Huisvestingsverordening 2000 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: wet:de Huisvestingswet; besluit: het Huisvestingsbesluit; woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, sub 1 b, van der wet bepaalde; huurprijs: het daaromtrent in artikel 1 sub d van de Huursubsidiewet bepaalde; koopprijs: het daaromtrent in artikel 1, sub 1k, van de wet bepaalde; huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6 lid 3 en lid 4 van de wet bepaalde; koopprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6 lid 3 en lid 4 van de wet bepaalde; woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in artikel 4 is ingeschreven; economische binding: het daaromtrent in artikel 1, lid 1 l, van de wet bepaalde; maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1, lid 1 m, van de wet bepaalde; regio Schiermonnikoog: het grondgebied van de gemeente Schiermonnikoog; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 3 van de Huursubsidiewet; huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet; eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde; ingezetene: degene die in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Schiermonnikoog is opgenomen, en feitelijk in de gemeente Schiermonnikoog zijn hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte. onzelfstandige woonruimte: woonruime, niet zijnde woonruimte bestemd voor bewoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen. HOOFDSTUK 2 Verdeling van woonruimte Paragraaf 2.1 Werkingsgebied Artikel 2. Huurprijs- en koopprijsgrens Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op: alle woonruimte met een huurprijs beneden € 541,36 per maand binnen de gemeente met uitzondering van de woonruimte die krachtens het bestemmingsplan zijn bestemd voor zomerhuizen, recreatiewoonverblijven en recreatieve appartementen alsmede woningen die krachtens de huisvestingsverordening 1994 mogen worden gebruikt voor recreatieve woondoeleinden, en woonruimten met een koopprijs beneden € 272268,13 (= ƒ 600000,--) binnen de gemeente met uitzondering van woonruimten die krachtens het bestemmingsplan zijn bestemd voor zomerhuizen, recreatiewoonverblijven en recreatieve appartementen alsmede woningen die krachtens de huisvestingsverordening 1994 mogen worden gebruikt voor recreatieve woondoeleinden. Artikel 3. Nadere afperking In afwijking van het bepaalde in artikel 2 is het bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op : woonruimten, als bedoeld in artikel 6, lid 1, van de wet (inwoning, woonwagens en woonschepen ). Paragraaf 2.2 Inschrijving Artikel 4. Register van woningzoekenden Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden. In dit register worden op hun verzoek als woningzoekenden inschreven, de huishoudens die voldoen aan het gestelde onder paragraaf 2.4. Artikel 5. Verzoek om inschrijving Een verzoek tot inschrijving dient te geschieden door middel van een bij de gemeente te verkrijgen aanvraagformulier, dat na betaling van het bedrag welke is vastgesteld in de legesverordening, in behandeling wordt genomen. Gelijktijdig met de indiening van de aanvraag tot inschrijving dient de aanvrager gegevens betreffende het inkomen van het huishouden te verstrekken, alsmede andere bescheiden welke burgemeester en wethouders voor de beoordeling van deze aanvraag nodig achten. Burgemeester en wethouders registreren de woonwensen, alsmede die welke noodzakelijk zijn voor een juist beoordeling van de mate van urgentie, maar kunnen in het kader van doelmatige woonruimteverdeling hier van afwijken. Indien wordt voldaan aan de vereisten, genoemd in de paragraaf 2.4, gaan burgemeester en wethouders over tot inschrijving van de aanvrager in het register als bedoeld in artikel 4 lid 1. Artikel 6. Bewijs van inschrijving Burgemeester en wethouders verstrekken aan de in het register inschreven woningzoekenden een bewijs van inschrijving. Het bewijs van inschrijving blijft, behoudens het in het derde lid gestelde, voor onbeperkte termijn geldig. Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door, indien: aan de woningzoekende in de gemeente een bij het huishouden passende woning is aangeboden en deze door de woningzoekende is aanvaard; de woningzoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet; de woningzoekende daarom verzoekt; de woningzoekende voor de tweede maal een aangeboden bij het huishouden passende woning heeft geweigerd, terwijl hiervoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen gegronde redenen zijn aangevoerd; de woningzoekende zich buiten de gemeente heeft gevestigd. Paragraaf 2.3 Huisvestingsvergunning Artikel 7. Vergunningvereiste Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een woonruimte, aangewezen c.q. uitgezonderd in de artikelen 2 en 3, in gebruik te nemen voor bewoning. Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning. Artikel 8. Aanvragen van een huisvestingsvergunning De aanvraag van een huisvestingsvergunning geschiedt door indiening van een daartoe door of namens burgemeester en wethouders verkrijgbaar te stellen en door de aanvrager in te vullen formulier. Burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet verder te behandelen, indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning voor de in de aanvraag aangegeven woonruimte krijgt, die woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen, één en ander echter met uitzondering van de gevallen, genoemd in artikel 23, lid 3 van de wet (medehuurderschap). Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie: de mededeling dat binnen 2 maanden van de huisvestingsvergunning gebruik gemaakt kan worden; de namen van de personen die als vergunninghouder worden aangemerkt. Artikel 9. Criteria voor vergunningverlening Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt behoort tot de ingevolge paragraaf 2.4 aangewezen categorieën van woningzoekenden die voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning in aanmerking komen; de woonruimte wordt met toepassing van het bepaalde in paragraaf 2.5 passend geacht voor het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt. Artikel 10. Vruchteloze aanbieding In afwijking van het in artikel 9 bepaalde wordt de vergunning altijd verleend, indien de woonruimte door de eigenaar gedurende drie maanden vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge artikel 9 voor die woonruimte in aanmerking komen. De eigenaar moet de woonruimte in de in het vorige lid genoemde termijn ten minste 3 maal door middel van een advertentie, geplaatst in de plaatselijk meest gelezen courant, te huur of te koop hebben aangeboden. Deze advertentie moet in elk geval bevatten: het adres van de woonruimte; de overeenkomstig artikel 26, lid 2 van de wet bepaalde huurprijs of koopprijs van de woonruimte; de mededeling dat degenen die voldoen aan het bepaalde in artikel 9, lid a, de voorkeur genieten. De in het vorige lid genoemde termijn begint te lopen op de datum van plaatsing van de eerste advertentie die voldoet aan het hier bepaalde. 3.Indien de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken, dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid genoemde woningzoekenden, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het eerste lid bepaalde. Artikel 11. Intrekking Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van de door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Paragraaf 2.4 Toelating Artikel 12. Leeftijd Ten minste één der leden van het huishouden moet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Artikel 13. Economische en maatschappelijke binding Ten minste één der volwassen leden van het huishouden moet maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan de gemeente Schiermonnikoog. In afwijking van het eerste lid geldt de eis van economische of maatschappelijke binding niet, indien zich een situatie voordoet als beschreven in artikel 13c van de wet. Paragraaf 2.5 Passendheid Artikel 14. Verhouding inkomen-huurprijs Het inkomen van het huishouden moet in een redelijke verhouding tot de huurprijs of de koopprijs van de woonruimte staan. Bij de toepassing van het gestelde in lid 1 hanteren burgemeester en wethouders de bij ministeriële regeling vastgestelde actuele tabel voor de bepaling van de verhouding tussen huurprijs of de koopprijs en het daarbij ten hoogste toegestane inkomen.( zie bijlage I, behorende bij deze verordening) Indien voor een woonruimte met een huurprijs van minder dan € 298,59 per maand geen gegadigden met een inkomen overeenkomstig de in het vorige lid weergegeven tabel bij burgemeester en wethouders bekend is, wordt de woonruimte ook passend geacht voor een gegadigde met een inkomen dat passend is voor de categorie € 298,59 tot de huurprijsgrens. (de genoemde bedragen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd en zijn dan overeenkomstig van toepassing) 4.Voor de bepaling van het inkomen dat in de in lid 2 bedoelde tabel wordt toegepast hanteren burgemeester en wethouders de volgende nadere uitvoeringsregels: als inkomen kan het laatst bekend belastbare jaarinkomen worden gehanteerd; als bewijsstuk hierbij geldt dan de daarop betrekking hebbende aanslag in de inkomstenbelasting; als inkomen kan het laatst bekende belastbare maandinkomen worden gehanteerd; als bewijsstuk hierbij geldt de laatste maandopgave van de werkgever(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.