedrijf sprake is van een voortdurend inzicht in: de financieel-economische positie; de boekwaarde van de eigendommen; de uitvoering van de begroting van de projectmatige complexen; het afwikkelen van vorderingen en schulden; de afhandeling van de rechten en verplichtingen; de rekening en de mogelijkheden om daarover verantwoording af te kunnen leggen. Artikel 6 Financiering en financiële organisatie Ontwikkelbedrijf; Budgetverantwoordelijkheid en kostentoerekening Het concern draagt zorg voor de financiering van het Ontwikkelbedrijf (rekening courant). Voor de in rekening courant gestorte of opgenomen gelden wordt de binnen de gemeente gehanteerde omslagrente vergoedt dan wel berekend: de rente wordt binnen het Ontwikkelbedrijf toegerekend aan de diverse kosten en opbrengsten; expliciet voor projecten gemaakte kosten worden rechtstreeks op het project verantwoord. De overige kosten, inclusief rente en beheerskosten, worden via een omslag toegerekend aan de lopende projecten op basis van de gemaakte kosten; aan verspreid liggende gronden worden geen omslagkosten toegerekend, tenzij anders bepaald door het hoofd Ontwikkelbedrijf c.q. besloten door het college. Alvorens werkzaamheden in het kader van de grondexploitatie kunnen worden uitgevoerd, dient de raad hiervoor een krediet beschikbaar te stellen. Een voorbereidingskrediet kan worden verleend zonder een (uitgebreide) grondexploitatieberekening. Een door de raad verleend krediet voor een grond- c.q. vastgoedexploitatie dient in overeenstemming te zijn met de door het college vastgestelde exploitatieopzet. Voor iedere grond- c.q. vastgoedexploitatie wordt in principe apart krediet verleend door de raad. Voor het aangaan van sluitende grondexploitaties (rendabel) wordt jaarlijks door de raad een krediet ter beschikking gesteld van € 0,5 miljoen. Budgetbeheerder is SMO (financiële sturing en consolidatie). Het college is gemachtigd exploitaties in exploitatie te nemen waarvan de geraamde investeringen de € 0,1 miljoen niet te boven gaat. Opnamen van dit krediet worden gemeld middels de prorap. Voornoemde bedragen worden zo nodig bijgesteld middels de Nota Ontwikkelbedrijf en de programmabegroting. De ambtelijk opdrachtgever is budgethouder voor alle middels begroting c.q. begrotingswijzigingen verleende kredieten ten behoeve van een project. Zodra het hoofd Ontwikkelbedrijf een projectleider heeft aangewezen is deze deelbudgethouder. Projectleider, ondersteund door de planeconoom, rapporteert aan de ambtelijk opdrachtgever over het project die rapporteert aan de bestuurlijk opdrachtgever. Voorts rapporteert de projectleider aan het hoofd Ontwikkelbedrijf over de voortgang van de aangenomen opdracht. De projectorganisatie is verantwoordelijk voor het opstellen van de haalbaarheidsplannen en de (globale) exploitatieopzetten. De planeconoom biedt de binnen het project geaccordeerde opzetten, vergezeld van de basisdocumenten, ter toetsing aan de SMO (financiële sturing en consolidatie) aan. Per fase van een project wordt een krediet beschikbaar gesteld. Ten behoeve van de kosten die gemaakt worden in de projectfasen vóór de uitvoeringsfase van een project wordt jaarlijks in de gemeentebegroting en post voorbereidingskosten projecten opgenomen ad € 1 miljoen binnen het Ontwikkelbedrijf. Budgetbeheerder is SMO (financiële sturing en consolidatie). Deze post wordt als krediet verleend door de raad. Voornoemd bedrag wordt zo nodig bijgesteld middels de Nota Ontwikkelbedrijf en de programmabegroting. Middels besluit van het college worden ten laste van deze post budgetten toegewezen voor de diverse projectfasen. Deze budgetten worden financieel verantwoord als voorbereidingskredieten (deelkredieten van de post voorbereidingskosten projecten). In deze voorbereidingskredieten wordt rekening gehouden met een jaar renteverlies. Bij de aanvraag voor een budget (voorbereidingskrediet) voor een volgende projectfase wordt een overzicht van de reeds gemaakte kosten voor de voorgaande projectfasen gevoegd. Zo mogelijk wordt een doorkijk gegeven van de nog te maken voorbereidingskosten tot de realisatiefase. Vóór een project overgaat naar de realisatiefase wordt een exploitatieopzet vastgesteld door B&W. Hierin worden de voorbereidingskosten van de voorgaande