Regeling, houdende de voorschriften met betrekking tot de afgifte van gemeentelijke gehandicaptenparkeerkaarten met beperkte geldigheidsduurBurgemeester en Wethouders van Leidschendam-Voorburg; overwegende: dat het gewenst is aan tijdelijk lichamelijk gehandicapte inwoners van de gemeente die niet in aanmerking komen voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in art. 49 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart, de mogelijkheid te bieden om in Leidschendam-Voorburg op de algemene gehandicapten parkeerplaatsen te kunnen parkeren; gelet op het bepaalde in artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens; BESLUIT: vast te stellen de volgende Regeling, houdende de voorschriften met betrekking tot de afgifte van gemeentelijke gehandicaptenparkeerkaarten met beperkte geldigheidsduur. Paragraaf1:begripsomschrijvingen Artikel1 a.gehandicaptenparkeerkaart: een gemeentelijke gehandicaptenparkeerkaart met een beperkte geldigheidsduur, afgegeven op grond van artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, welke geldig is in de gemeente Leidschendam-Voorburg; b.RVV: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Paragraaf2:criteria voor afgifte Artikel2 Een gehandicaptenparkeerkaart kan worden verstrekt aan bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, wonende in de gemeente Leidschendam-Voorburg, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van kortdurende aard (minder dan drie maanden), waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 200 meter aan een stuk te voet voort te bewegen. Artikel3 1.Een gehandicaptenparkeerkaart wordt niet verstrekt dan nadat een door de huisarts of behandelend specialist van de aanvrager opgestelde verklaring is ontvangen met betrekking tot de handicap van de aanvrager, waaruit blijkt dat betrokkene gedurende drie maanden niet in staat zal zijn zelfstandig een afstand van meer dan 200 meter aan een stuk te voet voort te bewegen. 2.Deze verklaring wordt achterwege gelaten, indien aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en op grond van de laatste verklaring die hij in verband met de afgifte van een gehandicaptenparkeerkaart heeft laten opstellen, moet worden aangenomen dat hij nog steeds voldoet aan de in artikel 2 genoemde criteria. Paragraaf3:geboden faciliteiten Artikel4 Aan houders van een gehandicaptenparkeerkaart is ontheffing verleend van de in artikel 5 genoemde parkeerverboden en -geboden in de gemeente Leidschendam-Voorburg; Artikel5 Houders van een gehandicaptenparkeerkaart zijn gerechtigd te parkeren: gedurende ten hoogste 3 uur achtereen met gebruik van een parkeerschijf: op plaatsen waar een parkeerverbod geldt dat is aangeduid door middel van bord E l van bijlage 1 van het RVV; bij een gele onderbroken streep; gedurende onbepaalde tijd: op plaatsen die door middel van bord E6 van bijlage 1 van het RVV zijn aangeduid als "parkeerplaats voor gehandicapten algemeen"; in parkeerschijfzones, aangeduid door bord E10 van bijlage 1 van het RVV. Paragraaf4:te verbinden voorschrift Artikel6 Aan een gehandicaptenparkeerkaart is het voorschrift verbonden, dat de houder van de kaart daarvan geen gebruik laat maken, indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met vervoer van zichzelf. Paragraaf5:geldigheid Artikel7 Een gehandicaptenparkeerkaart is persoonsgebonden en uitsluitend geldig voor het gebruik van het (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.