fasen meegenomen en gedekt. De post voorbereidingskosten is dus in principe revolving c.q. rendabel. Indien een project niet wordt uitgevoerd komen de gemaakte voorbereidingskosten van alle uitgevoerde fasen alsnog ten laste van het verantwoordelijke/initiërende beleidsterrein (algemene middelen). De toewijzing van budgetten voor de diverse projectfasen en een eventueel verantwoorden van de kosten van een niet gerealiseerd project ten laste van de algemene middelen wordt gerapporteerd middels de prorap. Voor de daadwerkelijke realisatie van een project (onderzoeken, aankopen, civiel technische werken et cetera) verstrekt de projectleider schriftelijk opdracht en stelt hij de bijbehorende opdrachtbudgetten ter beschikking. Deze worden vooraf aan de exploitatieopzet c.q. het voorbereidingskrediet getoetst door de planeconoom. De opdrachtbudgetten worden bewaakt door het project (projectleider/planeconoom) en de Afdeling Bedrijfsvoering, team Specials. De vastlegging van de externe opdracht geschiedt conform de gemeentelijke regelgeving van de verplichtingenadministratie. Streven is om ook de interne verplichtingen (opdrachtbudgetten) middels een geautomatiseerd systeem vast te leggen. De opdrachtbudgetten dienen in overeenstemming te zijn met de desbetreffende vastgestelde exploitatieopzet en moeten passen binnen de beschikbaar gestelde kredieten. Indien er geen vastgestelde exploitatieopzet is moeten de opdrachtbudgetten passen binnen het vastgestelde voorbereidingskrediet. Indien geen krediet is verleend kunnen geen opdrachten worden verleend c.q. kosten worden toegerekend. De opdrachtnemer is er zelf verantwoordelijk voor dat de opdracht binnen het opdrachtbudget wordt uitgevoerd. Ongeacht zijn lijnverantwoordelijkheid rapporteert hij daarover periodiek aan de projectleider. Bij dreigende over- en onderschrijdingen dient de opdrachtnemer de projectleider daarover onverwijld en vroegtijdig te informeren, zodat er sprake kan zijn van eventuele bijsturing. De projectleider en de planeconoom toetsen periodiek de voortgang van de opdracht in kwaliteit, voortgang en geld onder eindverantwoordelijkheid van de projectleider. Nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en door de projectleider zijn goedgekeurd, wordt een nacalculatie opgesteld en wordt de desbetreffende opdracht beëindigd. De bijbehorende (opdracht)budgetten worden in de administratie afgesloten. Het hoofd Bedrijfsvoering en de Concerncontroller kunnen nadere eisen stellen aan de vorm en parafering van de procedure tot opdrachtverstrekking, tot beëindiging daarvan en bij budget over- en onderschrijdingen. Deze komen tot uitdrukking in het mandaatbesluit. 3 Complexen, algemene bepalingen Artikel 7 Soorten complexen Projecten in eenzelfde fase van ontwikkeling worden administratief verantwoord binnen één complex. Binnen de administratie van het Ontwikkelbedrijf wordt bij de complexindeling zoveel mogelijk aansluiting gezocht met de indeling en verslaglegging van projectmatig werken. Lopende projecten worden apart als exploitatie verantwoord. Vastgoed waar (nog) geen concrete ontwikkelingen (meer) plaatsvinden worden verantwoord in het complex verspreid liggende gronden. Het betreft onder andere restgronden van geheel afgesloten projecten, ander vastgoed (oud bezit) en strategisch bezit. Artikel 8 Complexindeling lopende projecten/(grond)exploitaties Het aanmaken van een bedrijfseenheid voor een project binnen de complexen gebeurt op basis van een startdocument. Overboeking van projecten tussen de diverse complexen gebeurt op basis van de beslisdocumenten van projectmatig werken. Binnen de lopende projecten/(grond) exploitaties worden onderkend: complex toekomstige exploitaties; complex exploitaties in voorbereiding; complex exploitaties in voorbereiding met exploitatieovereenkomst; complex exploitaties in uitvoering; complex exploitaties in uitvoering met exploitatieovereenkomst; complex restexploitaties; complex restexploitaties met exploitatieovereenkomst; complex afgesloten exploitaties Van een lopend project/(grond)exploitatie worden minimaal de volgende gegevens vastgelegd: bestuurlijk opdrachtgever; ambtelijk opdrachtgever; projectleider; planeconoom; toegekend (voorbereidings)krediet; vastgesteld projectbudget op basis van de exploitatieopzet voor lopende projecten binnen de complexen met/zonder overeenkomst. In principe is het projectbudget gelijk aan het toegekende krediet. De verantwoordelijkheid voor het project ligt bij de projectleider die daarbij financieel ondersteund wordt door de planeconoom c. q vastgoedeconoom. Voor projecten in de complexen restexploitaties en afgesloten exploitaties is het hoofd Ontwikkelbedrijf ambtelijk opdrachtgever en wordt volstaan met aanwijzing van een projectleider en een planeconoom. Afhankelijk van de fase waarin een project verkeert kan het hoofd Ontwikkelbedrijf besluiten het projectleiderschap (projectverantwoordelijkheid) bij SMO (financiële sturing en consolidatie) te leggen. Artikel 9 Complex verspreid liggende gronden, algemeen Het aanmaken van een bedrijfseenheid in het complex verspreid liggende gronden (samenhangend geheel of per separaat perceel) gebeurt op basis van een startdocument. Van een bedrijfseenheid in het complex verspreid liggende gronden worden minimaal de volgende gegevens vastgelegd: kadastraal blad met letter en nummer; kadastrale perceelsnummers; adres; aantal m²; boekwaarde. “Eigenaar” van de verspreid liggende gronden c.a. is SMO (financiële sturing en consolidatie). Daarbij horen de volgende verantwoordelijkheden: zorg dragen voor een jaarlijks actueel overzicht van verspreid liggende gronden c.a.; opdracht geven voor aan- en verkoop van verspreid liggende gronden c.a. van het Ontwikkelbedrijf; opdracht geven voor het beheer van verspreid liggende gronden en opstallen aan Vastgoed (beheer). Team Vastgoed (beheer) van de afdeling Ontwikkelbedrijf is in opdracht van SMO (financiële sturing en consolidatie) verantwoordelijk voor het operationele beheer van de gronden en opstallen in bezit van het Ontwikkelbedrijf. 4 Lopende projecten/exploitaties, specifieke bepalingen Artikel 10 Projecten/exploitaties, algemene bepalingen In de planontwikkeling van een project (gebiedsontwikkeling (grondexploitatie), vastgoedontwikkeling (een gebouw) of een complex infrastructureel werk), al dan niet in samenwerking met derden (zie artikel 20) wordt de volgende fasering gehanteerd (projectmatig werken): Beoordeling ruimtelijk-fysieke initiatieven (verder Startfase): in deze fase worden ruimtelijk-fysieke initiatieven beoordeeld onder verantwoordelijkheid het hoofd van de afdeling RO. De fase resulteert in een startdocument op basis waarvan besloten wordt om tot de initiatieffase over te gaan. Initiatieffase: eerste fase van het proces “Ontwikkelen en realiseren van Ruimtelijk - Fysieke initiatieven” zoals onder verantwoordelijkheid van het Ontwikkelbedrijf wordt uitgevoerd. Het betreft de voorbereiding (op basis van een startdocument) van een project die resulteert in een projectopdracht en een business case (globale financiële analyse). Definitiefase: zekerheid krijgen over resultaat en haalbaarheid van het project. Eindproducten zijn een projectprogramma en een globale exploitatieopzet (haalbaarheidsstudie). Ontwerpfase: oplossing (ontwerp) creëren die voldoet aan de vooraf gestelde eisen. Eindproducten zijn een projectontwerp en een definitieve (gedekte) exploitatieopzet. Voorbereidingsfase: inzicht krijgen in de uitvoering van het ontwerp; resulteert in een realisatieplan. Realisatiefase: realisatie van afgesproken resultaat conform de vastgestelde werkwijze. De fase wordt afgesloten met een nacalculatie. Afrondingsfase: (administratieve fase, onderdeel van de realisatiefase) indien 90% van de werkzaamheden zijn afgerond en er geen grote risico’s meer aanwezig zijn, wordt er een restexploitatie geopend. De fase wordt afgesloten met een (definitieve) nacalculatie. Nazorgfase: de fase wordt afgesloten met een overdrachtsdocument (nazorgplan) waarmee het project wordt overgedragen aan de verantwoordelijke beheersafdeling. Openbare gronden aan Openbare Werken en restgronden die overgeboekt worden naar afgesloten exploitaties c.q. verspreid liggende gronden. Beheersfase: vindt niet plaats binnen het Ontwikkelbedrijf. Betreft o.a. openbare gronden die overgedragen zijn aan Openbare Werken. Iedere fase wordt afgesloten met een beslisdocument. Op basis van het beslisdocument wordt door het bevoegde bestuursorgaan een go/no go beslissing genomen voor de volgende fase en wordt door het college budget c.q. door de raad krediet toegekend voor de volgende fase. Bij het beslisdocument wordt een overzicht gevoegd van de kosten van de af te sluiten en voorgaande fasen. Zo mogelijk wordt een doorkijk gegeven van de nog te maken voorbereidingskosten tot de realisatiefase. Uitgangspunt is dat (fasen van) projecten voor rekening en risico van het Ontwikkelbedrijf worden uitgevoerd zodra deze door het hoofd Ontwikkelbedrijf zijn geaccepteerd (“aangenomen”) en de middelen (voorbereidings)kredieten beschikbaar zijn gesteld. Kosten die tot en met de ontwerpfase (vaststelling exploitatieopzet) worden gemaakt worden in de exploitatieopzet meegenomen en gedekt. Indien het project niet doorgaat komen alle in de reeds uitgevoerde fases gemaakte kosten ten laste van de initiërende afdeling c.q. Algemene Dienst. Aan de fasering van de projecten is een administratieve indeling gekoppeld die gerelateerd is aan het toegekende krediet. Dit leidt tot het volgende overzicht: Projectfacering Administratieve indeling van de complexen Krediet Startfase (1e en 2e gedeelte) Toekomstige Exploitatie Kosten 1e gedeelte. t.l.v. algemene middelen; 2e gedeelte apart financieel verantwoorden Initiatieffase Toekomstige Exploitatie Voorbereidingkrediet. Indien het project geen doorgang vindt komen de projectkosten ten laste van de algemene middelen Definitiefase Ontwerpfase Voorbereidingsfase Exploitatie in voorbereiding Voorbereidingskrediet. Indien het project geen doorgang vindt komen de projectkosten ten laste van de algemene middelen. Realisatiefase Afrondingsfase Exploitatie in uitvoering Restexploitaties Gedekt krediet op basis van de vastgestelde exploitatieopzet Nazorgfase Afgesloten exploitaties Niet van toepassing Bij de afsluiting van een project (nazorgfase) worden de openbare gronden uitgebracht naar de algemene dienst (Openbare Werken). Eventuele restpercelen (bouwgrond) worden overgeheveld naar het complex afgesloten exploitaties. Er wordt een nacalculatie opgesteld en ter vaststelling voorgelegd aan het college. Indien de afsluiting leidt tot een kredietaanpassing wordt deze ook voorgelegd aan de raad. de definitieve afsluiting worden eventuele restpercelen overgeheveld naar het complex verspreid liggende gronden (niet openbare c.q. bouwrijpe grond). Indien tussentijds de kaders van de planontwikkeling fundamenteel wijzigen, wordt de oude projectfase financieel afgesloten middels een beslisdocument inclusief nacalculatie. Daarbij wordt voorgesteld of het project geheel wordt gestopt of eventueel een doorstart wordt gemaakt voor een nieuw plan. Besluitvorming over deze nacalculatie geschiedt door het bestuursorgaan dat opdracht heeft verstrekt voor deze fase. Eigendommen zoals strategisch bezit, overige eigendommen, die geen (beleids)functie meer hebben en restpercelen worden verantwoord in verspreid liggende gronden. Overboeking naar een project vindt plaats bij de start van de realisatiefase. Gerichte aankopen in de initiatief-, definitie-, ontwerp- en voorbereidingsfase worden direct op de betreffende exploitatie verantwoord. Artikel 11 Complex toekomstige exploitaties (start- / initiatieffase) In het 1e gedeelte van de startfase wordt een concept startdocument gemaakt en ambtelijk gewogen. Bij een positieve weging (kansrijk project) gaat het 2e gedeelte van de startfase in. Deze fase resulteert in een beslisdocument dat door het College wordt goedgekeurd. De kosten die gemaakt worden in het 1e gedeelte van de startfase worden verantwoord binnen de initiërende afdeling, in principe de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling (die ook de centrale intake van ruimtelijk - fysieke initiatieven aanstuurt en coördineert) en komen ten laste van de algemene middelen. De kosten van de 2e fase worden apart verantwoord en komen in principe ten laste van de algemene middelen. Specifieke (onderzoeks)kosten die van nut zijn voor de volgende fases van het betreffende project worden meegenomen in het voorbereidingskrediet voor de initiatieffase. Middels het beslisdocument om over te gaan tot de initiatieffase wordt een voorbereidingskrediet toegekend op basis van een globale beschrijving van de werkzaamheden en inclusief een jaar rentekosten. Voor de startfase van een ruimtelijk fysiek project is het hoofd Ruimtelijke Ordening verantwoordelijk. Bij het 2e gedeelte betrekt hij de beoogd projectleider van het Ontwikkelbedrijf. In de initiatieffase wordt minimaal een verkenning uitgevoerd naar de haalbaarheid van het project (business case/globale financiële analyse). Indien er geen sprake kan zijn van een minimaal budgettair neutrale uitkomst, zullen er voorstellen worden gedaan ter dekking van het tekort in het project. Deze globale haalbaarheidsstudie wordt samen met de projectopdracht ter besluitvorming aan het College voorgelegd. De uren eigen personeel en eventuele onderzoekskosten in de initiatieffase worden verantwoord in het Ontwikkelbedrijf op het voorbereidingskrediet. Het door het college toegekende budget wordt als voorbereidingskrediet in de administratie vastgelegd. Indien geen goedkeuring wordt verleend komen de reeds gemaakte kosten ten laste van de algemene middelen (via prorap). Uitgangspunt bij het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid (haalbaarheidstudie) is dat er zowel stedenbouwkundig als financieel-economisch een optimaal resultaat moet worden bereikt, doch dat gestreefd wordt naar een op zijn minst budgettair neutrale uitkomst van het project. Subsidies en bijdragen maken deel uit van dit resultaat. De initiatieffase wordt afgesloten met een beslisdocument om te stoppen dan wel over te gaan tot de volgende fase waarvoor tevens krediet beschikbaar wordt gesteld. Artikel 12 Complex exploitaties in voorbereiding (definitie-/ontwerp-/voorbereidingsfase) Bij goedkeuring van de projectopdracht en haalbaarheidstudie en de verlening van een aanvullend budget (voorbereidingskrediet), worden de tot op dat moment geboekte kosten, overgeboekt naar complex Exploitaties in voorbereiding. In de definitiefase wordt o.a. een globale exploitatieopzet opgesteld die samen met het projectprogramma aan het college wordt voorgelegd ter besluitvorming. In de ontwerpfase van een project wordt als onderdeel van het projectontwerp een definitieve exploitatieopzet opgesteld. Het projectontwerp en de definitieve exploitatieopzet worden gezamenlijk ter vaststelling voorgelegd aan het college. Op basis van de exploitatieopzet wordt krediet aangevraagd aan de raad. In de voorbereidingsfase wordt het realisatieplan, en voor zover kostenverhaal niet anderszins verzekerd is ook een exploitatieplan, opgesteld dat door het college wordt vastgesteld. De voorbereidingsfase vormt de overgang naar de daadwerkelijke uitvoering. De raad stelt voor een project het hele krediet beschikbaar op basis van een door het college vastgestelde grondexploitatieopzet. Indien een herziening leidt tot een substantiële wijziging van het krediet is hier goedkeuring van de raad voor nodig. raad wordt over de voortgang geïnformeerd middels de Nota Ontwikkelbedrijf, prorap, jaarrekening, voortgangsrapportage projecten of indien noodzakelijk c.q. wenselijk via een Raadsinformatiebrief. Het op basis van de door het college vastgestelde exploitatieopzet en door de Raad toegekende krediet wordt in de administratie vastgelegd. De exploitatieopzet (inclusief voorbereidingskredieten) dient volledig gedekt te zijn. Artikel 13 Complex exploitatie in uitvoering (realisatiefase) Naar aanleiding van het vastgestelde projectontwerp, de definitieve exploitatieopzet en het realisatieplan wordt het hoofdproject administratief overgeheveld van exploitatie in voorbereiding naar exploitatie in uitvoering. Voor de verantwoording/rapportage van budgetten gelden de volgende bandbreedtes: een significante overschrijding van de totale (nog uit te voeren) kosten, waarbij een overschrijding van 15% en/of € 100.000,00 in ieder geval als significant wordt aangemerkt; een significante onderschrijding van de totale (nog te realiseren) opbrengsten, waarbij een onderschrijding van 15% en/of € 100.000,00 in ieder geval als significant wordt aangemerkt. Voornoemde bedragen worden zo nodig bijgesteld middels de Nota Ontwikkelbedrijf en de programmabegroting. Indien wenselijke kunnen door de raad per afzonderlijke grond- c.q. vastgoedexploitatie afwijkende brandbreedtes worden vastgesteld. Voor de richtlijnen voor aanvullende kredietaanvragen aan de raad zie artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.